Interview

‘Wij draaien bij Heerenveen het peertje zelf in de fitting’

Luuc Eisenga, directeur sc Heerenveen

Amper twee jaar na het aantreden van Luuc Eisenga als directeur is de rust terug bij sc Heerenveen. Crisis in het voetbal? „Hier niet.”

Sc Heerenveen-directeur Luuc Eisenga: „Deze club is hier cultureel erfgoed.” Foto Catrinus van der Veen

Plotseling beginnen zijn ogen net zo te glinsteren als die van de jochies die een paar minuten eerder voor het eerst het Abe Lenstra Stadion betraden voor de voetbalschool. „Heb je de beelden van Jong Noorwegen-Jong Duitsland gezien?”, vraagt Luuc Eisenga. Mooie goals van de Noorse Heerenveen-spelers Morten Thorsby en Martin Ødegaard, het van Real Madrid gehuurde wonderkind, 3-1 voor de Noren. „Hartverwarmend”, glundert de directeur van sc Heerenveen. „Zo’n Ødegaard loopt hier nu vol vertrouwen door de gangen, een heel verschil met hoe hij een half jaar geleden bij ons kwam. Als wij dat verschil kunnen maken in het leven van die jongen is het goed voor hem en goed voor onze club.”

Aan Heerenveen gaat de vermeende crisis in het Nederlandse voetbal voorbij, zoveel is zeker. „Wij zien dat hier niet zo”, zegt Eisenga. „Af en toe moet je het peertje oppakken en zelf in de fitting draaien.” En zie: ondanks een roerige zomer op de transfermarkt, 21 spelers weg en 12 nieuwelingen, draait de club uit Friesland ‘gewoon’ weer bovenaan mee in de eredivisie. Het elftal van trainer Jurgen Streppel is jong en speelt attractief. In de bestuurskamer heerst rust. „Ik werd net door een man bij mijn arm gepakt toen ik boodschappen deed. ‘Jij bent Eisenga, niet? Mooi dat het weer rustig is bij de club, tanke wol.’ Kijk, daar doe je het voor.”

Na Heerenveens ‘gouden eeuw’

Hoe groot was de onrust toen de voormalige wielerman (bij onder meer de Duitse topploeg T-Mobile en Rabobank) begin 2016 directeur werd van de Friese voetbalclub. „We hadden geen hoofdsponsor, geen rvc, geen stichtingsbestuur, geen hoofdtrainer. Foppe de Haan was interim. Er moest een nieuwe commercieel manager komen en na een paar weken ook een technisch manager.” Na de ‘gouden eeuw’ onder de legendarische voorzitter Riemer van der Velde, die in 2006 stopte, ruzieden verschillende kampen elkaar de tent uit. „Er werd meer gestreden op kantoor dan op het veld, we hadden vijf directeuren in zeven jaar. Vrienden vroegen: waarom doe je dit? Simpel: de uitdaging. Deze club is hier cultureel erfgoed. Ik kom uit Friesland.”

Van wielrennen naar voetbal? „Ik heb nog nooit aan carrièreplanning gedaan, nooit ergens gesolliciteerd. Dit was een mooie kans op een goed moment. En topsport is topsport. Ik heb gewerkt met Mario Cipollini, Jan Ullrich en Hein Verbruggen, als sportbestuurder een visionair.” Van Zuid-Duitsland, meer dan twintig jaar zijn domicilie, terug naar Friesland? Tijdens de sollicitatieprocedure verstond hij zich in het Fries goed met de clubiconen Van der Velde en De Haan. „Een gevoel van thuiskomen. Ik woon weer dichtbij mijn ouders, handbal bij mijn oude cluppie Jupiter.”

Werk genoeg voor de nieuwe directeur. „Ik ben stoïcijns begonnen, met een groot team van mensen die jarenlang alleen maar onrust hadden meegemaakt. Terwijl je een basiszekerheid nodig hebt om creatief te kunnen zijn. Daar werken we elke dag aan.” Eisenga ruimde lastige huurproblematiek rond het stadion uit de weg, met unanieme steun van de gemeenteraad. „Wij zijn eigendom van de maatschappij hier.” De club haalde sponsors terug. „Iedereen wil er graag weer bij horen.” Natuurlijk gaat de wielerman de voetbalmensen niet vertellen hoe het spel in elkaar zit. „Maar ik kan wel de juiste vragen proberen te stellen.”

Transferbeleid

Wat vooral opvalt, is dat Heerenveen afgelopen zomer weer aanknoopte bij de oude traditie van een winstgevend transferbeleid. Tegenover de uitgave van 3,65 miljoen euro voor onder meer Denzel Dumfries (Sparta), Warner Hahn, Lucas Woudenberg (Feyenoord) en Nemanja Mihajlovic (Partizan) staan volgens de website Transfermarkt.de liefst 14,2 miljoen aan inkomsten voor Sam Larsson en Jeremiah St. Juste (Feyenoord), Dennis Johnson (Ajax) en Joost van Aken (Sheffield Wedsnesday). En dat zonder terugval in prestaties. Eisenga geeft de credits aan technisch manager Gerry Hamstra. „Hij en de scouting doen fantastisch werk.”

Topclubs als Ajax en PSV hadden de afgelopen transferperiode grote moeite om hun selectie op sterkte te houden. „Die clubs zoeken aan de top van de piramide”, stelt Eisenga. Bij zijn club zijn dure aankopen uit den boze. „Wij doen het met het budget dat ons door onze toeschouwers en sponsoren beschikbaar wordt gesteld. Daar ben je voorzichtiger mee dan met je eigen geld, zo voelen wij dat tenminste.”

Mentaliteit als criterium

Het geheim van goed kopen? „Het gaat ons erom met jonge spelers zoveel mogelijk drive en spirit in het elftal te krijgen. We kijken naar mentaliteit en of iemand hier graag wil spelen. Wat gebeurt er met Yuki Kobayashi (Japanse middenvelder) als hij in plaats van hartje Tokio hier over de Dracht loopt? Daar moet hij zich bewust van zijn. Veel jongens zien de rust hier als een voordeel. Ødegaard kan hier gewoon met z’n tasje naar de Albert Heijn.

Bij Heerenveen koesteren ze hun nieuwe parels net zo als het eigen talent Kik Pierie, de 17-jarige centrale verdediger die wekelijks uitblinkt. „Ze zullen niet hun hele leven hier spelen maar wij kunnen ze helpen een stap te maken in hun carrière.” Eigen ambities om ooit de topdrie te lijf te gaan? „Wij zijn allang de mooiste club van Nederland”, zegt Eisenga. „Niet alles is te vangen in de plaats op de ranglijst. Het succes van Heerenveen meet je aan andere dingen. Van hoeveel mensen kun je het hart verwarmen, hoeveel mensen raak je echt in hun bestaan? Als je daarin het hoogst scoort, ben je de beste club van Nederland.”