Recensie

Mondriaan Jazz Festival: frisse onbevangenheid naast voorspelbare publiekskietelaars

Den Haag viert honderd jaar Mondriaan. En Mondriaan hield van jazz, dus was er dit weekend het eerste Mondriaan Jazz Festival, met grote namen én beloften.

Jaleel Shaw, saxofonist in de bands van Nate Smith en Jaimeo Brown op het Mondriaan Jazz Festival Foto Johnalynn Holland

Den Haag viert honderd jaar Mondriaan. En de muziek haakt aan. Kunstenaar Piet Mondriaan had immers een grote liefde voor jazz. Zijn platencollectie was door de bezoekers van het fonkelnieuwe Mondriaan Jazz Festival in het Haagse Gemeentemuseum te bekijken.

Met poppodium Het Paard als beginpunt spreidde Mondriaan Jazz zich zaterdag uit over verschillende locaties in het centrum. Met saxofonist Ravi Coltrane en drummer Nate Smith waren gevestigde grootheden in huis gehaald, maar het meest richtte het festival zich op nieuwe, langzaam in de hedendaagse scene doorsijpelende namen die uitblinken in frisse, genreverbindende muziek.

Canto Ostinato

De kalme opmaat van het festival was voorspelbaar. Canto Ostinato, de veel uitgevoerde neo-klassieker van componist Simeon ten Holt, is bepaald geen krachtvoer. En de uitvoering van saxofonist Ravi Coltrane, die improviseerde over de noten van het Amsterdam Mallet Quartet met twee vibrafonisten en twee marimbaspelers, bleek helaas enkel een goed idee op papier.

De ruimte die het stuk biedt, door het ontbreken van tijdpunten en de manier waarop de uitvoerenden keuzes maken, was voor Coltrane een zoekplaatje. Pas heel laat sloot hij zich aan in de repetitieve, houterige uitvoering - zacht zoekend op sopraan. De Canto was al een uur onderweg toen Coltrane rond meer melodische passages eindelijk echt wat risico nam op tenor.

Sterke melodieën

Gelukkig ging de energie daarna snel omhoog. Op deze gemoedelijke eerste editie van Mondriaan Jazz, een vervolg is al bevestigd, was het genieten was bij het Britse bandje Mammal Hands; een prima verbond tussen piano, sax en drums. Met sterke melodieën bouwde het trio zijn stukken op met steeds voller wordende herhalingen, waarna ingenieuze wendingen volgden.

Dat viel tegen bij Forq, dat sinds het vertrek van oprichter, Snarky Puppy-man Michael League, iets lijkt te missen. Onder aanvoering van toetsenist Henry Hey leverde de ongecompliceerde jamstijl vooral clichématige jazzrock en publiek-kietelaars waarmee je veel mensen trekt, maar geen pot breken kan.

Gewichtige statementjazz

De komst van drummer Nate Smith bracht persoonlijkheid in het programma. In het centrum van de aandacht stond hij, deze in veel bands gewilde power-drummer met uitdagende blik. Vanaf Skip Step van zijn album Kinfolk: Postcards from Everywhere, was er veel kleur op scherpe jazz-, soul- en funkritmiek. Een glansrol bleek weggelegd voor saxofonist Jaleel Shaw, die later ook met zijn mooie toon opviel in de band van Jaimeo Brown. In diens wat al te gewichtige statementjazz, die leunt op Afro-Amerikaanse spirituals, maakte hij het verschil.

Enige afwisseling bracht het concert van de Indiase zangeres Ganavya Doraiswamy met de Poolse pianist Pianohooligan: met ernst gebrachte spirituele jazzpoëzie.

Het opgepepte soulgeluid van het Noorse popkwartet rond zangeres Rohey Taalah, met haar stem van lief tot rauw, was door de frisse onbevangenheid het hoogtepunt aan de lichtere kant van de festivalprogammering.