Column

Markthal 2.0

Begin dit jaar deed ik op deze plek nog een wanhopige oproep aan Rotterdammers om de Markthal te redden, maar ook ik vrees inmiddels dat de overdekte versmarkt in de huidige vorm reddeloos verloren is. Het gebouw zelf zal altijd wel een toeristische trekpleister blijven, maar de ondernemers die afgelopen week een brandbrief stuurden aan de gemeente, hebben gelijk: er moet nu echt haast gemaakt worden met een Markthal 2.0.

Zoals we weten, lieten de Rotterdammers – de doemdenkers voorspelden het al – de (wat duurdere) markt links liggen en komen toeristen er niet voor een pond gehakt of een kilo appeltjes. Ze maken er een selfie met het spectaculaire plafond op de achtergrond, eten een pasta bij Jamie Oliver of een patatje bij Bram Ladage en nemen hooguit een pak stroopwafels of stuk Goudse kaas mee naar huis. De stevige huurprijzen, servicekosten en verplichte openingstijden (7 dagen per week van 10.00 tot 20.00 uur) drukten zwaar op de kraamhouders.

Velen wisten het hoofd niet boven water houden, met leegstand als gevolg. Er verrezen vage pop-upzaakjes en vestigingen van grotere ketens, maar daarmee verdween de charme van de versmarkt en liepen ook die zeldzame Rotterdamse klanten als ik weg. Het sluiten van het toonaangevende Fresh Food Friends afgelopen juni (met gerenommeerde producten van Schmidt Zeevis en wildhandel Treuren) was wat mij betreft de nekslag.

De gemeente wil waar mogelijk helpen, maar de bal ligt uiteindelijk bij eigenaar Klépierre, die zichtbaar worstelt met een visie. Het verlagen van de huurprijs of servicekosten lijkt misschien een logische oplossing, maar de hal moet wel rendabel blijven.

Ook over de koers is onenigheid. Een aantal ondernemers vroeg, om te kunnen overleven, verruiming van hun vergunning, zodat ze aan hun kraam ook een wijntje en hapje kunnen serveren, maar horecaondernemers in de hal beschouwen dat als kannibalisering.

Toch denk ik dat er helaas niets anders opzit dan de romantische gedachte van een overdekte versmarkt in het centrum van de stad – zoals in Barcelona en Kopenhagen – los te laten en te gaan denken aan een formule als in de Amsterdamse Foodhallen, met veel kleine eetkraampjes en een centrale plek in de hal om het eten te nuttigen. Maar ook dan is het de vraag of Rotterdam daar het juiste publiek voor heeft en of de Fenix Food Factory niet al in deze behoefte voorziet. En zitten buitenlandse toeristen en dagjesmensen uit de provincie wel te wachten op een formule als in Amsterdam (met toch wel een heel hoog hipstergehalte)?

Laten we hopen dat de nog in te huren externe adviseur ons het licht laat zien. Vooralsnog troost ik me met de gedachte dat , wat er ook gebeurt, de Markthal nog altijd een aanwinst is voor de stad en hoe dan ook heeft bijgedragen aan de populariteit van Rotterdam. Dat kunnen ze ons in ieder geval niet meer afnemen. Maar doodzonde is het wel.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.