Opgevoed: Moeten onze zoons in hun eigen bed slapen?

Elke week legt een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week: zoons die iedere nacht bij de ouders in bed kruipen.

Illustratie Martien ter Veen

Vader: „Onze zoons van vier en zes jaar oud komen iedere nacht tussen 04.00 uur en 06.00 uur bij ons in bed. Mijn vrouw vindt dat niet erg, ze slaapt gewoon door, en ze noemt het een feest om ’s ochtends wakker te worden met twee lieve jongenslijfjes tegen zich aan geplakt. Maar ik word wakker, en val niet meer in slaap. Het punt is: ze worden nu zo groot dat er gewoon geen plek meer is voor ons alle vier. Ik rol steeds half uit bed. Ik ga meestal naar beneden om op de bank verder te slapen. We hebben wel eens geprobeerd ze terug te brengen maar we vinden het een beetje zielig om die slaapdronken jongetjes terug te duwen naar hun bedjes. Ga je dan niet voorbij aan de beleving van de kinderen? Ik heb het er wel eens met ze over voor het slapen gaan, maar ze vinden het eng om midden in de nacht in hun eigen bed te blijven, ook al hebben we een nachtlampje. We hebben daar nu ook een lamp bijgekocht in de vorm van een schaap met een verlichte wijzerplaat die van kleur verandert als ze naar ons toe mogen komen om kwart voor zeven, maar ik weet niet of hun cognitieve vermogens al toereikend zijn om het principe te snappen. De eerste nacht dat we dat ding gebruikten, zei mijn jongste ’s ochtends bij ons in bed tegen zijn moeder: ‘Zullen we samen kijken of de oogjes van het schaapje al groen zijn, mam?’

„Hoe krijgen we nou voor elkaar dat ze in hun eigen bedje blijven na jarenlang te hebben geaccepteerd dat ze elke nacht naar ons toe komen? Of moeten we wachten tot ze groot genoeg zijn en zelf niet meer willen?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Beschermende grenzen

Marga Akkerman: „Een kind in zijn eigen bed laten slapen helpt hem om generatiegrenzen te leren. Die grenzen geven een kind het vertrouwen dat hij ouders heeft die de leiding hebben over zijn dagelijks bestaan. Zij beschermen hem tegen gevaren waar hij zelf niet tegen opgewassen is. Hiermee geef je dus als ouders richting aan zijn beleving van geborgenheid. In en uit de ouderlijke slaapkamer kunnen marcheren, geeft een kind dat beschermende gevoel van grenzen niet.

„Dat vader naar de bank vertrekt en zijn kinderen zijn plaats laat innemen, kan ook een voedingsbodem worden voor scheefgroei in de verhoudingen in de gezinsrelaties. Kinderen kunnen zulke grote verschillen tussen de ouders aanvoelen, dat ze willen gaan controleren: wat doen ze als wij slapen?

„Veel jonge kinderen liggen ’s nachts een tijdje wakker, en moeten leren zichzelf gerust te stellen. Ze in bed nemen, werkt voor hun ontwikkeling dan averechts.

„Vertel de kinderen voor het slapen gaan dat als ze naar uw slaapkamer komen, u ze onmiddellijk terug brengt. Essentieel is dat beide ouders hierin hetzelfde beleid hebben. Het is een stuk makkelijker om die schattige mannetjes midden in de nacht weer op te pakken als je het daar samen over eens bent.”

Weekendritueel

Bas Levering: „Er zijn culturen waar het normaal is dat kinderen bij ouders slapen. In de laat-negentiende eeuwse stadse éénkamerwoningen waren grote gezinnen veroordeeld tot slapen in één ruimte. In onze individualistische cultuur speelt de eigen kinderkamer voor de vormgeving van de persoonlijkheid een belangrijke rol. Zonder ouders in slaap vallen leert kinderen om alleen te kunnen zijn met hun gedachten. Als die gedachten eng zijn, helpen we ze dáármee, want ooit zullen ze dat toch ook in hun eentje moeten kunnen. Daar is van alles aan te doen. Lichtje aan, deuren van kinder- en ouderslaapkamer op een kier. Bovendien wordt het gewoon ondoenlijk, die groter wordende lichamen in een tweepersoonsbed. Maak er een weekendritueel van dat ze één of twee keer in de week ’s ochtends, als de dag al begonnen is, bij jullie in bed mogen komen.

„Zonder ouders in de buurt slapen is gewoon een kwestie van wennen. Een halve eeuw geleden kwamen veel kinderen op hun achtste of negende pas aan hun eer-ste logeerpartij toe die dan ook nog vaak vanwege heimwee werd afgebroken. Nu slapen vierjarigen zonder problemen een heel weekend bij een vriendje of vriendinnetje.”