Commentaar

Mandaat separatisten te klein voor grote stappen

Spanje vierde donderdag zijn nationale feestdag, een herinnering aan de ontdekking van Amerika door Columbus op 12 oktober 1492. De terugblik op het roemrijke verleden, compleet met militaire parade in Madrid, werd overschaduwd door de problemen van het heden. De Spaanse nationale eenheid is immers al lang niet meer zó op de proef gesteld als in de afgelopen weken door de Catalaanse strijd om onafhankelijkheid.

In de controverse tussen Madrid en Barcelona kwam het aan de vooravond van de nationale feestdag tot een gespannen pauze. De Catalaanse regiopresident Carles Puigdemont deinsde er dinsdagavond voor terug om de uitslag van het onafhankelijkheidsreferendum onmiddellijk en zonder restricties om te zetten in secessie. In het Catalaanse parlement zei hij de onafhankelijkheid te willen uitroepen, maar pas op termijn en na onderhandeling met de regering in Madrid. Puigdemont beet niet door.

Premier Mariano Rajoy nam met onafhankelijkheid-onder-voorbehoud geen genoegen. In een sluwe politieke zet voerde hij de druk op. Hij zag dat Puigdemont met zijn ogen knipperde en eiste van de Catalaanse separatisten klare taal. Binnen vijf dagen moet de Catalaanse regering zeggen of ze nu wel of niet de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Het verzoek om helderheid ging vergezeld van de boodschap dat Rajoy in het geval van onafhankelijkheid niet zal aarzelen het gezag over de autonome regio over te nemen.

De patstelling in de Catalaanse kwestie duurt daarmee voort. Madrid wil niet praten met een Catalaans dreigement op tafel. Barcelona wil het dreigement niet van tafel halen en wordt koppig van het Madrileense dreigement de autonomie tijdelijk op te heffen.

In een strijd tussen centraal gezag en opstandige provincie hebben de opstandelingen al snel het voordeel van romantiek en underdog. Het recht op zelfbeschikking opeisen – het lot in eigen hand nemen – wekt meer sympathie op dan de legalistische verdediging van staatsrechtelijk regelwerk door een machtscentrale. Toch is dat een naïeve kijk op de kwestie-Catalonië.

In Spanje botsen dezer dagen twee opvattingen over democratie. Democratie gedefinieerd als rechtsstaat is tijdelijk moeilijk te verenigen met democratie uitgelegd als zelfbeschikking, als wil van het volk. Vooralsnog heeft de democratie-als-rechtsstaat, verdedigd door Madrid, de betere papieren.

Om te beginnen is de nationale regering in Spanje geen dictatuur die de kustregio met geweld onder de knoet houdt en economisch leegzuigt. Spanje is een volwassen parlementaire democratie – ook al vloog Madrid op 1 oktober uit de bocht door het verbod op het referendum met geweld af te willen dwingen. En het is weliswaar begrijpelijk dat het economisch succesvolle Catalonië niet graag structureel veel geld afdraagt aan armere regio’s, maar dat is iets anders dan uitbuiting. De Catalaanse kwestie is kortom geen bevrijdingsstrijd van onderworpenen.

Bovendien is Catalonië verre van eensgezind. Carles Puigdemont heeft weliswaar veel Catalanen achter zich, maar voor een stap zo dramatisch als een illegale onafhankelijkheidsverklaring heeft hij simpelweg onvoldoende mandaat. Het referendum verliep uitermate chaotisch en de marge waarmee zijn afscheidingscoalitie regeert is vrij krap. Als de Catalanen jaar in, jaar uit met een overtuigende meerderheid voor onafhankelijkheid gestemd zouden hebben, zou de situatie anders liggen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.