Column

Als het land straks geleid wordt met een groepsgesprek op maandagen

Deze week: een blik achter de etalage van Rutte III.

Ofwel: als regeren een kwestie van een wekelijks groepsgesprek wordt.

Je hebt honderd manieren om naar zo’n nieuwe coalitie kijken, maar twee varianten sprongen er deze week uit.

Je kon zeggen dat het een wankel boeltje is nu Buma, Pechtold en Segers in de Kamer blijven. Rutte III als het Haagse restaurant Garoeda: de reputatie is goed, maar ga niet in de keuken kijken.

Je kon ook zeggen dat het nieuwe kabinet een bloedserieuze poging is een paar Hollandse zaken te veranderen. Een minder flexibele arbeidsmarkt, een rigoureus nieuw klimaatbeleid, een ander belastingstelsel, het strengste immigratiebeleid uit de geschiedenis.

Wankel of veranderingsgezind? Vermoedelijk is het allebei waar.

Als je de dagen na de presentatie van het regeerakkoord je licht opstak in de vier partijen, viel een vergelijkbare tegenstelling op.

De ministerschappen waren globaal tussen de partijen verdeeld, en uiteraard waren ze binnen partijen begonnen met namen noemen – zie verderop.

Op Algemene Zaken was vanaf woensdag bekend welke hoge ambtenaar de screening van ministerskandidaten zou begeleiden. Het onderzoek naar kandidaten zou deze keer een langdurige affaire worden: een week in plaats van een paar uur, zoals in voorgaande jaren.

Tegelijk merkte ik deze week dat de vier partijen nog amper nagedacht hadden over het vermoedelijk lastigste vraagstuk: hoe kun je een coalitie van vier partijen managen met drie partijleiders in de Kamer, als elk van die partijen straks óók een vicepremier heeft?

Je hoorde: we zien wel. Je hoorde: niet te dualistisch. Je hoorde: elke maandag met zijn achten coalitieoverleg.

Een land leiden met een wekelijks groepsgesprek – een boeiend experiment.

Evengoed kon je de waardering begrijpen voor de manier waarop deze coalitie haar agenda had samengesteld. Als vier partijen elkaar maanden pijn doen en het dan over honderden beleidspunten eens worden, is dat ook een blijk van fundamentele betrokkenheid: het gaat ze om de inhoud.

Ik weet het. Politici profileren zich toenemend als product, als reclame-object, en de externe aandacht daarvoor neemt toe: ook deze pagina is er niet vies van.

Maar daarachter gaat dus wel engagement schuil: Den Haag is echt niet alleen beeldvoering en Wilderswoede.

Er komt iets bij. Het compromis staat al geruime tijd in een kwade reuk. Een tijdsbeeld: van anderen iets nemen is geen enkel politiek probleem, maar anderen iets geven deugt sowieso niet.

Dit laatste heet dan politiek verraad. Verraad aan je principes. Verraad aan de mensen die hun stem op je principes baseerden.

Maar dat regeerakkoord laat zien hoe effectief compromissen kunnen zijn. Je krijgt er in veel gevallen evenwichtig beleid mee. Het helt deze keer geregeld over naar rechts, maar dat was de keuze van de kiezer.

Het compromis is net zo normaal als de ‘normale Nederlander’ die Rutte zegt te bedienen. De vraag is alleen waarom hij en andere coalitieleiders dat nog amper hardop zeggen tegen diezelfde ‘normale Nederlander’.

In het Kamerdebat over het regeerakkoord, donderdag, sluimerde een ander Hollands geheimpje: het verschil tussen Rutte III en Rutte II is veel kleiner dan de samenstelling van de nieuwe coalitie suggereert.

Zowel de PvdA als de SGP toonden zich op onderdelen tevreden over het coalitieakkoord, en daarmee bleef het toverballenverbond van zes partijen (VVD, PvdA, D66, CU, SGP, CDA), dat Rutte II in wisselende samenstelling aan meerderheden in de Eerste Kamer hielp, in essentie intact.

Toen hield het CDA afstand van het kabinet, nu sorteert de PvdA daarop voor. Zo is Nederlandse politiek: de veranderingen vallen er altijd tegen.

Je kunt ook zeggen: uiteindelijk komt regeren hier altijd neer op groepsmanagement.

De nieuwe coalitie bevestigde trouwens een ander Hollands verschijnsel: de grootste veranderingen voeren we hier stilletjes door. Mij viel op dat het immigratiebeleid deze week amper werd bediscussieerd. Terwijl dit land niet eerder zo’n restrictieve migratiepolitiek uitzette.

