Hij schonk Boijmans een schat aan schilderijen

Hans Sonnenberg, die eind september overleed, verkocht als een van de eersten popart in Nederland.

Foto Vincent Mentzel

‘Een van de belangrijkste cultuurdragers van Rotterdam sinds de Tweede Wereldoorlog”, noemde de Rotterdamse kunstenaar Arie van der Geest hem vorige week op een herdenkingsbijeenkomst in museum Boijmans van Beuningen. Zo’n honderdvijftig mensen waren daar bijeen om eer te betonen aan kunstverzamelaar en galeriehouder Hans Sonnenberg, die eind september na een korte ziekte in het Erasmus Medisch Centrum overleed. „Je komt niet iedere dag iemand tegen die Andy Warhol persoonlijk gekend heeft”, zei van de mensen die hem tijdens zijn ziekte verzorgd had. Sonnenberg werd 89 jaar.

„Hij was een van de belangrijkste verzamelaars van de afgelopen vijftien jaar die ons iets geschonken heeft”, zegt Boijmans-directeur Sjarel Ex. „Een geweldige verteller, eigenwijs, kritisch, iemand die scherp vertrouwen had in zijn intuïtie voor kunst.”

Sonnenberg schonk in 2009 zestien kunstwerken aan Boijmans, ter waarde van 30 miljoen euro. Dat waren werken die hij in de loop van zijn leven verzameld had, zoals kunst van David Hockney, Jean-Michel Basquiat en Cobra-schilder Asger Jorn. Een aantal van die schilderijen hing in de zaal van de herdenkingsbijeenkomst. Ook Deirdre Carasso, directeur van het Stedelijk Museum Schiedam, aan wie Sonnenberg Cobra-werken van ruim 1 miljoen euro schonk, sprak op de herdenking.

Sonnenberg, geboren in Makassar in 1928, groeide op in Rotterdam, in een huis vol antiek. Vandaar zijn behoefte aan ‘hedendaagse dingen’, zei hij ooit tegen NRC. Toen hij als scheepsbevrachter ging werken, begon hij kunst te kopen. Hij verzamelde eerst Cobra-kunst, en leerde de jonge Italiaan Piero Manzoni kennen, die witte doeken in Rotterdam wilde exposeren. Sonnenberg organiseerde een expositie, en richtte met Nederlandse kunstenaars als Jan van Schoonhoven de groep Zero op.

In 1962 richtte hij zijn galerie Delta op, de eerste voor hedendaagse kunst in Rotterdam. Het werd een galerie die meetelde op de Europese kunstmarkt: hij verkocht als een van de eersten popart in Nederland. Ook Jean-Michel Basquiat verkocht hij als eerste, in 1982, nadat hij die in New York ontmoet had. Jonge Duitse schilders en jonge Italianen toonde hij in de jaren tachtig. Daarna richtte ‘meneer Delta’ zich meer op de lokale markt, met vooral Rotterdamse kunst.