Waar blijft de nieuwe Arjen Robben?

Eredivisie

Onstuitbare dribbelaars als Arjen Robben zie je zelden meer doorbreken in het Nederlandse voetbal. „Siervogels moet je niet in een kooi stoppen.”

Arjen Robben opende in 2006 Euroborg, het nieuwe stadion van zijn oude club FC Groningen. Foto Dennis F. Beek/ANP

Het uitzicht is weids, het landschap kleurt FC Groningen-groen, koeien grazen, de akkers ogen nat, aardappels moeten nog gerooid worden. Onnen, Essen, De Poffert, Adorp, Bedum heten de plaatjes en gehuchten, hier in de periferie van de stad Groningen.

Arjen Robbens achterland. Daar waar hij, onverzadigbaar talent, rond de eeuwwisseling tot wasdom kwam.

Robben is nooit echt een Nederlandse speler geweest, schreef de vooraanstaande (sport)journalist Simon Kuper in een analyse voor de Amerikaanse sportsite ESPN, na Oranjes mislukte WK-kwalificatie en het afscheid van de aanvoerder dinsdag tegen Zweden. Hij groeide op in een geïsoleerde plaats niet ver van de Duitse grens, was het enige lokale talent, zonder professionele coaches in de buurt, schrijft Kuper. „Hij was vrij om te dribbelen.”

Als Robben in het westen van het land was opgegroeid, zou Ajax of Feyenoord hem hebben opgepikt en zou hem daar in de jeugdopleiding verboden zijn te dribbelen, betoogt Kuper. „Robben werd Robben omdat hij aan het Nederlandse systeem wist te ontsnappen.”

In een toelichting zegt Kuper dat het zijn observatie betreft en dat Robben dit in 2015 in een interview met podcast Men In Blazers heeft bevestigd. Niemand in Bedum vertelde hem te dribbelen, zegt Robben in het interview. „Het is een talent dat je hebt gekregen.”

De Robben-directielounge

Het is een interessante gedachte, ook gezien de offensieve machteloosheid van het Nederlands elftal en het vele ongevaarlijke balbezit, zoals dit weekeinde beschreven in NRC. Het is een combinatie van: te statisch, te veel systeemdenken, te weinig avonturisme, te veel team, te weinig individu. Gaan de Robbens in de dop verloren in dit Nederlandse voetballandschap? Of worden zij niet meer geboren?

Zondagmiddag, twee uur voor FC Groningen-AZ (1-1). Algemeen directeur Hans Nijland van Groningen zit in de ‘Arjen Robben-directielounge’ in het Noordlease Stadion. Afbeeldingen van de speler sieren de ruimte, shirts van zijn clubs hangen aan de muur. Speciale gasten verblijven in deze lounge. De ouders van Robben zijn hier gastheer en -vrouw bij wedstrijden – en ook gekleed in clubkostuum. Nijland heeft regelmatig contact met Robben, kent het gezin en bezoekt ze soms in München.

Zestien was Robben toen zijn eerste duel als basisspeler begon bij FC Groningen, tegen Feyenoord in het oude Oosterparkstadion. Spits Martin Drent raakte die week geblesseerd op een training, coach Jan van Dijk vroeg aan Nijland „dat kleine ventje uit de A1 onmiddellijk te bellen”. Nijland: „Hij werd door zijn vader gebracht en heeft nog tien minuten meegetraind. De volgende dag was zijn directe tegenstander Kees van Wonderen. Hij speelde fantastisch.”

Groningen won met 1-0. „Na die wedstrijd werden we helemaal scheel gebeld door zaakwaarnemers”, zegt Nijland. En er was interesse van Ajax, Feyenoord, PSV en clubs uit Engeland en Spanje. Vader Hans Robben, toen jeugdtrainer bij de club, maakte duidelijk: de volgende stap die Arjen gaat maken is PSV. Een stabiele, rustige omgeving. En zo geschiedde.

Kleinste speler van zijn lichting

Terug naar de Kuper-these. De veronderstelling dat Robben bij een topclub in de Randstad niet tot ontwikkeling zou zijn gekomen is moeilijk na te gaan. Bij Ajax (zie recentelijk Justin Kluivert) en Feyenoord (Robin van Persie) zijn ook jeugdspelers met dribbel-vaardigheden doorgebroken. Nijland: „Feit is dat bij een club als Groningen jonge spelers uit de opleiding kansen krijgen. Je mag je ding doen en fouten maken.”

Barend Beltman was in de tweede helft van de jaren negentig vier seizoenen jeugdtrainer van Robben bij FC Groningen. Robben was de kleinste speler van zijn lichting. De jeugdopleiding stond onder leiding van Henk Veldmate en Martin Koeman (vader van Erwin en Ronald), zij waren er voorstander van jeugdspelers veel vrijheid te geven. Beltman: „We genoten er van dat zo’n grappig kereltje lekker dribbelde. Het had iets vertederends.”

Beltman gaf hem zo weinig mogelijk opdrachten. „Ik zei letterlijk: ga op reis.” De oud-speler liet hem vrij om te dribbelen, remde hem niet af. Beltman, zondag in de studio van RTV Noord waar hij analist is: „Het gaat om vrijheid en gebondenheid. Siervogels moet je niet in een kooi stoppen. Dan gaan ze onnatuurlijk gedrag tonen.”

RTV Noord op bezoek bij Robben als Groningen-speler in 2001:

Maar soms was de jonge Robben te egoïstisch, en droeg Beltman hem op meer om zich heen te kijken. „Toen het wel eens mis ging zei ik: dribbel de volgende keer beter. Of: verdikkeme jongen, je moest de bal spelen, die ander stond er beter voor.”

In die vormende jaren drong dat langzaam tot Robben door, zegt Beltman. In een duel met de B1 bij SC Enschede had Robben al negen goals gemaakt en jaagde hij op zijn tiende, maar bij een kans gaf hij af op Thijs Bellinga. Beltman: „Die tikte hem erin. Ik zei tegen Arjen: fantastisch wat voor een goed gevoel je die jongen geeft. En nu snel de tiende maken.”

Eens in de honderd jaar

Hoe kan het dat er geen nieuwe Robben is opgestaan? Nijland stelt een wedervraag: hoe kan het dat er geen nieuwe Cruijff, Van Hanegem of Neeskens is geweest? „Dat zijn voetballers met zulke exceptionele kwaliteiten. Dat gebeurt een keer in de vijftig of honderd jaar.”

De laatste speler van het niveau Robben die ze hebben gehad bij Groningen is Luis Suárez. „Ik heb geen last van een calimero-complex, maar ik erger mij wel eens als ik in De Telegraaf lees als er voormalig Ajax-speler Suárez staat”, zegt Nijland. ,,Dan bel ik Jaap de Groot (chef-sport van de krant, red) weer op. Dan zeg ik, Japie, je maakt een foutje, want hij heeft zijn eerste voetbalstappen gezet in Europa bij FC Groningen. Wij hebben hem gehaald uit Montevideo, en niemand anders.”

Robben heeft gezegd na zijn carrière terug te willen keren bij Groningen. In welke rol, is nog niet duidelijk. Nijland: „Ik zou bijna willen zeggen: Arjen mag het zelf zeggen. Zo’n jongen is op alle vlakken van waarde.” Robben laat een nieuw huis bouwen in het zuiden van de stad. Dicht bij de club, hij kan straks op de fiets naar het stadion. Net als vroeger, toen hij door de Groningse polder vanuit Bedum kwam gefietst.