Recensie

Superieur uitgevoerde reis door stijlperiodes

Klassiek Het Boedapest Festival Orkest van Iván Fischer speelt muziek uit alle tijden, stijlvast en op superieure wijze. En de Mozart van solist Emanuel Ax was een genot.

Ivan Fischer. Foto Boedapest Festival Orkest

Je hebt muzikanten die zich volledig toeleggen op één stijl of stroming. En je hebt mensen als dirigent Iván Fischer, die van de breedte hun specialiteit maken en muziek van alle tijden omarmen. Sinds vijf jaar beschikt Fischer binnen zijn eigen Boedapest Festival Orkest (opgericht in 1983) zelfs over een heus barokensemble. Zo kan het dat het BFO tijdens de huidige tournee door drie zeer verschillende stijlperiodes reist: ‘authenieke’ Bach, een pianoconcert van Mozart en een romantische Russische symfonie.

Zoiets zou een gimmick kunnen zijn, als het niet zo superieur gedaan was. Voor Bachs Derde orkestsuite verscheen er daadwerkelijk een barokorkest op het podium, en niet een groepje dat toevallig op oude instrumenten speelde. Fischer leidde van achter het kistorgel. Het werd een gelaagd, bijna ingetogen samenspel van klankkleuren, met een subtiele hoofdrol voor het slanke timbre van de baroktrompetten.

Voor Mozarts Pianoconcert nr. 20 moest de bühne ingrijpend worden verbouwd, maar toen stond er ook een compleet ander orkest, dat solist Emanuel Ax voortreffelijk begeleidde. Ax’ spel was een genot, zo moeiteloos als hij schakelde tussen een parelend toucher en donkerfluwelen tonen, tussen een dienende rol en robuuste solo-uitspattingen. In Fischer trof Ax een zielsverwant, met dezelfde combinatie van koelte en vuur.

Na de pauze was alles opnieuw anders. In Tsjaikovski’s Vierde symfonie – met de bassen achterin op het slagwerkpodium – legden Fischer en zijn orkest een verbeten gedrevenheid aan de dag. De openingsfanfare met het ‘noodlotsthema’ klonk dreigend en strak. Zinderend was hoe dat terugkerende koper telkens weer tevoorschijn knetterde uit de omlaag ronkende tutti. Het ‘Andantino’: zwoel zonder te zwelgen. En na de zeer dynamische hogere tokkelkunde van het ‘Scherzo’ meteen wervelend de finale in gedoken – wat een energie!