Ook D66’ers willen heus zondagsrust

De stemming in Zwolle

Vier partijen in één kabinet, hoe lang gaat dat goed? In Wipstrik, Zwolle, wonen de uitersten vlak bij elkaar. Dus polarisatie? Die blijkt gering.

De wijk Wipstrik in Zwolle: De gekozen burgemeester? „Ach, dat maakt niet zoveel emoties los.” Foto's Bram Petraeus

Koopzondag is „een dingetje in Zwolle”, zegt Karin van Laer. Dat klopt, bijna iedereen in de wijk Wipstrik begint er over.

Dat was precies waarom we deze week hierheen gingen. In Zwolle zouden we, met de verkiezingsuitslag van maart in de hand, een bijzonder ecosysteem kunnen vinden. In de wijk Wipstrik – een oud woord voor ‘galg’ – werd flink boven het landelijk gemiddelde op D66 gestemd. De ChristenUnie had hier bijna drie keer zoveel aanhang als landelijk.

Qua – zeer betrekkelijke – linksigheid heet het dat D66 en ChristenUnie elkaar kunnen vinden. Als het gaat om milieu en migratie: zeker. Maar op de culturele as staan ze pal tegenover elkaar. Voltooid leven, zondagsrust, gekozen burgemeester: de een is net zo hard tégen als de ander vóór is.

Dus dat de koopzondag hier een dingetje was, leek perfect te passen. Botsing der beschavingen in Wipstrik. Waarbij ChristenUnie-stemmers de dag des Heren even fel zouden verdedigen als D66-stemmers zouden zeggen dat de zondagsrust „niet meer van deze tijd is”.

Fysiotherapeut en acupuncturist Elske van Diepen stemde D66. Toch vindt zij het „idioot” dat supermarkten op zondag open mogen. „Iedereen heeft recht op een rustdag.” Goed als de overheid die van bovenaf oplegt, om burgers te steunen. Als we haar vragen wat ze van de gekozen burgemeester vindt, zegt ze: „O ja. Ach, dat maakt niet zoveel emoties los.”

Slager Willem van Voorst („Wilders is mijn man”) is ook tegen. Hij laat een brochure zien: ‘Verruiming winkeltijden is een bedreiging voor de kleine zelfstandige’. Hij heeft te doen met jonge ondernemers. „Je kunt in je eentje niet op tegen de supermarkt.”

Schoenverkoopster Karin van Laer stemde D66 en is ook tegen de koopzondag. „Altijd maar moeten consumeren”, zegt ze. Wat dat betreft vindt ze de ChristenUnie goed hoor. Alleen haar 17-jarige dochter Esmee is vóór, die gaat op zondag liefst naar Amsterdam, daar gebeurt tenminste wat – maar ja, zij mag nog niet stemmen. Een button op haar spijkerjack zegt: ‘Bernie for President’.

„Het leven is ingewikkeld”, zegt Joann van der Horst. Daarom vindt zij het „helemaal niet slecht dat er in een kabinet een beetje VVD, een beetje ChristenUnie, een beetje CDA en een beetje D66 zit”. Zij stemt altijd ChristenUnie. Het geloof hebben zij en haar man „een beetje losgelaten”, zegt ze. „Maar het zijn wel waarden die je altijd bij je houdt. Het groene. Het omzien naar elkaar.”

Ot en Sien in de Trompstraat. Joann van der Horst staat in de deuropening, zoon Zaïr zit op de drempel, dochter Jaëlle op een krukje onder de lobelia’s. Zij leest een boekje dat ze „nog niet uit had”. Joann van der Horst nodigt ons binnen en zet koffie. Jaëlle klautert een laddertje op naar een bed boven de bijkeuken: haar slaapkamer. De handige vader van Van der Horst heeft net een uitbouw in de tuin gemaakt, zo passen zij er met hun drie jonge kinderen in. Ze hebben besloten dat ze tevreden zijn met het voormalige arbeidershuisje, zegt Joann van der Horst. Het is maar hoe je in het leven staat, zegt ze. „Als wij een documentaire zien over minimalisme, spreekt dat ons meer aan dan ‘hoe kun je zoveel mogelijk geld verdienen’. In onze vriendenkring wordt er net zo over gedacht.”

