‘Ergens tussen Australië en hier ligt het perfecte hockey’

Graham Reid, hockeycoach

Een dubbelrol bij Oranje en Amsterdam geeft Australiër Graham Reid veel invloed. „Je móét vertrouwen hebben in jongere spelers.”

Graham Reid heeft een machtige positie in het Nederlandse hockey. Foto Olivier Middendorp

„Mannen, kom op, bewegen!” De ‘g’ van de gedrongen Australiër die voor de dug-out van Amsterdam staat te ijsberen, klinkt alsof hij al maanden op alleen die ene letter heeft geoefend. Als hij zich even later in de topper tegen Kampong (2-2) opwindt, gaat dat in het Engels. Een luide ‘no’ met veel o’s bekt ook lekkerder.

Graham Reid (53) is na ruim twintig jaar terug bij Amsterdam. Toen hij als middenvelder in 1993 zijn eerste seizoen voor de club speelde, werd Amsterdam voor het eerst in negentien jaar landskampioen. Hij denkt dat dat gegeven hem misschien het benodigde krediet gaf om als buitenlander een grote rol binnen de club te krijgen, in de eerste plaats als coach.

De taal bleek hij weer vrij snel te kunnen oppikken. Twee keer per week schuift hij met speler en landgenoot Fergus Kavanagh aan bij een cursus op de club. De stad is wel wat veranderd, zegt Reid. Amsterdam is kosmopolitischer dan twintig jaar terug, meer mensen spreken Engels. En het is duurder, vanzelfsprekend. Toen woonde hij in de Negen Straatjes, nu via een oud-teamgenoot uit zijn Amsterdam- jaren aan een gracht in de Jordaan. Met zijn vrouw en twee kinderen. De auto waarmee hij in zijn oude woonplaats Perth boodschappen deed, is weer ingeruild voor de fiets. Een e-bike. „Dat moet je eigenlijk nooit aan iemand vertellen.”

Reid won met de nationale ploeg van topland Australië vier keer de Champions Trophy, brons op het WK van 1990 en zilver tijdens de Spelen van Barcelona in 1992. Als coach leerde hij jarenlang van Ric Charlesworth, legendarisch in Australië, en nam hij in 2014 het nationale team over. Twee Champions Trophy-titels en een Hockey World League-titel later werd de kansloos verloren kwartfinale in Rio tegen Nederland (0-4) vorig jaar zijn einde.

Dubbelfunctie

Het was uitgerekend de coach die hij in Brazilië had moeten feliciteren, Max Caldas, die hem maanden later opbelde. Hij had vast gelezen dat Reid zonder functie zat, wilde zelf wat in zijn staf veranderen na de vierde plaats in Rio en wist ook dat Amsterdam na het vertrek van Dirk Loots zonder coach zou zitten. „Max zei: ‘zeg het me als je dit ongepast vindt, maar zou je een combinatie van deze twee functies zien zitten?’”, zegt Reid.

Een opmerkelijke constructie, maar een noodzakelijke, omdat Reid anders niet betaald kon worden; Caldas is de enige fulltime coach bij het Nederlands team. Ja, daar vindt Reid ook wat van, heeft hij de bond ook laten weten. In Australië had hij drie fulltime assistenten, maar in Nederland is de rol van clubs veel groter, ook dat weet hij. Maar nu kwam het dus voor dat de assistent-bondscoach tijdens het gewonnen EK afgelopen zomer soms tussendoor weg moest omdat hij bij de club nodig was. „Nu gaat het allemaal nog, ik maak gewoon langere dagen. Het gaat om steun vanuit beide kanten en die is geweldig geweest tot nu toe. Er komen vast lastigere periodes, maar het scheelt dat ik passie voor de sport heb.”

Die passie en vooral een sterke eigen mening is waarom zijn rol groter lijkt dan alleen die van coach, zeker bij Amsterdam. Als het aan hem ligt, verandert er structureel iets bij de hele club. „Ik zie nu dingen die ik niet zag als speler, dingen die ik zou willen aanpakken.” Eén van die dingen: meer spelers in Heren 1 uit de eigen jeugd. Voor een club met ruim tweeduizend leden zijn het er veel te weinig, vindt hij. En hoe het komt? „Daar wil ik achter proberen te komen.” Hij heeft het gevoel dat het hoogste team bij de mannen de afgelopen jaren niet zo ontvankelijk is geweest voor spelers uit teams daaronder. „Maar dat is wellicht een probleem in heel Nederland. De enorme competitie zorgt voor minder loyaliteit. Toen ik in Brisbane woonde, waren er weinig clubs; je bleef bij je club tot je doodging. In Perth was het al meer zoals hier.”

Kans voor jonge spelers

Amsterdam wordt ook als ietwat arrogant gezien misschien, zegt Reid. Dat vertelden Australische spelers hem weleens in het verleden, zelf zag hij het nooit zo. „Misschien ligt het aan hoe de club aan de buitenwereld wordt gepresenteerd, dat het de club van de rijken is of zo.” Wat hij nu doet, is meer jonge jongens de kans geven. „Dat zag ik bij Australië: als je een grotere basis wil hebben, moet je vertrouwen hebben in de jongere spelers. Ik wil uiteindelijk een team dat goed de bal laat rondgaan en waarbij iedereen bijdraagt aan een resultaat. Niet alleen een kern van drie, vier goede spelers.”

Flamboyant spel, zonder de houding die daarmee soms geassocieerd wordt, dat is wat Reid graag zou zien. Bij Amsterdam, bij het Nederlands team. „Ik geloof nog steeds dat het perfecte hockey ergens tussen Australië en Nederland ligt.” Tussen het directe, aanvallende spel van de Australiërs en het traditioneel wat meer behouden spel van de Nederlanders. „Er zit nog steeds veel rek zit in de spelers. Het belangrijkste is dat iedereen bereid is om nog beter te willen worden.”

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de lessen Nederlands die Reid krijgt gegeven werden door speler Fergus Kavanagh. Dit klopt niet, hij volgt de les mét Kavanagh samen.