Recensie

Jochem Myjer is hilarisch, energiek en soms ontroerend

Première

Jochem Myjers nieuwe programma Adem in, adem uit ging zaterdag in première in Carré. Myjer heeft een uitstekende balans gevonden tussen energieke nummers en rustpunten.

Jochem Myjer in zijn nieuwe programma Adem in, adem. Foto Anne Reitsma

Op stampende muziek van Armin van Buuren komt Jochem Myjer tevoorschijn uit een gigantisch ei. Deze spectaculaire opening zet de toon van Myjers zesde voorstelling, waarin hij zoals altijd op energieke wijze en met een grote hoeveelheid onbezorgde grappen vertelt over zijn leven. Het ei staat hierbij symbool voor de lente, voor de geboorte, maar ook voor de natuur en de vogels waar Myjer - opgeleid als bioloog - zo van houdt en die hem gemaakt hebben tot wie hij nu is.

In een strakke regie van Jos Thie vertelt Myjer in Adem in, adem uit over zijn gelukkige jeugd, zijn studie biologie en zijn eigen gezin. Hoewel een gelukkige jeugd en een gelukkig gezinsleven in de regel niet tot goed cabaret leiden, weet Jochem Myjer er genoeg inspiratie uit te putten. Zo vertelt Myjer in een hilarische conference over de vroegere autoritjes naar Texel, waarbij alle familieleden tot stripachtige karikaturen worden.

Myjer beoefent een aangenaam soort feelgoodcabaret en benadrukt dat zelfs verdrietige dingen in het leven, zoals de dood, mooie kanten hebben. Dit gegeven werkt hij verder uit in een paar mooie anekdotes over bijzondere kennissen die, te vroeg of precies op tijd, het leven lieten.

Weer op de bank vannacht

Myjer heeft in deze voorstelling ook een uitstekende balans gevonden tussen energieke nummers en rustpunten. Hoewel hij nog steeds af en toe over zijn woorden struikelt, neemt Myjer regelmatig de rust om een serieuze opmerking te maken of een ontroerend verhaal te vertellen. Wat overigens niet betekent dat Myjer een gezapige cabaretier is geworden. Hij maakt nog steeds veelvuldig gebruik van geluidjes, stemmetjes, raps en gekke dansjes.

Waar de liedjes bij collega’s als Youp van ’t Hek of Richard Groenendijk als rustpunten in de voorstelling fungeren, gebruikt Myjer ze juist om het tempo op te voeren. Myjer zit hierbij steevast zelf achter de piano en maakt ook gebruik van een bandopname, die voor een lekkere beat zorgt. Hoewel het hem niet altijd lukt om goed mee te spelen met de bandopname, werkt deze formule meestal goed. Zo laat hij het publiek vrolijk meezingen met een liedje over de kleine ruzietjes met zijn vrouw: „Ik slaap weer op de bank vannacht.” Ook de pauzefinale blijft nog dagenlang in je hoofd zitten.

Toon Hermans

Myjer is het minst sterk wanneer de vrolijkheid plaatsmaakt voor meer vileine humor. Myjers kritiek op biologisch eten, waarbij vooral de medewerkers van de Ekoplaza het moeten ontgelden, is nogal obligaat en bovendien erg behoudend. Blijkbaar mogen we Myjers ode aan de natuur en de dieren toch vooral niet opvatten als een aansporing om bewuster te consumeren. Ook Myjers verwijzing naar de zwartepietendiscussie - wanneer hij opmerkt dat we een zwart vogeltje straks zeker ‘roetveegvogeltje’ moeten gaan noemen - is erg flauw en conservatief.

Toen Myjer vorig jaar te gast was bij College Tour, verklaarde hij niet zo geïnteresseerd te zijn in maatschappijkritiek en zichzelf eerder als komiek dan als cabaretier te zien. Hij is inderdaad het beste wanneer hij de positieve dingen in het leven benadrukt en de humor zoekt in het kleine en het huiselijke.

Met zijn vrolijkheid en positieve kijk op het leven staat Myjer in de traditie van een andere grote komiek, die net als Myjer geen cabaretier genoemd wilde worden: Toon Hermans. Niet toevallig doet hij Hermans ook nog even na. Want net als Hermans is Myjer een vrolijke, positieve en talentvolle komiek die ons op het hart drukt dat we moeten genieten van de kleine en mooie dingen in het leven.