Regeerakkoord

PvdA paste op ‘bakfiets’

Als meelijdend sociaaldemocraat vroeg ik me destijds, na de electorale ramp, af of dat herbronnen waaraan de PvdA maar weer eens zou beginnen per se in de oppositie moest. Het stukje staat nog op de site van de Wiardi Beckman Stichting, zag ik.

Nu lees ik het regeerprogram van Rutte III en ik denk: die vraag was zo gek nog niet. In ruil voor stabiliteit, die de nieuwe coalitie zo node mist, had de PvdA het voorgenomen beleid op voor haar belangrijke punten (arbeidsmarkt- en inkomenspolitiek) naar zich toe kunnen trekken. Toch? Alsof het alternatief van juniorpartner zijn in een linkse oppositie zo aanlokkelijk is!

In Nederland betekent politiek: vanuit grote idealen kleine stapjes zetten. Een processie, jawel. Maar waarom loopt de PvdA wel mee als dat een treurmars is en niet nu het met vrolijke belletjes gaat? Present als er hard bezuinigd moet worden, absent nu er, dank zij die inspanning, uitgedeeld kan worden.

Als een ‘kabinet van bakfiets en kerkbank’ typeert NRC Rutte III (11/10). Beide attributen zijn, als je even niet denkt aan het yuppenvehikel, prominent aanwezig in de geschiedenis van de PvdA.

De partij had als de bestuurderspartij die ze tegen wil en dank is best gepast op deze bakfiets, waarop we nu Jeroen Dijsselbloem met de noorderzon zien vertrekken.