Waarom Zalm op zoek moest naar een nieuwe werkster

Kabinetsformatie Kandidaat-bewindslieden worden in allerlei opzichten gecheckt. Zelfs op hun werkster zoals Gerrit Zalm in 1994 ondervond. Maar groen licht van de AIVD of andere diensten is nog geen garantie tegen problemen later.

Foto Roel Rozenburg/Beeldbewerking NRC

Begin 2007 was er werk aan de winkel voor de AIVD. Het vierde kabinet-Balkenende zou in februari aantreden, en telde enkele kandidaten met een voor de AIVD interessant verleden. Zo was Ella Vogelaar (PvdA, Wonen en Integratie) lid geweest van de Communistische Partij Nederland (CPN). Ex-kraakster Jet Bussemaker (PvdA, Volksgezondheid) behoorde van 1991 tot en met 1996 tot het bestuur van Res Publica, een stichting die volgens de AIVD nauwe banden onderhield met groepen rond de gewelddadige actiegroep RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie).

Volgens de archieven van de geheime dienst waren er echter geen aanwijzingen dat Vogelaar of Bussemaker in verband konden worden gebracht met acties die de nationale veiligheid dan wel democratische rechtsorde hadden geschaad, de criteria op basis waarvan wordt getoetst. Beiden kregen binnen een paar dagen groen licht. Wouter Bos, destijds de politiek baas van Vogelaar en Bussemaker, deed evenmin moeilijk. „Hij constateerde dat het in de jaren zeventig helemaal bij de tijdgeest paste”, schrijft Vogelaar in haar memoires (2009) over het gesprek met Bos over haar CPN-verleden.

Deze week kijkt iedereen naar de poppetjes van Rutte III.: Alleen wie er níét in het kabinet komen is zeker.

Dezer dagen wordt ‘stap 42’ (van de 50) gezet, zoals de parlementaire historici Carla van Baalen en Alexander van Kessel de screeningsfase noemden in hun standaardwerk over kabinetsformaties. Kandidaten met een radicaal verleden zoals in 2007, zitten er deze keer hoogstwaarschijnlijk niet bij. Nieuwkomers zullen worden gecheckt op algemenere zaken zoals een mogelijk strafblad, eventuele problemen met de fiscus, onduidelijkheden over nevenfuncties, of gedoe over declaraties of mogelijke belangenverstrengelingen. Zo zal bijvoorbeeld worden gekeken hoe CDA-senator Wopke Hoekstra, kandidaat voor het ministerie van Financiën, zoals ingewijden aan Het Financieele Dagblad melden, zijn zakelijke belangen onderbrengt. Hoekstra is momenteel partner bij McKinsey. Het adviesbureau doet veel werk voor de Rijksoverheid.

Omdat in het laatste kabinet ophef ontstond over de zakelijke belangen van echtgenoten van de VVD-ministers Melanie Schultz Van Haegen en Edith Schippers, zal waarschijnlijk ook naar activiteiten van partners worden gekeken. Het Handboek voor aantredende bewindslieden, dezer dagen waarschijnlijk veel geraadpleegd door ministers-kandidaten, omschrijft precies wanneer er wel en niet van belangenverstrengeling sprake is.

Mannen in regenjassen

De screeningsfase is met de nodige mystificaties omgeven. Alsof familieleden en vrienden van kandidaten voor de ministersploeg bezoek krijgen van mannen in regenjassen. Niets is minder waar. De AIVD doet alleen een zogeheten feitenonderzoek naar elke kandidaat-bewindspersoon. Dat betekent dat ze kijkt of de persoon in de archieven van de dienst voorkomt. De dienst bericht aan de kabinetsformateur of dat zo is. Mocht dat zo zijn dan kan de formateur om nadere inlichtingen vragen, zowel aan de kandidaat als aan de geheime dienst.

Het was kabinetsformateur en latere premier Piet de Jong die in 1967 met de screeningsprocedure begon. De voormalig onderzeebootkapitein wilde weten of de toekomstige bewindslieden mensen waren die „ik ten tijde van oorlog aan boord zou willen hebben”. De toenmalige BVD moest dat uitzoeken. Sindsdien gebeurde het, voor zover bekend, nooit dat kabinetsformateurs louter op basis van AIVD-onderzoek een ministers-kandidatuur van iemand torpedeerden.

Het zijn de politieke partijen die, veel meer dan de dienst in Zoetermeer, weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Als ze daarover toch twijfelen kan de partijvoorzitter de AIVD vragen een feitenonderzoek te doen. Hoe vaak een kandidaat voor een ministerspost al ver voor de kabinetsformatie is gestruikeld, is onbekend.

Mede door talloze affaires hebben de partijen de teugels aangetrokken, al kan dat altijd nog beter. De affaire rond PvdA-politicus Co Verdaas in 2012 bewees dat. Verdaas, benoemd tot staatssecretaris voor Economische Zaken, bleek onjuiste reisdeclaraties te hebben ingediend als gedeputeerde in Gelderland. Hoewel daarover al geruchten circuleerden in de provinciale politiek, waren die voor zowel ambtelijke diensten als de PvdA geen beletsel voor een benoeming tot staatssecretaris. Toen de PVV in de Gelderse Staten de kwestie oprakelde, en de Volkskrant erover berichtte, moest Verdaas na een maand aftreden.

Mede door dit soort affaires spelen partijen op safe. Ze benoemen vaak een kandidaat uit de Haagse binnenwereld om gedoe te voorkomen. Bussemaker kon, in 2007 gecheckt door de AIVD, in 2012 terugkeren als minister van Onderwijs in het tweede kabinet-Rutte. Van de huidige kandidaten op de onvermijdelijke ‘Ik-word-genoemd’-lijstjes is een flink aantal hetzij nu al bewindsman (Rutte, Dekker), hetzij Kamerlid (Koolmees, Schouten) hetzij oud-topambtenaar (Ollongren).

De werkster van Gerrit Zalm

Dat betekent niet dat de screening een leeg en symbolisch ritueel is. Dat ondervond nota bene de werkster van Gerrit Zalm, kandidaat voor het ministerie van Financiën in 1994. Toen kreeg Zalm de gebruikelijke vraag van de kabinetsformateur - toen Wim Kok (PvdA) - „of er nog zaken zijn die op enigerlei wijze in de toekomst een probleem op kunnen leveren.” Zalm, zo schrijft hij in zijn memoires (2009), kon niets beters verzinnen dan zijn werkster. Kok stuurde hem subiet naar de directeur-generaal Fiscale Zaken van het ministerie van Financiën. Een minister op Financiën met een zwart betaalde werkster? Er volgde ook een eis tot screening door de BVD. De werkster weigerde echter daaraan mee te werken. Voor het bureau voor ‘witte werksters’ gold hetzelfde. De toekomstig minister van Financiën zag zich genoodzaakt op zoek te gaan naar een andere werkster die geheel wit werd betaald. Gezien deze voorgeschiedenis is de kans aanwezig dat de werkster in huize Hoekstra – mocht die er zijn – ook aan nader onderzoek wordt onderworpen.

Het AIVD-onderzoek is meestal snel klaar, en behelst niet meer dan een administratieve handeling zoals naslag. Bij beruchte kwesties uit het verleden waarbij een kandidaat, of kersverse bewindsman genoodzaakt zag zich terug te trekken, speelde de dienst nauwelijks of geen rol. In 1982 schoof de VVD NOS-verslaggever Charles Schwietert naar voren voor het staatssecretariaat van Defensie in het eerste kabinet-Lubbers. Hij kwam door de screening. Meteen daarna lekte via dagblad Trouw en later ook andere media uit dat Schwietert in zijn ingediende cv had gelogen over zijn opleiding, officiersstatus en academische titel. Schwietert was vier dagen staatssecretaris.

Twintig jaar later, in 2002, moest LPF-politica Philomena Bijlhout al na luttele uren als staatssecretaris ontslag nemen. Zij had niet de waarheid verteld over haar verleden bij een militie van de Surinaamse legerleider Desi Bouterse. Ook zij had eerder groen licht gekregen. RTL Nieuws bracht de onthulling die Bijlhout alsnog haar baan kostte.

Kandidaat-bewindslieden zijn dus alvast gewaarschuwd: het groene vinkje van de AIVD en andere ambtelijke diensten, is dus geen waterdichte garantie tegen gedoe later. Willem-Aantjes is daarvan misschien wel het beste voorbeeld. De ARP-, later CDA-, politicus was een van de eerste kandidaten die op verzoek van de kabinetsformateur, Piet de Jong dus, werd onderzocht. Dat gebeurde door de BVD, de voorganger van de AIVD. Aantjes was in 1967 gekandideerd door ARP-leider Barend Biesheuvel voor de portefeuille van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Er kwamen geen bezwaren van de BVD die – toegegeven – voor het eerst deze controle uitvoerde.

De partij bleek, ook nu weer, meer te weten of te vermoeden dan de geheime dienst. Binnen de ARP deden verhalen de ronde over het oorlogsverleden van Aantjes, naar later bleek diens lidmaatschap van de Germaanse SS. Om het zekere voor het onzekere te nemen werd de kandidatuur van Aantjes ingetrokken. Dit gebeurde „om strikt persoonlijke redenen”, zoals de Rijksvoorlichtingsdienst schreef.