Opinie

Rutte III; eindelijk gebeurt er eens iets

En, schieten we er rechtsstatelijk wat mee op, met het regeerakkoord van Rutte III? Het antwoord is ja en nee en dat hoeft niet te verbazen met deze coalitie van bakfiets en kerkbank, zoals deze krant het zo beeldend samenvatte. Maar over het geheel genomen ben ik niet eens ontevreden. Er worden een paar vastgelopen dossiers los gewrikt, er wordt noodzakelijk achterstallig onderhoud gepleegd, kortom, er gebeurt eindelijk eens iets.

Dan accepteer ik dat rechts ook tevreden moet worden gesteld; met een verlenging van de voorlopige hechtenis voor ‘terugkeerders’ uit IS-gebied, een verplichting voor verdachten van zware misdrijven om op de zitting te verschijnen en een inperking van de voorwaardelijke invrijheidstelling tot twee jaar en striktere toekenning ervan. Het is vooral bedoeld om streng en repressief over te komen – de praktijk van het strafrecht zal er inhoudelijk weinig door veranderen.

De vraag hoelang een straf mag duren, of zal duren, wordt straks door de strafrechter gewoon ‘ingeprijsd’ bij de uitspraak. Alleen bij de zeer lange tijdelijke celstraffen maakt de beperking tot twee jaar voorwaardelijke invrijheidstelling iets uit, maar dan zijn we bij een categorie zware jongens waar een jaartje meer of minder er niet zoveel toedoet. Kortom, een typische perceptie-maatregel, afgedwongen door publieke ophef en verder nergens goed voor.

Dat geldt ook voor de anti-terreurmaatregel en het verbod voor verdachten van zware misdrijven om bij de zitting verstek te laten gaan: symboliek. Tot nu toe keren weinig uitreizigers terug. Doen ze dat wel, en worden ze hier door de molen gehaald, dan hoop ik op een normale strafrechtelijke bejegening – inclusief strafexecutie, resocialisatie en rehabilitatie. Officiële vervreemding, waar ik gedwongen denaturalisatie voor (alleen) dubbele paspoorthouders toereken, leidt slechts tot verbittering en voortdurende haat. Maar goed, ik ben vergevingsgezind (lees: doopsgezind) opgevoed.

De meerwaarde van het verbieden van ‘outlaw motor gangs’ begrijp ik intussen nog steeds niet. De dag dat zo’n club wordt verboden neemt ze een andere naam, nieuwe statuten en trekken ze andere hesjes aan. En wat dan, OM, nog eens proberen? Het blijft symptoombestrijding. Pak ze op wat ze doen, niet op de poppenkast waarmee ze zich manifesteren.

Belangrijker is dat dit kabinet eindelijk een experiment toelaat dat wellicht de macht van de criminele (export) wietkwekers inperkt. De patstelling in het ideologische debat tussen doven is tenminste doorbroken. Hetzelfde geldt voor een ‘ondermijningsfonds’ en dito wet. Er is naar Brabant geluisterd; nu moet het gezag daar (fiscus, bestuur, handhaving, rechtspraak) ook leveren. Ook de impasse in het prostitutiedebat is doorbroken, met een pooierverbod, uitstapprogramma’s en consequenter toezicht op de branche en de sekswerkers. De liberale aanpak is daar op z’n grenzen gestuit, lijkt mij. D66 mag de ChristenUnie voor dit staaltje gezond verstand wel dankbaar zijn.

Ook naar de rechtspraak en de critici van het falende juridische toernooimodel is geluisterd, zij het bescheiden. Er komen mogelijkheden om te experimenteren, zodat de Raad voor de Rechtspraak zijn innovatie-ambities kan waarmaken. Er komt meer ruimte voor mediation, zo lijkt het zelfs. Verder blijft de (bestuurs)rechtspraak verschoond van nieuwe, vooral beschadigend gebleken pogingen om tot reorganisatie te komen. Er worden ‘in beginsel’ geen gerechten opgeheven, staat in het akkoord. Status quo dus, waarmee de geschiedenis weer heeft gewonnen. Het reorganiseren van staatsinstellingen behoort eigenlijk tot de onmogelijkheden, zeker als ze historisch geworteld zijn. Dat betekent dus dat we met de optocht van vier (andere zeggen vijf of zelfs zes) hoogste bestuursrechters blijven zitten. De oplossing ligt daar bij al die colleges zelf – komen die met een logische herordening of fusie, dan gaat de politiek volgens mij stilletjes akkoord.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht