Column

Verslaving is geen hersenziekte

Psychiater Bram Bakker zat verkeerd toen hij in de rechtszaal verslaving een hersenziekte noemde. Een verslaafde kan ’s ochtends opstaan en tegen zichzelf zeggen: genoeg is genoeg.

‘Aan een jurist uitleggen dat verslaving een ziekte is valt nog niet mee”, twitterde psychiater Bram Bakker aan zijn 18.000 volgers nadat hij als deskundige in de rechtszaal zijn opwachting had gemaakt. Dat was tijdens de strafzaak tegen de van diefstal verdachte Michael Heemels. Heemels, enige tijd penningmeester van de Limburgse PVV, had jarenlang en met grote regelmaat de partijkas geplunderd. Dat kwam, hield Bakker de rechters voor, doordat Heemels verslaafd was aan cocaïne en drank. Dan weet je niet meer wat je doet en ben je verminderd toerekeningsvatbaar. Want verslaving is een ziekte.

Bakker heeft recht op een mening, natuurlijk. Maar in de rechtszaal afficheerde hij zichzelf als expert. Een goede expert, zei een jurist ooit zo treffend, is een stevige loopplank over het moeras van de rechterlijke onwetendheid. Niet dat rechters dom zijn, maar soms blijkt het lastig om de feiten vast te stellen. Zoiets is bijvoorbeeld aan de orde als de verdachte beweert dat hij ziek is in zijn hoofd en daarom foute dingen deed. Om vast te stellen of dat plausibel is, laten rechters zich informeren door een arts. Prima, zo lang de dokter de loopplank maar stut met gevalideerde kennis. Deed Bakker dat? Is verslaving een ziekte die de vrije wil erodeert?

Alzheimer is zo’n ziekte. Daarom bestaat het niet dat een patiënt met alzheimer ’s morgens wakker wordt en tegen zichzelf zegt: genoeg is genoeg, vandaag kap ik met mijn geheugenproblemen. En dat dát dan ook nog lukt. Bij mijn weten is er in de hele literatuur maar één patiënt beschreven die dit traject volgde. Het was een boekhouder die er bij een Britse brouwerij lustig op los had gefraudeerd en daarvoor vijf jaar gevangenisstraf kreeg. Na luttele maanden mocht hij het gevang verlaten omdat hij, dachten de artsen, aan ver voortgeschreden dementie leed. Nadat de man op vrije voeten was gesteld, verdween zijn dementie als sneeuw voor de zon en begon hij aan een glansrijke carrière als vrijgevestigd consultant. Met villa aan de Côte d’Azur en al. Uiteindelijk snapten de artsen dat ze bij de neus waren genomen door een getalenteerde simulant.

Dag in dag uit met een taxi door London navigeren, verandert ook aantoonbaar je brein

Kan een verslaafde ’s ochtends opstaan en tegen zichzelf zeggen: genoeg is genoeg, vandaag kap ik met alcohol en cocaïne? Ja, dat is mogelijk, en het komt ook voor. Sterker nog, de Amerikaanse verslavingsdeskundige Gene Heyman zette onlangs in het vaktijdschrift Addictive Behaviors Reports de cijfers op een rij en ze laten zien dat hele volksstammen erin slagen om op enig moment een punt te zetten achter hun jarenlange gebruik van cocaïne en alcohol. Stoppen is niet makkelijk, maar het kan en het gebeurt. Natuurlijk is verslaving een probleem: het is een psychologisch probleem. Kern is dat de verslaafde verstrikt raakt in een regime van Pavloviaanse conditionering, waarbij alledaagse routines steeds heviger de drang oproepen om te gebruiken. Maar de verslaafde kan, op eigen kracht of met hulp van een therapeut, zich daaraan onttrekken.

En natuurlijk beïnvloeden cocaïne en alcohol de chemie in het brein; dat is met hersenplaatjes zichtbaar te maken. Maar dat betekent nog niet dat verslaving een ziekte is die mensen berooft van hun vrije wil en dus verantwoordelijkheid. Theodore Dalrymple – vakgenoot van Bakker - wijdde in zijn boek Admirable Evasions een fraai hoofdstuk aan de mythe van verslaving als hersenziekte. Dag in dag uit met een taxi door London navigeren, verandert ook aantoonbaar je brein, legt Dalrymple uit. Toch zou het absurd zijn om te beweren dat taxiën door London een ziekte is. Dalrymple concludeert dat de mythe van verslaving als hersenziekte de wereld in is geholpen door bijdehante wetenschappers die dusdoende subsidiegelden wisten aan te boren. Een ongewenst neveneffect is dat zo’n mythe ook verslaafden bereikt en hen dan infecteert met het misverstand dat verslaving op alzheimer lijkt en dat stoppogingen volstrekt zinloos zijn. Daarin schuilt precies het gevaar als Bakker-achtigen in de rechtszaal en daarbuiten gaan uitleggen dat verslaafden „er niets aan kunnen doen”.

In de zaak tegen Heemels haalden de rechters hun schouders op over Bakkers bewering dat de verdachte vanwege zijn verslaving verminderd toerekeningsvatbaar was. De verdachte werd schuldig verklaard en moet achter de tralies. Misschien hebben de rechters zich gestoord aan de tweets van Bakker, die een nauwelijks verholen minachting verraden voor het rechtsbedrijf. Bakker na zijn optreden in de rechtbank: „met de rigiditeit en vooringenomenheid die ik vandaag in de rechtbank trof kom je in de psychiatrie niet ver.” Ziezo, die zit.

Twitteren is evenmin een ziekte. Daarom is het heel goed mogelijk om ’s morgen vroeg op te staan en tegen jezelf te zeggen: oh ijdelheid, teveel is teveel, vanaf nu ga ik minder twitteren en meer lezen.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht