‘Catalonië is Spanje’, zingen de fans van Atlético

Catalonië Het duel tussen Atlético Madrid en Barcelona staat in het teken van het politieke conflict over de toekomst van de autonome regio.

De Catalaan Gerard Piqúe stopte twee vingers in zijn oren om het striemende fluitconcert te verzachten, anderhalf uur later hield zijn ploeggenoot Luis Suárez uitdagend de hand aan zijn oor voor de stilgevallen tribunes. De twee beelden stonden symbool voor een hectische avond in het Wanda Metropolitano, waar meer op het spel stond dan een voetbalduel tussen Atlético Madrid en FC Barcelona. Zowel binnen (1-1) als buiten de lijnen bleef de strijd onbeslist.

Dit keer waren het geen trainers, spelers of fans die elkaar in aanloop naar de topper in de Spaanse liga uitdaagden. De gemoederen tussen ‘Madrid’ en ‘Barcelona’ over de toekomst van Catalonië liepen op politiek niveau zo hoog op dat in beide steden de straten vol stroomden met demonstranten. In Madrid steunde het volk koning Felipe VI en premier Mariano Rajoy, die Spanje bijeen willen houden.

In Barcelona schreeuwen de separatisten om onafhankelijkheid, terwijl andere Catalanen juist bij Spanje willen blijven. Het is al dagen onduidelijk wat de huidige status van Catalonië is, nadat regiopresident Carles Puigdemont op dinsdag 10 oktober een onafhankelijkheidsverklaring tekende, om die vervolgens weer op te schorten. Premier Rajoy stelde hem een ultimatum tot deze maandagochtend 10.00 uur. Is er nu wel of geen republiek Catalonië? Bij een bevestigend antwoord zal ‘Madrid’ zo snel mogelijk de macht in de regio overnemen.

De spanning sloeg al eerder over op het Spaanse voetbalelftal waarin spelers van Real Madrid, Atlético Madrid en FC Barcelona samen kwalificatie voor het WK van 2018 moesten afdwingen. De Baskische bondscoach Julen Lopetegui slaagde erin de rijen gesloten te houden, maar kon niet voorkomen dat Piqué als uitgesproken Catalaan door een deel van het Spaanse publiek werd verketterd.

Beschimpt door eigen fans

Een international beschimpt door zijn eigen fans. Hoe zou het dan wel niet zijn als Piqué in het shirt van FC Barcelona voor een vijandig publiek in Madrid moest spelen?

Het bestuur van Atlético probeerde de stemming te sussen door er op te wijzen dat het slechts ging om een voetbalwedstrijd. Bovendien zouden Atlético en Barcelona enige verbondenheid moeten voelen in hun gezamenlijke haat tegen Real Madrid. Voorzitter Enrique Cerezo herinnerde zijn fans eraan dat erin 2014 applaus klonk in Camp Nou toen Atlético daar de titel veroverde. „Dat mogen we niet vergeten”, zei Cerezo in gesprek met Onda Cero.

De harde kern van Los Colchoneros – oftewel ‘ de matrasverkopers’ – riep via posters op te laten zien dat Spanje „meer verenigd dan ooit is”. Er werd verzocht naast het roodwitte shirt ook de roodgele Spaanse vlag mee te nemen. „Hup Atlético, en leve de eenheid van Spanje! Gisteren, vandaag en voor altijd”, luidde de boodschap van Frente Atlético. Fans van FC Barcelona kregen geen kaartjes voor het duel.

Het werd al snel duidelijk dat het nationalisme de boventoon zou vieren. Net als tijdens de nationale feestdag van 12 oktober, waarbij in Madrid tienduizenden mensen de Spaanse politie met applaus beloonden voor hun optreden bij het verboden referendum van 1 oktober, kwamen weer tal van sentimenten los. Maar van agressie was geen sprake. De enkele supporter die zich met een shirt van FC Barcelona durfde te vertonen, kreeg liefdevol een Spaanse vlag om zijn schouders gelegd.

De ambiance in het stadion was wel zeer intens. Vanaf het eerste moment dat Piqué in een shirt in de kleuren van de Catalaanse vlag het veld betrad, klonk er gejoel van de tribunes. De rest van de avond zou ieder balcontact van de Catalaanse Spanjaard met gefluit worden begeleid. Piqué hield na de warming-up heel even zijn vingers in zijn oren – zoals Luís Figo ooit in oktober 2000 deed toen hij in het shirt van Real Madrid terugkeerde in Camp Nou – maar hield zich de rest van de avond oostindisch doof.

Stadion kleurt roodgeel

Bij de opkomst van de elftallen kleurde El Metropolitano roodgeel. Na het clublied van Atlético schalde Viva España door het stadion. Kort daarop was het weer muisstil toen de speaker memoreerde aan de dood Borja Aybar, de piloot die op 12 oktober na het militaire defilé in Madrid met zijn Eurofighter verongelukte. Het werd een avond waarin uitzinnig geschreeuw en momenten van angstige stiltes elkaar afwisselen. Zo hielden de 68.000 toeschouwers de adem in toen Lionel Messi na nog geen halve minuut al bijna scoorde. Het was ijzig stil toen hij in de blessuretijd aanlegde voor een vrije trap op de rand van strafschopgebied. Het werd niet de avond van Messi.

De cijfers spraken vooraf niet in het voordeel van de thuisclub. De laatste competitiezege van Atlético Madrid op FC Barcelona was in februari 2010 behaald. De Catalanen leefden destijds nog in de gedachte een natie met verdergaande autonomie binnen Spanje te kunnen worden. Toen de conservatieve regering daar met succes protest tegen aantekende bij het constitutionele hof knapte er iets bij veel Catalanen. Sindsdien groeide het separatisme van vijftien procent uit tot bijna de helft van de 7,5 miljoen Catalanen. Camp Nou werd wederom een bolwerk van verzet. Beroemd in het stadion van Barcelona is het aloude spandoek met de tekst: ‘Catalonia is not Spain’.

„Maak ons niets wijs, Catalonië is Spanje”, zongen de fans van Atlético. Het Barcelona van coach Ernesto Valverde liet zich niet van de wijs brengen en was grote delen van de wedstrijd de betere ploeg. Na de onverwachte treffer van Saúl (1-0) moest Barcelona alles in het werk stellen om de eerste nederlaag van het seizoen te voorkomen. Acht minuten voor tijd kopte Suárez de verdiende gelijkmaker binnen (1-1).

De trots van Catalonië staat nog steeds ongeslagen bovenaan in de Spaanse liga. Maar mocht de regio zich losmaken dan zal de koppositie zomaar in handen van Real Madrid kunnen komen.