Column

Het was een lieve marathon

Kijk, een onbewolkte lucht. Het is geen weer om hard te lopen op deze bonuszomerdag. Het is geen weer om je hart een opdonder te verkopen, om de botten en pezen in je knie te teisteren. Laat de obers op het terras maar meters maken. Amsterdam buikt uit op zondagochtend.

Toch zet een knal uit het startpistool duizenden marathonlopers in gang. De snelste atleten – voornamelijk Kenianen en Ethiopiërs – zijn vertrokken. Ze lopen de net ontwaakte stad uit en gaan in colonne over het smalle pad langs de Amstel en via de brug bij Ouderkerk weer aan de andere kant terug.

Een marathon heeft lengte, het duurt sowieso twee uur. Tijd genoeg voor het ‘verkopen’ van plaatjes van Amsterdam en omstreken. De televisieregisseur houdt van het traditionele Nederland. Een molen langs het water. Een dijkhuisje met vitrage. Een omkijkende koe. Sloten als evenwijdig lopende strepen door het groen.

Dan komt de ring van Amsterdam in beeld. Razende auto’s vormen een schril contrast met het groepje atleten dat net een tunneltje onder de snelweg neemt. Je mag daar maximaal honderd op de ring, weet ik. De inzittenden denken dat ze snel gaan maar alleen hun auto beweegt; zij houden hun voeten stil.

„Nu komt het minder mooie gedeelte, qua plaatjes van de stad”, zegt de commentator.

Een groepje mannen in fladderbroekjes raast op hoge snelheid langs een verlaten industrieterrein waar je vlakschuurmachines en betonboren kunt huren, maar ook een aanhangwagen voor het verplaatsen van een grenen bankstel.

Kilometers later klinkt opluchting in de stem van dezelfde verslaggever. „Ja, dit zijn mooie plaatjes. Het Amstelhotel, Carré en verderop in de bocht de Stopera.”

In het Vondelpark zie ik een jongetje langs de kant mee rennen met de koplopers. Hij heeft een korte broek aan en gewone schoenen. Hij loopt zijn eigen voeten voorbij en moet al na twintig meter stoppen. Nu weet hij voorgoed hoe hard een marathonloper gaat.

De twee Kenianen Lawrence Cherono en Norbert Kigen liggen op kop en strijden om de winst. Een man achter op een motor wijst op het gevaar dat ze met hun schoenen in de tramrails bekneld raken. De twee komen het Olympisch Stadion binnen. Na de eindstreep valt Kigen in de handen van winnaar Cherono. Twee blije gezichten.

Een paar minuten later arriveert Abdi Nageeye in een nieuw Nederlands record. Doodop hijgt hij uit, op zijn rug liggend. Iemand gooit een reuzenhanddoek over hem heen. „Mijn lichaam is naar de kloten maar ik geniet ervan”, zegt de geboren Somaliër in smakelijk Nederlands. Hij toont iedereen zijn glimlach.

Het is rond twaalven in de middag, de temperatuur stijgt tot boven de twintig graden. Van bovenaf gezien weerkaatsen ruiten van Amsterdamse panden het zonlicht, als een knipoog naar de blauwe lucht.

Er werd goed gezorgd voor elkaar en de stad.

Het was een lieve marathon.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.