Recensie

Pleidooi voor het radicale universalisme

Recensie De idealen van Martin Luther King Jr., Mahatma Gandhi en Nelson Mandela lijken bij vervlogen tijden te horen. Wie hoor je nu nog over het erkennen van het gezamenlijke? Toch toont Bas Heijne aan dat het mogelijk is onze eigen maatschappij in te richten op basis van deze waarden.

Mahatma Gandhi Foto Hulton Archive / Getty Images

De I Have a Dream-speech van Martin Luther King Jr. wordt vaak als het hoogtepunt van de Amerikaanse burgerrechtenstrijd gezien. In deze toespraak, gehouden op de trappen van het Lincoln Memorial in de zomer van 1963, gaf King een duidelijke beschrijving van de Beloved Community waar hij voor vocht. Een samenleving die de grondbeginselen van de Verenigde Staten – gelijkheid en vrijheid – respecteerde, ongeacht huidskleur. Een solidaire samenleving bovendien, waarin broederschap tussen bevolkingsgroepen voorop stond.

In de jaren daarna boekten King en zijn bondgenoten belangrijke overwinningen op het gebied van federale wetgeving. De Civil Rights Act van 1964 schafte de segregatie in het Zuiden af en de Voting Rights Act van 1965 beschermde het stemrecht van minderheden.

Daarna was het echter snel gedaan met de sympathie van blanke Amerikanen voor de burgerrechtenbeweging. Zodra activisten structurele (economische) ongelijkheid in het Noorden aan de kaak gingen stellen, nam het enthousiasme voor hun zaak zienderogen af. Op 4 april 1968 werd King vermoord. Ruim een half jaar later won Richard Nixon de verkiezingen als de kandidaat van de Silent Majority – de Amerikaanse Henk en Ingrid.

Is de filosofie van Martin Luther King nog relevant? Bas Heijne vindt van wel. In zijn essay Wereldverbeteraars bespreekt hij de ideeën en acties van King, Nelson Mandela en Mahatma Gandhi en de betekenis daarvan voor onze tijd. ‘Juist omdat er geen grote, inclusieve bewegingen meer zijn, vallen steeds meer mensen terug op hun eigen groep, of bubble, van waaruit ze de wereld wensen te zien en beoordelen.’

Radicale ideeën

Gandhi, King en Mandela streden tegen ongelijkheid en onderdrukking op basis van universele waarden. Door middel van geweldloos verzet wilden Gandhi en King de onmenselijkheid van racisme en koloniale (lees: blanke) overheersing aantonen. Tezamen met Mandela geloofden zij dat een pluriforme maatschappij alleen mogelijk was door het gezamenlijke te erkennen: het mens-zijn. Als hindoe verdiepte Gandhi zich in de andere grote religies van India. King vocht voor een geïntegreerde maatschappij op basis van liefde. Mandela geloofde in de haalbaarheid van Zuid-Afrika als Rainbow Nation. Dit waren radicale ideeën in een tijd waarin ongelijkheid geïnstitutionaliseerd was.

Heijne betoogt overtuigend dat dit gedachtegoed ook nu nog niets aan radicalisme heeft ingeboet. De strijd van Gandhi, King en Mandela duurt voort, zij het op een ander niveau. India is immers geen Britse kolonie meer, de segregatie is afgeschaft in de VS en de apartheid is opgeheven in Zuid-Afrika. Desondanks worstelen wij nog steeds met de erfenis van deze systemen van onderdrukking en ligt de daarmee verbonden sociale fragmentatie op de loer.

Het probleem blijft hoe er concreet invulling gegeven moet worden aan de idealen van de drie wereldverbeteraars. Gelijkheid voor de wet betekent namelijk niet automatisch maatschappelijke gelijkheid; hier is ook een eerlijkere verdeling van de welvaart voor nodig.

King sprak zich aan het eind van zijn leven krachtiger uit voor dit soort structurele verandering, maar al in 1963 benoemde hij politiegeweld, armoede en gettovorming als problemen die onlosmakelijk verbonden zijn met discriminatie. Wat nog wel eens vergeten wordt, is dat Kings I Have a Dream-toespraak onderdeel was van de March on Washington for jobs and freedom. Het ging de organisatoren van de mars niet alleen om wettelijke, maar ook om economische vrijheid.

Hier ligt de uitdaging voor de huidige politiek. Hoe kunnen we structurele ongelijkheid én maatschappelijke fragmentatie tegengaan? De oplossing is niet de eigenheid van de dominante cultuur te benadrukken, zoals CDA-voorman Buma onlangs voorstelde in de H.J. Schoolezing en wat vervat wordt in het verplicht leren van het Wilhelmus op school. In plaats daarvan kan men beter te rade gaan bij het universalisme van Gandhi, King en Mandela.