Schietende agent schuldig aan poging doodslag, vindt OM

Rechtszaak

Joop H. moest zich voor de rechter verantwoorden voor de acht schoten die hij in 2014 loste op een auto met daarin Martijn S.

In het beklaagdenbankje van de Bredase rechtbank zit agent Joop H. De politieman, gekleed in uniform, is vandaag verdachte. Al drie jaar wacht hij op deze dag, de dag van zijn zitting. „Het is de omgekeerde wereld”, vertelt hij aan de rechter. „Ik ben gewend boeven te vangen, niet om hier zelf als boef te zitten.”

Eind 2014 reed H. met een collega achter een Mercedes aan. De bestuurder, Martijn S., had nog duizenden euro’s aan boetes openstaan. S. vluchtte, naar eigen zeggen omdat hij dacht dat hij te maken had met criminelen, verkleed als agenten.

Toen de agenten de Mercedes uiteindelijk tot stoppen hadden gedwongen en Joop H. was uitgestapt, gaf S. weer gas – volgens de agent met de bedoeling hem aan te rijden. De politieman dook weg en schoot zijn wapen leeg. Zes kogels raakten de wagen, de bestuurder bleef ongedeerd.

Joop H. heeft sinds het incident gewoon door kunnen werken als agent, maar werd naar eigen zeggen wel van de straat gehaald. Hij heeft zojuist een opleiding tot motoragent afgerond, maar doet nog kantoorwerk.

Martijn S. moest donderdag ook voor de rechter komen. Tegen hem werd 128 dagen geëist, waarvan 110 voorwaardelijk.

S. wilde vluchten, vertelt hij in een gang van de rechtbank, omdat hij bang was dat hem iets zou overkomen. „Ik vind het heel goed dat de politieman zich hier moet verantwoorden. Hij zat fout. En als je een wapen draagt, moet je je verantwoordelijkheid kennen.”

Joop H. zegt tegen de rechter niet meer te weten waarom hij acht keer op de wegrijdende Mercedes schoot. Door de spanning en angst van het moment is er een gat in zijn geheugen, kort na het eerste schot. Wat hij nog wel weet: de blik van de bestuurder die zijn stuur vastpakte en zich „klaarmaakte voor een aanrijding”.

Volgens Frank Koningsveld, advocaat van H., had de agent maar drie of vier seconden tijd om te beslissen of en hoe vaak hij zou schieten. „Dat is zo weinig, dan heb je menselijkerwijs geen kans om rustig na te denken.”

Dat ziet het Openbaar Ministerie anders. Joop H. had niet zijn héle wapen hoeven leegschieten. Vandaar de strafeis: schuldigverklaring aan poging tot doodslag, zonder straf.

Wordt H. daarvoor veroordeeld, dan bekijkt de politie of dat gevolgen heeft voor zijn functioneren, zegt een woordvoerder.

Uitspraak over twee weken.