Recensie

Sappige BicMac, lekker doorsnee

De nieuwe Opel Insignia Tourer heeft veel laadruimte. Je zou erin kunnen kamperen, schrijft .

De enige klacht over de Insignia Sports Tourer Business Executive 1.5T: de achterbank zit vreemd laag. Opel heeft hoofd- en beenruimte willen winnen met korte, vlakke zittingen die hun doel vervullen maar het zitcomfort beperken. Anderzijds nestelen zich daar toch Jeffrey en Kayley, acht en tien, die net zo makkelijk in mama’s Aygo passen. Voor hen is papa’s nieuwe leasegeluk het paradijs.

Voor papa zelf ook. De rugleuning kan plat en dan ontstaat een bijna vlakke laadvloer van twee meter. Je zou er op de camping in kunnen overnachten. Opel-stellen zullen dat een oneerbaar voorstel vinden. Die hebben hun kanjers en dus een caravan, of ze gaan vliegen. Naar een resort tussen andere Hollanders, lekker normaal in een fout land dat Volvo-rijders op principiële gronden mijden. Zulke vriendelijke mensen, niks geen narigheid.

Zo lacht het leven in een Opel. Vroeger heetten Opel-combi’s Caravan, een naam die hun plaats onder de zon met dodelijke onschuld trof. Ook als hij er niet zat, zag je als een kaïnsteken de trekhaak zitten die Opels toekomt als het Holland van de PVV zijn tulpen en zijn molens.

Drama

Toch was ik dol op die auto’s. Ze streden met ere, underdogs die hun nederige stand te lijf gingen met het enige waarin ze groot konden zijn: ruimte. Mijn favoriet was de Omega station, een soort Duitse Volvobaksteen zonder ingenieurs- of meestertitel, gepokt en gemazeld op de school des levens. Hij stal mijn hart, de occasionhandelaar die ik zo’n brave borst zag aanprijzen als ‘nette caravantrekker’.

Toen besloot Opel met de Insignia de betere middenklasse op te zoeken, mensen die Opels onder hun stand vonden en nu eindelijk het licht zouden zien. De stationversie werd een lifestylecombi met sportief schuin geplaatste achterruit. Ze noemden hem Sports Tourer, een naam voor de hockeywereld die Volvo als sponsor van het nationale team al tegen ongewenste indringers had afgeschermd. Aan zijn onmogelijke taak, eindelijk meetellen, werd zelfs het laadvermogen opgeofferd. De beleving werd bediend met een multimediasysteem en pseudo-chique materialen, maar voor dat stukje status leverde je als Opel-man ten opzichte van de Vectra C 300 liter vrachtruim in, terwijl de target customer niet uit zijn Volvo bleek te branden. Het was een drama.

De nieuwe Sports Tourer krijgt er ruim honderd liter laadvolume bij en al was de Omega groter, de designboys hebben door hun roze brillen weer de taal des volks gevonden. Ze hebben een sappige Big Mac gebakken, kingsize doorsnee. De testwagen is toegetakeld met een spoilerdreigpakket dat zijn schaapachtigheid niet maskeert maar uitvergroot, de dikke velgen zijn een persiflage op zijn wezen. Je hebt hem niet voor de sprints, dit vijf meter lange vrachtschip met de burgerlijke vrede van een echte Opel.

De luxe erft hij van zijn voorganger. Lokale Opel-jongens vinden het net een Audi met die fancy knoppen voor de airco en de sfeerverlichting in de deuren. Dat zien ze goed. De naam lalt als voorheen de deftigheid van de beau monde na: Business Executive, ga weg. Maar de premiumpraal is verlost van de valse pretentie die als een zwerende splinter in het vorige model stak. Assistentiesystemen, online wifi en led-verlichting congrueren ditmaal met de degelijke stijl van het huis, modern zonder fratsen. Hij is weer dienstwagen, iets te dienstbaar soms, met een computerstem die voor files waarschuwt waar je al een halfuur in staat. De hoofdzaak is: hij ruikt, voelt – en hij klinkt als een Opel.

Dat is merkwaardig, omdat de motor nieuw is. Het is de 1.5 liter turbo die met naar keuze 140 of 165 pk waarschijnlijk de meest gevraagde wordt, nu diesel uit de gratie is. Het is typisch zo’n downsize-blok waar zich geen kwaad woord over laat zeggen. Het presteert goed met een ietwat lijzige dynamiek die je door de indirecte reactie op het gaspedaal niet fysiek ervaart, hoewel je voelt dat je niet langzaam bent; alsof je in een simulator zit die een Opel nadoet. De indruk wordt versterkt door de wat vage, weke slagen van de versnellingsbak, die voor Opel-rijders een feest der herkenning zullen zijn; net als vroeger.

Het zijn kleinigheden. In afwerking, geluids- en rijcomfort behoort de Insignia tot de beste in een klasse die hij voor het eerst op voet van gelijkwaardigheid betreedt. Niet schrikken van de prijs voor de met opties volgestouwde testauto: met deze motor heb je hem voor 36.000 euro. En op dat bedrag is het ultieme Opel-woord van toepassing: netjes.