Gids wijst armen op de geldpotjes

Armoedebestrijding anno nu

Voor Amsterdammers met een laag inkomen is meer geld beschikbaar dan zij zelf meestal weten. De Flying Squad helpt hen op weg.

Uitdeling van brood in het Aalmoezeniershuis, een schilderij uit 1627 van een onbekende meester. Foto collectie Amsterdam Museum

„Pak je voordeel. Haal binnen. Dit is gratis geld.”

De boodschap van Femke de Gruijter laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Namens de gemeente Amsterdam zoekt zij armen in de stad die nog niet weten van hoeveel regelingen ze eigenlijk gebruik mogen maken. En dat is een hele stapel. „Ik weet niet of iemand heeft meegerekend?”

Ze strooit met de scholierenvergoeding (244 euro per kind op de basisschool, 325 per kind in het voortgezet onderwijs), de gratis laptop voor kinderen op de middelbare school (plus 200 euro internetkosten), de ov-vergoeding voor mantelzorgers (20 euro per maand op de ov-chipkaart), het jongerencultuurfonds (maximaal 450 euro per jaar voor bijvoorbeeld dansles) en nog een heleboel meer. „Als dat geld niet wordt aangevraagd, gaat het vaak gewoon terug naar de rekening van de gemeente. Zonde, zonde, zonde.”

Femke de Gruijter is coördinator van de Flying Squad voor armoedebestrijding en deze ochtend zoekt zij de nog niet van alle financiële voorzieningen doordrongen Amsterdammers op in de basisschool IJplein in stadsdeel Noord. Hier behoren veel ouders tot de doelgroep, zegt ouder-kind-adviseur Marly Lampe. Van hen zijn er zestien gekomen om naar de tips van Femke de Gruijter te luisteren, en dat doen ze, met hun jassen aan, een kop koffie voor zich, muisstil. Alleen een Turks-Nederlandse moeder vertaalt simultaan voor een vriendin. „De kledingbon is 155 euro per kind. Gewoon een gift card van bijvoorbeeld de H&M. Nergens staat dat dit van de gemeente komt.”

Schaamte, zegt De Gruijter na afloop, is één reden dat te weinig mensen gebruikmaken van alle geldpotjes. „Maar het bangst zijn ze dat ze iets krijgen wat de gemeente later terugeist. Dat maken ze mee met regelingen die via de Belastingdienst lopen.”

Broden in de hand

In het museum Hermitage Amsterdam wijst Arjan Vliegenthart, SP-wethouder werk en inkomen, naar de regenten met hun witte krulkragen. Ter gelegenheid van 17 oktober, Wereldarmoededag, wil hij het schilderij Uitdeling van brood in het Aalmoezeniershuis (1627) laten zien. Drie bestuurders van het Aalmoezeniershuis staan met broden in de hand tegenover een grote groep armen die hun broodpenning gereedhouden om te bewijzen dat ze recht hebben op gratis voedsel.

Wil de wethouder tonen hoe oud de traditie van armenzorg in Amsterdam is? Nee, hij wil laten zien hoe anders het volgens hem moet dan toen, met hoge heren in hun zwarte lakense pakken die goed doen om maatschappelijke onrust te dempen. „Het gaat mij ook om waardig meedoen”, zegt Vliegenthart. Het is lastig, zegt hij, om bij armoedebeleid betutteling te mijden. „Wij moeten van beleid vóór mensen naar beleid mét mensen.”

De ‘roadshow’ van Femke de Gruijter is dan ook niet alleen bedoeld om informatie te brengen naar mensen met een laag inkomen, maar zeker ook om bij hen informatie te halen voor de beleidsmakers. „Wie heeft huisdieren?” Geen reactie. „Er is een tegemoetkoming ‘kosten dierenarts’. Als niemand daar gebruik van maakt, wordt die weer afgeschaft.” Er zijn wel reacties als ze vertelt over de gratis identiteitskaart die de gemeente verstrekt. Daar hebben deze ouders, die Turkse, Marokkaanse of Caribische wortels hebben, weinig aan. Voor een buitenlandse reis heb je niks aan een ID-kaart. Kunnen de kosten voor het paspoort niet omlaag?

„Dat paspoort staat op mijn lijst”, zegt De Gruijter. Elke maand tikt ze een rapportage met suggesties voor haar leidinggevenden en uiteindelijk voor de bestuurders. Die suggesties – „ik heb er nu 68” – variëren van een goedkoper paspoort tot een groter lettertype voor de folders. Zo’n dierenartsvergoeding is een suggestie van de ene wethouder, zegt ze, de gratis laptop of tablet voor basisschoolkinderen van een andere. „Die maatregelen worden meteen ingevoerd. Als ík iets suggereer, krijg ik meestal te horen dat de uitvoeringskosten te hoog zijn.”

„Daar zie je twee werelden botsen”, zegt Arjan Vliegenthart. „Als ik iets roep, gaat iedereen rennen. Nu moeten we ervoor zorgen dat ook de stem van de minder bevoorrechten wordt gehoord. Veel Amsterdammers die financieel op een minimum zitten, weten goed wat ze nodig hebben, zonder bizarre eisen te stellen. Tijdens mijn spreekuren in buurthuizen vragen mensen vrijwel nooit uitzonderlijke dingen – en dan vaak ook voor buren die het nog lastiger hebben dan zijzelf. Het duurt even voordat dit in de hearts and minds van alle 1.600 ambtenaren zit.” Vliegenthart hoopt dat hij na de gemeenteraadsverkiezingen opnieuw in het college kan plaatsnemen en opnieuw deze portefeuille krijgt.

De Gruijter is bij de ‘regeling tegemoetkoming meerkosten’ beland. „We zijn er bijna jongens”, zegt ze tegen de ouders. Kleren kunnen sneller slijten bij wie in een rolstoel zit – dan betaalt de gemeente 13 euro meerkosten. Wie een huidaandoening heeft, kan vaker dan normaal kleding of beddengoed moeten wassen – 10 euro. Na afloop meldt zich een enkeling bij De Gruijter, zoals de man die zegt dat hij niks krijgt toegewezen van wat hij aanvraagt. „Als je hulp van de gemeente vraagt, hoor je geholpen te worden. Als dat niet gebeurt is het krom.” De Gruijter geeft hem haar kaartje en belooft het uit te zoeken.

Laptops voor ouderen

’s Middags in stadsdeel De Pijp staat een collega van de Flying Squad in het Huis van de Wijk met dezelfde pak-je-kans-folders. Zo stil als de ouders ’s ochtends waren, zo mondig zijn deze Amsterdammers. Waarom alleen laptops voor scholieren en niet voor ouderen? „Alles is tegenwoordig www”, zegt een vrouw. „Als je wilt meedoen, heb je een laptop nodig.” Een man in een legergroen T-shirt: „Valt er nog iets te doen aan mijn mislukte aanvraag van 2016?” Waarom is de scholierenvergoeding eigenlijk verlaagd? En waarom mag je daar godsdienstles niet langer declareren? De aanwezigen geven elkaar tips over huurverlaging, witgoedregelingen en de stadspas. „Wat een stad”, verzucht de man in het groene T-shirt.