Commentaar

Beslotenheid formatie is funest voor het democratisch proces

Met de aanstelling van VVD-leider Mark Rutte als formateur is de laatste fase van de kabinetsformatie begonnen. Volgens Rutte is het streven dat het nieuwe, uit zestien ministers bestaande kabinet over een kleine twee weken op donderdag 26 oktober wordt beëdigd. Het zal tijd worden. Ooit was het zo dat voor het in elkaar zetten van een nieuw kabinet alleen de figuur van een formateur nodig was. Volgens die lijn doorredenerend is met de benoeming van Rutte de formatie pas nu begonnen.

De werkelijkheid is dat sinds de verkiezingen van 15 maart al 213 dagen zijn verstreken. Daarmee gaat deze formatie de boeken in als de langdurigste ooit.

Opmerkelijk is dat dit trieste record alleen mondjesmaat aan de orde kwam, toen de Tweede Kamer donderdag met informateur Zalm sprak over het eindverslag van zijn werkzaamheden. De meeste fractievoorzitters concentreerden zich op de inhoud van het regeerakkoord, ook al is daar nog alle tijd voor als het derde kabinet-Rutte zich over enkele weken officieel met de regeringsverklaring aan de Tweede Kamer presenteert.

Toch is het zeer wenselijk dat de Tweede Kamer, die sinds 2011 de kabinetsformatie volledig naar zich toe heeft getrokken, nog eens kritisch terugblikt. Niet om het besluit om de Koning geen rol meer te geven tegen het licht te houden. De lange duur is vooral een gevolg van het gegeven dat maar liefst vier partijen nodig waren voor een parlementaire meerderheid, en de wens van de aanstaande coalitiepartners alles zo veel mogelijk vast te leggen. Met het al dan niet betrokken zijn van de Koning heeft het niets te maken. Terugkeer naar de oude situatie zoals door enkele politici na de eerste hobbels bij de formatie werd gesuggereerd, is dan ook niet gewenst.

Lees ook deze reconstructie van de formatie:Rutte III, een klein wonder is het wel

Wel kunnen vraagtekens worden gezet bij de rabiate beslotenheid waarin de onderhandelingen over het regeerakkoord hebben plaatsgevonden Die vraagtekens kan vooral de leider van D66, Alexander Pechtold, zich aantrekken. Immers, de aanklacht in het Appèl waarmee in 1966 het startsein werd gegeven voor de oprichting van Democraten 66, was dat de kiezer wel mocht stemmen maar niet mocht kiezen.

Echter, de kiezers mochten de afgelopen maanden zelfs niet weten waartussen werd gekozen. En dan zijn er opeens pure verrassingen, zoals de veelbesproken algehele verhoging van het lage btw-tarief die in geen enkel verkiezingsprogramma van de coalitiepartijen is terug te vinden en waarover dus ook geen kiezer zich heeft kunnen uitspreken.

Enig inzicht geven waar men als onderhandelaars mee bezig is, noem het verantwoording afleggen, is iets anders dan in het openbaar onderhandelen. Maandenlang in afzondering met elkaar opgesloten zitten om uiteindelijk een uiterst gedetailleerd en dichtgetimmerd akkoord door het luik naar buiten te werpen, getuigt van een onvoorstelbaar dedain voor de kiezer. Het is bovendien funest voor het democratisch proces waarbij ook een rol is weggelegd voor de oppositie.

Eén van de weinige vragen aan informateur Zalm in het Kamerdebat was waarom hij zo weinig van zich had laten horen. De vraag van SGP-fractievoorzitter Van der Staaij was aan de verkeerde persoon geadresseerd. Niet de ‘procesbegeleider’ had meer naar buiten moeten treden maar de onderhandelaars van de vier partijen. Tot snelheid heeft het zelfgekozen zwijgen van de aanstaande coalitiepartners getuige het duurrecord in elk geval niet geleid. Wel tot verdere vervreemding tussen de Haagse politiek en de rest van het land.

Het regeerprogramma is er. Nu komt het aan op de mensen die dit moeten gaan uitvoeren. Ruttes mede-onderhandelaars zijn dat in elk geval niet. Sybrand Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) blijven als fractievoorzitter in de Tweede Kamer zitten. Dit geeft ongetwijfeld een interessante dynamiek. Maar of deze rolverdeling met dit uiterst gedetailleerde regeerakkoord ook zal leiden tot meer dualisme en betekenisvolle invloed van het parlement valt te betwijfelen. Met de architecten van het regeerakkoord op spilfuncties in de Tweede Kamer valt eerder het omgekeerde te vrezen. Waar waakhonden gewenst zijn, hebben zich schoothonden genesteld.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.