Het taboe op homoseksualiteit in de sport blijft

Homoseksualiteit

De aanvoerders in de hoogste divisies van het voetbal droegen in het weekeinde een aanvoerdersband in regenboogkleuren.

Aanvoerder Karim El Ahmadi van Feyenoord komt met regenboogband het veld op voor de wedstrijd tegen PEC Zwolle. Foto Kay in 't Veen/ANP

Profvoetballer Bram van Polen heeft nooit een homoseksuele teamgenoot gehad. Althans, niet dat hij weet. Hooguit heeft de aanvoerder van PEC Zwolle zijn „vermoedens” gehad bij enkele medespelers, maar daar bleef het bij.

Frank Korpershoek, aanvoerder van eerstedivisieclub Telstar, zegt hetzelfde. Ook in de elftallen waarin hij speelde, week niemand openlijk af van het overheersende beeld dat zij allen heteroseksueel zouden zijn. „Terwijl dat statistisch gezien onmogelijk is”, zegt Korpershoek.

Van Polen (32): „Als het waar is dat ongeveer één op de elf mannen homoseksueel is en je ziet dat vrouwelijke voetbalsters en hockeysters er wel voor uitkomen, dan klopt dat niet. Is voetbal een sport die hen minder zou aantrekken? Is het wereldje met alle media ongeschikt voor een coming-out? Ik zou het leuk vinden, een homoseksuele speler bij Zwolle. Onze club zou een ideale plek ervoor zijn. Nieuwe jongens voelen zich hier snel thuis, de pers zit er niet zo dicht op als bij Ajax en Feyenoord. Ik weet zeker dat het heel veel positieve reacties zal losmaken.”

Diversiteit en acceptatie

Net als alle aanvoerders in de hoogste twee voetbaldivisies droegen Van Polen en Korpershoek afgelopen weekend een aanvoerdersband in de kleuren van de regenboog, om aandacht te vragen voor diversiteit en acceptatie in de sport. Voetbal voor iedereen, ongeacht culturele achtergrond, huidskleur, ras, seksuele voorkeur of religie, benadrukt spelersvakbond VVCS, die het initiatief nam met de John Blankenstein Foundation (JBF). „Elk beetje enthousiasme dat hieruit voortkomt is winst”, zegt voorzitter Karin Blankenstein. Ook in de hockeyklasses droegen aanvoerders de banden.

In het huidige decennium blijkt de nood aan tolerantie en bewustwording nog even hoog als in de jaren tachtig, toen John Blankenstein eerste topscheidsrechter was die openlijk uitkwam voor zijn geaardheid. Sindsdien verrezen er overdekte arena’s, produceerden fabrieken voetbalvelden van plastic, hingen pioniers camera’s op de doellijn en betaalden clubs meer dan tweehonderd miljoen euro voor één speler. Maar één aspect in die wereld vol vooruitgang bleef onveranderd: het taboe op homoseksualiteit in de sport. In Nederland zijn er nog altijd geen profs uit de kast gekomen.

Lees ook ons eerdere interview met Karin Blankenstein: ‘Ik wil niemand uit de kast halen.’

Voetballer Robby Rogers

Elders zijn ze er wel geweest. Spelers zoals de Duitse ex-prof Thomas Hitzlsperger in 2014, de bekendste van allemaal, en de Amerikaanse aanvaller Robby Rogers in 2013. Rogers, tegenwoordig spelend voor Los Angeles Galaxy, had niet langer de kracht om zich anders voor te doen dan hij was. Na zijn boodschap leverde hij zijn contract bij het Engelse Leeds United in, weg van de stadions waar de Britse voetballer Justin Fashanu sinds zijn ‘coming-out’ in 1990 zo was verketterd. Fashanu, door zijn wereldberoemde trainer Brian Clough eens een „vuile flikker” genoemd, maakte acht jaar later een einde aan zijn leven. Ongeliefd en vereenzaamd.

„Ik ben al acht jaar bezig, maar het blijft een ding”, zegt Karin Blankenstein. „De voetbalwereld doet aan schijntolerantie.” Ofwel, individueel pleit een ieder voor vrijheid, maar ondertussen heerst in brede zin juist een cultuur die het tegenovergestelde symboliseert. Voetbal als wereld van macho’s. Stoere kleedkamerpraat. „Daar ben ik het honderd procent mee eens”, zegt Korpershoek. „Het zit zo diep in de cultuur dat ik vrees dat we dit niet binnen enkele jaren kunnen veranderen.”

Te gek voor woorden

Zelf betreurt Korpershoek dat het nodig wordt geacht dat hij en de andere aanvoerders in het profvoetballers een regenboogband moeten dragen. „Dat we in 2017 nog dit soort zaken via deze weg bespreekbaar moeten maken, dat is toch apart?” PEC-Zwolle captain Bram van Polen: „Het is eigenlijk te gek voor woorden. In een land als Nederland, waar we het vaak over vrijheid hebben, zou dit niet nodig moeten zijn. Maar laten we dit soort acties vooral blijven herhalen. Ik heb aan de club voorgesteld om de aanvoerdersband van zaterdag te veilen. Het geld dat we daarmee ophalen zouden we dan aan een stichting kunnen schenken.”

Volgens Korpershoek belemmert de sfeer in stadions een eventuele coming-out. „Ik weet zeker dat spelers in hun eigen omgeving worden gesteund, dat iedereen hen aanmoedigt en blij voor ze is. Maar speel je een uitwedstrijd, dan is de kans groot dat je het mikpunt van spot en spreekkoren wordt. Zolang voetbal gepaard gaat met vijandigheid, zal dat waarschijnlijk altijd zo blijven. Of je moet heel sterk in je schoenen staan.”

Ideale wereld

In de ideale wereld van Karin Blankenstein hoeven topspelers niet na hun carrière uit te komen voor hun geaardheid. Zij heeft het liever andersom. Dat jongens als tiener openlijk kunnen uitkomen voor hun seksualiteit en vervolgens uitgroeien tot misschien wel een speler van wereldniveau. „Gelukkig is er nu een nieuwe generatie opgestaan die misschien wel een kentering teweeg brengt. Die zeggen: zo ben ik, take it or leave it. Homoseksualiteit is nu nog vaak een rugzakje wat de speler bij zich draagt, een belemmering. Daar moeten we het over blijven hebben. Als het aan mij ligt doen we dit elk jaar weer.”