Top Van Lanschot getuigt in rechtbank

zorgplicht

De Bossche bank heeft een conflict met klanten van wie ze slechte leningen doorverkocht aan een investeringsfonds.

Het kantoor van Van Lanschot Bankiers in Den Bosch. Foto Koen Suyk/ANP

Een uitzonderlijk tafereel vrijdagochtend in de rechtbank in Den Bosch: de bijna voltallige top van de chique Bossche bank Van Lanschot verscheen voor de rechter. Ze werden in een voorlopig getuigenverhoor aan de tand gevoeld over een slepende zorgplichtaffaire die teruggaat tot 2015 en die voor Van Lanschot steeds pijnlijker begint te worden.

Een voor een kwamen Constant Korthout (financieel directeur), Karl Guha (bestuursvoorzitter) en Arjan Huisman (operationeel directeur) aan de beurt om onder ede vragen te beantwoorden over de omstreden verkoop van een kredietportefeuille ruim twee jaar geleden. Op 6 augustus 2015 maakte Van Lanschot bekend dat het voor dik 400 miljoen euro aan slechte vastgoedleningen van in totaal 120 zakelijke klanten had verkocht aan opkoopfonds Promontoria uit Baarn. Dat is een dochter van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Cerberus. Partijen als Cerberus zijn erin gespecialiseerd slechte hypotheken tegen een fikse korting op te kopen en die vervolgens ‘uit te winnen’. Dat betekent: de duimschroeven aandraaien en eventueel het onderliggende vastgoed te gelde maken.

Geen vergunning

En dat is precies wat er in dit geval is gebeurd en niet had mógen gebeuren, klagen de voormalige klanten van Van Lanschot, zowel institutionele als particuliere vastgoedinvesteerders die op de afdeling Bijzonder Beheer van de Bossche bank waren beland. Sinds ze te maken hebben met Promontoria – of eigenlijk met het speciaal opgerichte partnerbedrijf Capita, want Promontoria ontbeert de vereiste vergunning – zijn ze naar eigen zeggen geconfronteerd met aanscherping van de voorwaarden. Denk aan hogere rentes en kortere aflossingstermijnen.

Ook is er onvrede over het feit dat Promontoria geen bank is en er geen ruimte bestaat om met aanvullende leningen tot oplossingen te komen.

Zorgplicht

Dit alles is Van Lanschot aan te rekenen, vinden de voormalige klanten, omdat de bank haar zorgplicht voor hen niet zomaar kan doorschuiven naar een agressief Amerikaans investeringsfonds. Advocaat Patrick Körver, die meerdere boze klanten vertegenwoordigt, wilde daarom van de top van de bank weten hoe de verkoop precies tot stand is gekomen.

Duidelijk werd vrijdag dat de bestuurders van de bank zich slechts „op afstand” met de zaak hebben beziggehouden. De strategische beslissing om de afdeling zakelijke kredieten af te bouwen was weliswaar in 2013 in de bestuurskamer genomen. Maar vanaf dat moment had de zogeheten corporate bank het stempel ‘non-core’ en werd de uitvoering van de afbouwoperatie verder overgelaten aan een lagere divisie en externe adviseurs. Die kwamen in de zomer van 2015 na een veilingproces tot de conclusie dat Van Lanschot de portefeuille slechte vastgoedkredieten het beste aan Cerberus kon verkopen. Het bestuur stemde daarmee in.

De prijs zal bij de keuze voor het investeringsfonds „een belangrijke rol hebben gespeeld”, erkende financieel directeur Huisman. Maar het was niet het enige criterium. Ook geldt Cerberus als „professioneel” en „gerespecteerd”, aldus de bestuurder.

De klanten hebben daar een ander idee over. Zij voerden daarom al meerdere rechtszaken tegen de bank die steeds benadrukt dat het om klanten gaat die hun verplichtingen niet zijn nagekomen en die dus ook bij Van Lanschot op weinig flexibiliteit hadden kunnen rekenen.

Aanvankelijk won Van Lanschot de rechtszaken allemaal, tot de rechter in Den Bosch eind vorige maand in een door één klant aangespannen bodemprocedure de overdracht van de ‘rechten en verplichtingen’ van zijn kredieten nietig verklaarde. Ofwel: Van Lanschot kon de zorgplicht niet zonder toestemming van de klant doorschuiven.

Wat dit vonnis in de praktijk betekent, is nog onduidelijk, zoals ook getwist wordt over de vraag of deze uitspraak consequenties heeft voor de overige 119 klanten. Van Lanschot gaat in hoger beroep. Wel zeker is dat de bank nog lang niet van de sores rond de vastgoedkredieten is verlost.