Column

Koningskind

Koning Willem-Alexander richtte zich in een persoonlijk dankwoord tot Arjen Robben. Zowaar vanuit Portugal waar hij op staatsbezoek was. Máxima stond naast hem en knikte goedkeurend. De inwoners van Bedum zaten bij hun houtkacheltje te snikken. Willem-Alexander: „Als ik zie hoe Arjen Robben zijn laatste wedstrijd gespeeld heeft, dan wil ik hem hier hartelijk danken voor wat hij voor het Nederlands elftal gedaan heeft.” Toch noemde het staatshoofd het treurig dat Nederland zich niet heeft gekwalificeerd voor het WK in Rusland. Maar dat lag niet aan Robben.

Misschien brengt de eerste kerstmuzak mij in de war, maar ik heb niet het gevoel dat Willem-Alexander woorden van gelijke strekking en lading zou uitspreken voor Wesley Sneijder of Rafael van der Vaart. En al helemaal niet voor Daley Blind. Vreemd was ook dat hij Dick Advocaat in zijn dankwoord links liet liggen. Dick heeft er, net als Robben, alles aan gedaan om Oranje van de dynamiek van de ondergang te redden. Zijn conduitestaat loopt over decennia.

Het koninklijke monoloogje aan het adres van een speler van het Nederlands elftal is een precedent. Hier mag het niet bij blijven. Voor hetzelfde geld verwachten nu ook Tom Dumoulin, Bauke Mollema, Epke Zonderland en Max Verstapppen een echo van vorstelijke dank. Ook zij zijn hartstochtelijk met hun vak bezig en dienen genereus het nationale geluk van de natie.

Dat het staatshoofd Arjen Robben er out of the blue uitpikte voor een emotionele handreiking was opvallend, maar niet onverwacht. Van alle Oranjespelers is Arjen sinds jaar en dag de meest furieuze op het veld. Ik hoor hem nog schreeuwen naar de ploegmaats tijdens zijn peptalk in Brazilië. Schuimbekkend, bijna, de ogen wild. Louis van Gaal stond naast hem, maar durfde zich niet meer te verroeren.

Ook in de wedstrijden inspireerde de winger met zijn niet te breken aanvalslust, in pure raidstijl, gelardeerd met dribbels en schijnbewegingen. Net als bij Dirk Kuijt stond er geen maat op zijn passie. Voor ‘een man van glas’ heeft hij de working class van het voetbal ongekende luister gegeven.

Buiten het veld altijd de ideale schoonzoon gebleven. Rellen noch kabaal, liefdevolle echtgenoot en vader, beleefd taalgebruik en ook vestimentair zeer gesoigneerd. Geen verfplekken en gaten in zijn jeans, de broek tot aan de navel. Rolmodel in vele opzichten.

Minpuntje: zijn eeuwige kermen en kreunen. Zeker, hij heeft veel geïncasseerd, maar hij ging ook graag liggen met gebaren van verontwaardiging als hooivorken. Un petit comédien. Boos was hij op zijn mooist, met dat gerimpelde voorhoofd en die koude lava in de ogen. Bevreemdend vond ik zijn hang naar handschoentjes bij de minste temperatuurval. Je verwacht het niet van een Groninger.

Bij Bayern München voelt hij zich thuis. Arjen Robben heeft het graag hoffelijk en wil rust in straat en stad. Nou, daar weten ze in München wel raad mee. Ik herinner me de droefenis van Jan Wouters toen die bij Bayern moest opstappen omdat zijn beide ouders in Nederland zwaar ziek waren. Het heeft hem veel moeite gekost om afscheid te nemen van de buren.

Kan Arjen Robben nog iets betekenen voor het Nederlands voetbal? Op het veld niet zoveel meer. Maar hij zou een perfecte assistent van de bondscoach kunnen zijn. Met iets meer baard.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver