‘Eindelijk zicht op de achterdeur van de coffeeshop’

Wietteelt

Door de proef met het reguleren van wietteelt komt een eind aan het ‘zwartwassen’ in de coffeeshop. „Een doorbraak.”

Wietplant. Foto Elizabeth Earl/AP

Een einde aan de „bizarre situatie waar we al decennialang in verkeren”. Zo noemt Joachim Helms, Amsterdamse coffeeshopeigenaar en voorzitter van de landelijke Bond voor Cannabisdetaillisten (BCD) de proef met gereguleerde wietteelt die is opgenomen in het deze week gepresenteerde regeerakkoord.

Zes tot tien grote en middelgrote gemeenten krijgen bij deze proef de mogelijkheid de wietteelt te reguleren. De huidige situatie is dat wiet wel mag worden verkocht in coffeeshops, maar dat het telen van wiet nog altijd illegaal is.

Het reguleren van die teelt, zegt Helms, zou zorgen voor een betere situatie voor verkopers – meer zicht op wie wat verkoopt bijvoorbeeld, en de mogelijkheid wiet te testen – én voor een kwalitatief beter product in de coffeeshop. Helms: „Nu heeft iemand die wiet koopt geen idee wat er eigenlijk in dat zakje zit.” Als de wietteelt gereguleerd is, staan de bestanddelen er gewoon op. „Een stuk duidelijker, en veiliger.” Én een extra reden voor de consument om zijn wiet niet op de zwarte markt te gaan kopen, zegt Helms. Extra voordeel, dus. „Want uiteindelijk willen we die lui er natuurlijk allemaal uit spelen.”

Nu heeft iemand die wiet koopt geen idee wat er eigenlijk in dat zakje zit.

Niet alleen de coffeeshophouders zijn blij met de proef. Reinier van Dantzig, fractieleider van D66, noemt het een „enorme overwinning” en een „doorbraak” dat „dertig jaar na het openen van de voordeur van de coffeeshop nu eindelijk de achterdeur gereguleerd wordt”. Met name voor de volksgezondheid betekent de proef winst, volgens Van Dantzig. „Een half miljoen Nederlanders blowen, maar geen van hen weet wat er precies in hun wiet zit.” Niet alleen qua THC is dat belangrijk, vindt de fractieleider, maar ook als het gaat om zware metalen en pesticiden die eventueel gebruikt zijn bij het telen. Daarnaast is Van Dantzig blij dat nu een eind gemaakt kan worden aan het „zwartwassen” van geld in coffeeshops. „De coffeeshophouder moet gewoon omzetbelasting betalen, maar pompt ondertussen ook geld het criminele circuit in doordat de teler altijd illegaal bezig is.”

Van Dantzig hoopt dat Amsterdam met de proef het voorbeeld kan geven zodat het wetsvoorstel voor het landelijk reguleren van wietteelt, de zogeheten ‘Wiet Wet’ van D66, aangenomen zal worden door de Eerste Kamer. Ondertussen is Amsterdam niet de enige stad waar enthousiasme heerst over de proef: steden als Eindhoven, Tilburg en Breda hebben ook veel interesse.