Er staan weer meer brieven in de krant – hoe kan dat?

Een kabinet voor alle „gewone” Nederlanders is het geworden, begrijp ik. Dat is mooi, want een ombudsman is natuurlijk ook een heel gewone Nederlander en wil ondanks zijn onafhankelijke positie niet graag vergeten worden.

Erg attent dus, dat in het regeerakkoord na de belofte van extra geld voor onderzoeksjournalistiek ook even staat dat het kabinet „daarbij de interne ombudsfunctie” bij media „van groot belang” acht. Ik bedoel maar.

Nu was de journalistenvakbond NVJ er snel bij om het kabinet te kapittelen, want wat deed die passage daar? „Het is goed als media hun ethiek op orde hebben, maar de NVJ ziet daar geen rol voor de overheid bij weggelegd om dit te controleren”, luidde de wat gereformeerde reactie van de vakbond.

Je kunt best vermoeden dat het kabinet wil, als er nu toch extra geld naar onderzoeksjournalistiek gaat, dat ombudslieden ‘daarbij’ een extra oogje in het zeil houden – maar goed, dat hoort nu ook al bij de functie. Van staatscontrole of overheidstoezicht lijkt me, voor zover ik die ene regel heen en weer en achterstevoren heb gelezen, in elk geval geen sprake. Mij lijkt de opmerking van dit zeer Hollandse kabinet „Grijs I” (Bas Heijne) in elk geval verstandiger dan het zinspelen van eerdere politici op een landelijke ‘mediacode’.

Maar omdat de overheid mij toch niet controleert, zal de ombudsman het weer zelf moeten doen. Want de vraag ligt voor de hand; wat het werk van een ombudsman nu eigenlijk uitmaakt.

Waar blijft bijvoorbeeld de uitgebreide terugblik op de afloop van de zaak-Demmink, waar na oud-wethouder Geert Dales onlangs ook oud-minister van Justitie Korthals Altes bij mij op aandrong? Nu ja, een ombudsman kan adviseren en bekritiseren, maar niet verplichten. Dit advies is niet van tafel, maar het of en hoe is aan de redactie. Zoals ze op tv zeggen: we gaan het zien, het jaar is nog niet uit.

Aan het eind van het jaar zal ik ook, zoals gebruikelijk, de balans van mijn werk als ombudsman opmaken en een overzicht geven van hits and misses.

Met de hete adem van Rutte III in de nek wil ik daar wel een voorschot op nemen en twee kwesties met u delen die lezers bezighielden, respectievelijk een overwinning en een nederlaag.

Ruim een jaar geleden signaleerde ik op deze plek een verontrustende daling van het aantal geplaatste lezersbrieven (Er staan minder brieven in de krant – hoe komt dat? 19/3/2016). Ruim beneden de honderd per maand: in februari van dat jaar haalden zelfs maar 49 brieven de krant, meer dan een halvering vergeleken met een jaar eerder.

Ik betreurde dat, want de brievenrubriek is bij uitstek de plek die niet wordt volgeschreven door journalisten of publicisten, maar waar lezers in eigen woorden hun zegje kunnen doen. In hun strijd om klantenbinding doen media graag een beroep op lezers om hun kennis en ervaringen te delen, maar daar hoort dan ook bij dat ze de ruimte krijgen als zíj iets willen zeggen.

Dan nu het goede nieuws. De trend is gekeerd, er staan weer méér brieven in de krant. In september 105, in de eerste twee weken van oktober al 51, meer dan vorig jaar in een hele maand. Bovendien is de brievenrubriek opgefrist: dagelijks wordt één brief uitgelicht met foto, wat de rubriek een meer verzorgd uiterlijk geeft en grotere urgentie.

Hoe kan dit? Simpel: sinds februari heeft Opinie, op herhaald verzoek van de redactie en mede na aandringen van de ombudsman, op weekdagen een vaste derde pagina gekregen, gereserveerd voor het Commentaar en lezersbrieven. Met twee pagina’s sneuvelden juist die brieven geregeld, om plek te maken voor een opiniestuk of een advertentie.

„Het ‘opofferen’ van de brievenrubriek ligt bij ons eigenlijk niet meer op tafel”, zegt brievenredacteur Rik Wassens. „Het is de afgelopen maanden geloof ik één keer gebeurd. Het is de enige plek van de lezer en daar spring je voorzichtig mee om.”

Uiteraard blijft het een kwestie van selectie, want de redactie krijgt veel meer brieven binnen dan ze plaatst (ongeveer 15 tot 20 procent haalt de krant) en lang niet alle zijn geschikt. Kiezen, aldus Wassens, gaat op basis van argumentatie, actualiteit, originaliteit en taalgebruik. Ook streeft de redactie naar variatie en niet te veel gelijkluidende brieven over hetzelfde onderwerp (waardoor soms ook goede brieven buiten de boot vallen).

Intussen betaalt de grotere ruimte en zorg voor de brieven zich wel uit, vind ik. Voorbeelden van recente kwesties in de rubriek zijn de brieven over de bio-industrie en een ongelukkige vergelijking met de Holocaust en de discussie over het alom gelanceerde, ideologische begrip ‘cultuurmarxisme’.

Dan de nederlaag. Althans, een voorgerecht of amuse, de hoofdschotel krijgt u aan het eind van het jaar. Dat mini-Waterloo betreft, hoe kan het ook anders, het weerbericht.

Enkele lezers van de middagkrant klaagden dat zij er sinds het gelijktrekken van NRC Handelsblad en nrc.next op achteruitgegaan zijn. Om lezers van de ochtendkrant (die geen weerkaartjes had) van dienst te zijn, werd aan het dagelijkse bericht de verwachting voor ‘vanmiddag’ toegevoegd – waar lezers van de avondkrant natuurlijk niets aan hebben. Om plek te maken verdween de verwachting voor ‘morgenmiddag’.

Maar ja, de trouwe Handelsblad-lezer die er morgenmiddag op uit wil, wil toch weten of hij zijn paraplu en kaplaarzen mee moet nemen. De Buienradar is geen substituut voor dat clubgevoel. Ik schreef er een blog over.

Dat heeft niet geleid tot aanpassing, de ruimte voor weerkaartjes is beperkt. De redactie probeert wel de verwachting voor de volgende middag nu in de begeleidende tekst op te nemen.

Maar wie weet blijft het onder Grijs I ook wel vier jaar hetzelfde weer.

Reacties: ombudsman@nrc.nl