Column

Poetins cultuurpaus blijkt een charlatan met zijn proefschrift

De dissertatie van de Russische cultuurminister Medinski is potpourri van klinkklare onzin en bedrog, schrijft Hubert Smeets. Een commissie is het met hem eens.

Historicus-politicus dr. Vladimir Medinski (1970) en classicus dr. Ivan Babitski (1979) delen een stukje geschiedenis. De vader van Medinski diende als beroepsmilitair in het Sovjetleger, dat Tsjechoslowakije in augustus 1968 binnenviel. De grootvader van Babitski demonstreerde toen op het Rode Plein tegen die invasie en verdween voor drie jaar in de gevangenis

Een halve eeuw later komen de (klein)kinderen elkaar toevallig tegen in een zaak die gaat over academische moraal. Medinski, sinds 2012 minister van Cultuur onder president Poetin, blijkt een charlatan. Ook volgens zijn vakgenoten in de Hoge Attestatiecommissie van Rusland. Zijn dissertatie is namelijk een potpourri van klinkklare onzin en bedrog.

Deze zaak is aangekaart door twee vakhistorici en Babitski, een kracht achter de website Dissernet, die plagiaat in de Russische academische en politieke wereld onderzoekt.

In 2011 verdedigde Medinski aan een particuliere universiteit in Moskou een proefschrift waarin hij wilde aantonen dat de westerse beeldvorming van Rusland, net als nu, in 15de tot 17de eeuw al vals was. Babitski, gepromoveerd in Florence, las de dissertatie. En viel van zijn stoel.

Zo beweert Medinski dat Rusland „eerder dan de Europeanen” de heidenen een halt hebben toegeroepen. Hij doelt op de Slag bij het Snippenveld. Russen versloegen daar in 1380 de Mongolen. Dat Karel Martel in 732 bij Poitiers de opmars van de Moren stopte, kwam hem niet uit.

Of wat te denken van een passage over de kerk tijdens Ivan de Verschrikkelijke (1530-1584): „Bij de orthodoxen waren alle kerkelijke boeken in het Russisch geschreven. Bij de katholieken en protestanten waren de heilige geschriften in het Latijn, dat de gelovigen niet kenden.” Jammer voor Maarten Luther, die in 1517 zijn stellingen juist in de volkstaal poneerde.

Medinski’s methodologie is curieus. Als een Europese bron meldt dat Russen drinken, dan stelt hij simpelweg dat dit een kwaadaardige mythe is. Omgekeerd omarmt hij wel Russische mythes. Zeker uit de oorlog. Dan gaat het om „een heilige mythe waarvan je moet afblijven”, om een „legende die in het bewustzijn van miljoenen materiële kracht” heeft gekregen.

Ook regelrecht bedrog lijkt in het spel. Medinski refereert aan tien artikelen en vijf monografieën van eigen hand. Maar deze vijftien titels zijn nergens te vinden, hoewel de wet registratie eist.

Tot slot geven de promotor, drie opponenten en achtkoppige promotiecommissie te denken. Niemand heeft zijn sporen verdiend met onderzoek vóór de 19de eeuw. Elf van hen staan te boek als kenners van de 20ste eeuw en vijf als experts inzake de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. „Dit is geen slechte dissertatie van een slechte wetenschapper, dit is gewoon geen wetenschap”, zegt Babitski thuis bij een kop thee.

De minister verdedigt zich uiteraard tegen de „werklozen van Dissernet”, zoals hij de kleinzoon van de dissident uit 1968 noemt. In een tv-interview zei hij: liberale historici „houden niet van mijn methodologie. Het nationale belang van de staat is namelijk mijn methodologie”. Eerder schreef hij onbekommerd orwelliaans: „Wie het verleden bestuurt, bestuurt de toekomst.”

De historici van de Hoge Attestatiecommissie denken daar echter toch anders toch over. Met 17 tegen 3 stemmen en 1 onthouding adviseerden zij vorige week om Medinski zijn doctorstitel te ontnemen. Medinski kan slechts hopen dat het presidium van deze commissie volgende week de aanbeveling van de experts om politieke redenen alsnog in de prullenbak gooit.

Wordt dus vervolgd.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.