Recensie

Behaagzieke humor ontneemt dit vampierentheater alle drama

Regisseur Jeroen De Man is gefascineerd door vampiers. Maar ‘Kinderen van Judas’ heeft erg weinig ernst en wat veel humor. Daardoor ontbreekt drama.

Verveelde vampiers, dat is een noodlottige combinatie. Of een vampier met een burn-out – en dat al zeventig jaar. Regisseur Jeroen De Man en zeven spelers maken bij Toneelgroep Oostpool en Het Nationale Theater de voorstelling Kinderen van Judas met als ondertitel ‘Vampiers bestaan’. Punt. De Man, afkomstig van het collectief De Warme Winkel, roept een grimmige onderwereld op van bloedzuigende ondoden ofwel levende doden, die vampiers zijn. Hun lange hoektanden glinsteren, ze dragen bizarre kledij.

Theaterbloed en kaasschaaf

Vampiers kennen een lange traditie in literatuur, film, schilderkunst. Verrukkelijk griezelen, dat doen we bij vampier- en horrorfilms als Dracula of Twilight. En nu: in het theater.

De acteurs krijgen van de regie alle vrijheid om te improviseren op enge dan wel humoristische vampierscènes. Het begin is meteen het beste: acteur Vincent van der Valk begeleidt zichzelf op de piano in een brutale variatie op Herman van Veens liedje Liefde van later: ‘Als een vampierleven zoveel jaar kan duren…’ De rode gordijnen gaan open en er ontvouwt zich een chaotisch toneelspel dat boeiende scènes kent, maar waar zijn de vampiers? Het gaat op geestige wijze over misverstanden, over de aanbeden vrouw Aura die geschenken als een leeg doosje of kaasschaaf uitdeelt. Er vloeit toneelbloed, maar het wordt nooit macaber of rillerig.

Brute liefdesdans

Een enkele scène is boeiend vanwege de surrealistische gekte die De Man aanbrengt. Zo praat een speler razendsnel door in zijn doodskist en vechten aan het slot twee vampiers in een brute liefdesdans op de klanken van Nights in White Satin. Ze zijn omhuld door bebloed plastic. Mooi en ook tragisch. Maar wat zich wreekt is een foute stijlkeuze. Deze Judaskinderen zouden bloedernstig moeten zijn, maar behaagzieke humor haalt elke keer het drama weg. Tot je niets overhoudt.