Pff, heet. Even met mijn keelzak flapperen

Illustratie Irene Goede

Zelfs in de heetste woestijnen wonen vogels. Bijvoorbeeld duiven, gieren en uilen. Er bestaan ook cactuswinterkoninkjes. En pinguïns die in de woestijn broeden, langs de kust van Zuid-Afrika.

Hoe houden die vogels zichzelf koel? Ze kunnen niet zweten, want ze hebben geen zweetklieren. Duiven hebben wel iets wat op zweet lijkt: er ontsnapt water uit superkleine bloedvaatjes, vlak onder de huid. Daardoor wordt de huid vochtig. Als het vocht verdampt koelt de huid af. Net als jouw huid wanneer je zweet. Of nat uit zee komt.

De meeste vogels koelen af door te hijgen. Net als honden, die ook niet zweten. Door dat hijgen verdampt er veel water uit hun longen en mond. Dat koelt lekker af. Maar het kost wel veel energie. De ademspieren moeten hard werken. Dat levert juist weer warmte op. Net zoals jij warm wordt van hardlopen.

Vogels in écht hete streken doen daarom iets anders. Zij flapperen met hun keelzak. Dat kost veel minder kracht dan hijgen. Pelikanen doen dat, en aalscholvers. Maar ook vogels met een veel kleinere keelzak. Zoals nachtzwaluwen. Zij lijken een beetje op zwaluwen en uilen, maar ze zijn er geen familie van. Sommige soorten leven in Europa. Andere in bloedhete woestijnen. Hun keelzak heeft aan de binnenkant allemaal haarfijne bloedvaatjes. Die geven water aan de lucht af.

Biologen wilden weten hoe goed die keelzak precies werkt. Ze stopten nachtzwaluwen in een plastic buisje. Met slangetjes lieten ze daar lucht in en uit stromen. Ze maten hoeveel waterdamp er in de uitgaande lucht zat. Dat was het water uit de keelzak van de vogels. Ze maten hoeveel zuurstof er in en uit stroomde. Dat verraadde hoe hard de vogels moesten ‘werken’. En ze maten hoe warm de vogels het hadden, met een piepklein thermometertje in de buik. Toen draaiden de biologen langzaam de temperatuur omhoog.

De keelzak werkte héél goed, ontdekten ze. Nachtzwaluwen raken er per minuut vier keer zoveel hitte mee kwijt als ze zelf produceren. Het kost ze nauwelijks energie en ook maar weinig water. Ze blijven topfit tot het ruim 60° Celsius is. Pas daarboven wordt hun lichaam warmer. Toen stopten de biologen het proefje. Anders zou het te zielig zijn. Daarna mochten de vogels lekker koel water drinken. Om hun vocht weer aan te vullen. In de woestijn moeten ze dat ook. Bloedhitte vinden ze prima, zolang er water is.

Bron: Journal of Experimental Biology, 1 oktober