Zelf ben ik wel benieuwd hoe we er straks mee omgaan als bijvoorbeeld het extra geld voor woningisolaties en verpleeghuizen onbesteed blijft omdat onze arbeidsmarkt er niet meer de werknemers voor heeft.

Dat is het vreemde van al dat cultureel conservatisme: dezelfde rechtse politici die het omarmen, hebben het nooit over de antikapitalistische effecten van hun opvattingen.

De klimaatparagraaf is natuurlijk verreweg de meest ambitieuze van het hele regeerakkoord: de nieuwe realiteit is dat we de komende decennia worden overspoeld met klimaatbeleid.

Interessant genoeg brengt dit ook allerlei oud-politici in een nieuwe rol terug in Den Haag. Zo trekt het regeerakkoord 200 miljoen euro uit voor de sanering van „gebieden met zeer hoge veedichtheid”, vooral in Brabant, om gezondheidsrisico’s voor omwonenden te bestrijden.

Dit bedrag kwam kenners bekend voor: eerder vroeg een veehouderijcoalitie, bestaande uit Economische Zaken, Rabobank en de sector, 200 miljoen euro om varkensbedrijven uit de markt te halen die de duurzaamheidseisen niet kunnen bijbenen.

De voorzitter van die coalitie is voormalig informateur en oud-VVD-politicus Uri Rosenthal. Ik belde hem even. Hij zei: ik heb hierover met niemand in de formatie gesproken, maar het laatste anderhalf jaar had ik intensief contact met de landbouwwoordvoerders. „Ik wilde dat mensen onze ideeën in hun hoofd hadden.”

De nieuwe klimaatparagraaf bevat ook het plan voor grootscheepse ondergrondse CO2 -opslag, vooral onder de Noordzee. Balkenende IV deed al eens een poging voor ondergrondse CO2-opslag, in de gemeente Barendrecht, en een van de beste Haagse lobbyisten, Frans van Drimmelen, ontwierp destijds de lobbystrategie waarmee dat plan werd gevloerd.

De grap is: Van Drimmelen is op bestuursniveau al jaren actief in D66, de partij die deze formatie het hardst om een vergaande klimaatparagraaf vocht.

Coalities functioneren alleen als de gezichtsbepalende politici met elkaar overweg kunnen.

Bij de CU zijn de leidende rollen vergeven. Partijleider Segers blijft in de Kamer en financieel specialist Carola Schouten wordt vicepremier, met een voorkeur voor Sociale Zaken.

Eerder liet ook VVD-onderhandelaar Halbe Zijlstra zijn belangstelling voor dit ministerschap blijken: in zijn partij hoor je nu dat Buitenlandse Zaken een alternatief voor hem kan zijn. Bij CDA en D66 ontbreken bevestigingen van de kandidaten voor het vicepremierschap.

Nadrukkelijk vertelden betrokkenen deze week dat dit kabinet niet zal worden aangestuurd door een vierhoek (AZ, Financiën, EZ/Klimaat, SZW), maar vooral door het maandagse coalitieoverleg.

Vandaar dat zij er ook niet van opkeken dat deze week circuleerde dat in de voorlopige verdeling het ministerschap van Klimaat en Economische Zaken aan de VVD toevalt. Binnenlandse Zaken zou naar D66 gaan, Financiën naar het CDA.

Een verdeling, hoorde ik, die komende week bij het benaderen, wegen en natrekken van kandidaten nog kan veranderen.

Maar Rutte III moet het straks dus primair hebben van het maandagse groepsgesprek.

En wie daar straks ook aanzitten: de conflicten tussen coalitiefracties en kabinet zullen eerder gezocht dan gemeden worden. Donderdag kandideerde Klaas Dijkhoff zich als VVD-fractievoorzitter: een razendslimme Brabander die in de VVD-top bekendstaat als beminnelijk maar assertief, ook richting Rutte.

Maar het meest typerende deze week, vertelden VVD’ers, was dat Rutte maandag, in de fractievergadering over het regeerakkoord, zelf vertelde dat de nieuwe fractie een politieker profiel moet krijgen dan de vorige.

Als zelfs de grootste regeringsfractie aan haar profiel gaat werken, weten we wat dit betekent: sturen op conflict met kabinet en andere coalitiefracties.

Dus dat wordt Rutte III: meer groepsgesprek dan groepsgevoel.