Youngblood is sterk met eigen materiaal

Hoe krijg je een elfkoppige brassband op het kleine podium van Bitterzoet? Proppen. De sousafoon bromt in de nek van de trompettist, de drummer raakt de trombone, maar het koper kleppert hard en bevrijdend door de zaal. De brasstraditie is ontstaan als opzwepende straatjazz, maar al enkele jaren duiken de bands ook op in het clubcircuit en op festivals. Youngblood Brass Band vermengt de brasstraditie al twintig jaar met hiphop en groove. De zompige, sexy groove zit in de combinatie van doffe klappen op de basdrum, de logge sousafoon, het schelle koper en de felle hihat die in New Orleans-stijl met een schroevendraaier wordt bespeeld. Die brass-stad is hoorbaar hun ijkpunt, maar ze komen uit Wisconsin.

De vele covers van Youngblood zijn grappig, maar vaak overbodig. No Doubts ‘Don’t Speak’ krijgt een afwijkend ritme, maar is te traag om te behagen. Het intens droevige ‘Mad World’ van Tears for Fears krijgt een koperen meebrul make-over. Geinig idee, maar twee minuten waren genoeg geweest. Die keuzes zijn vooral jammer omdat het eigen materiaal zo goed is. Frontman en snaredrummer David Henzie-Skogen is een sterke rapper met iets van de punkinvloed van Urban Dance Squad in zich. Aan de klassieke offbeat brassritmes vertilt de band zich en dan klinkt het chaotisch. Daarvoor kun je vermoedelijk beter over twee weken nog eens naar Paradiso als daar Hot 8 Brass Band speelt, een van de invloeden van Youngblood.