Het stoorde haar dat de oppositie „meteen zo negatief” was toen het regeerakkoord bekend werd gemaakt. „Kunnen ze nou echt niet één goed punt aanwijzen in het regeerakkoord? Kom op, zo slecht gaat het toch niet?”

Daniëlle Weener, illustrator.
Foto Bram Petraeus
De heer Bandsma, bewoner woonzorgcentrum.

Allemachtig goed

Of we nu spreken met Elske van Diepen (33), die haar fysiotherapiepraktijk heeft opgebouwd zonder contracten met verzekeraars: „Zo kan ik de volle dertig minuten aan mijn patiënten besteden, zonder al dat papierwerk.” Of we nu spreken met illustrator Daniëlle Weener (28) die op het Herfterplein tamme kastanjes raapt en die de muziek- en de kunstscene in Zwolle ziet opbloeien: „Ik omring me met mensen die hetzelfde denken als ik. Dat geeft vertrouwen.” Of dat we spreken met maatschappelijk werker Joann van der Horst (35) die alweer bijna vergeten is hoe onzeker alles twee jaar geleden nog voelde: „Zodra men zegt dat het beter gaat, groeit het vertrouwen.” Alles in deze groep straalt uit: „We hebben het allemachtig goed hier”, zoals Van der Horst zegt. „We zijn natuurlijk middenklasse hè, dan ben je bevoorrecht.”

Er lopen ook minder bevoorrechte middenklassers in Wipstrik. Gepensioneerd kapper Frans Horsting (79), die „moet krabben” van zijn AOW, die nooit meer met vakantie kan naar het buitenland en die zich zorgen maakt over de migranten. „Ik heb alleen begrepen dat ik erop achteruit ga”, zegt hij over het regeerakkoord.

Slager Willem van Voorst (62) die met een vrolijk gezicht vertelt dat hij gek wordt van de regels en de controles in zijn vak, over veulens met een paspoort en bokjes met een chip. Dat zijn grootvader, die 91 jaar geleden met de zaak begon, nog van dat mooie, lichte varkensvlees aan het ziekenhuis kon slijten als kalfsvlees. „Dat lukt je nou niet meer”, zegt kleinzoon Willem. „En een boete begint nu bij duizend euro.” Hij is de laatste Van Voorst in de zaak aan de Evertsenstraat. Geen van zijn vier kinderen wil de slagerij overnemen. „Het stopt hier.”

In de Betje Wolffstraat loopt meneer Bandsma (87) de garage uit te ruimen, scheelt toch 80 euro per maand aan huur. Vorig jaar verhuisde hij naar een aanleunwoning. Zijn huis weg, zijn caravan weg, weekendhuisje in Drenthe weg, straks de garage weg. „Alleen mijn auto heb ik nog”, zegt hij, „dat is mijn laatste bastion”.

Het regeerakkoord? „Puur rechts beleid”, zegt Bandsma. Ja, er gaat meer dan 2 miljard naar de verpleeghuizen, maar bij de wijkverpleging wordt het geld weer weggehaald. Mensen zoals hij werden aangemoedigd om zo lang mogelijk voor zichzelf te zorgen.

Vandaar dat hij ging wonen in een woonzorgcentrum in een nabijgelegen wijk. Maar moet je er eens komen kijken: „De receptie is leeg, de technische dienst is weg, de keuken is dicht.” Daar betaalt hij 900 euro per maand voor.

Hij noemt het bezuinigingsbeheer. „Ik ben 87 jaar, mijn vrouw heeft alzheimer, zelf zegt ze dat haar geheugen slechter wordt. Ik moet alles voor haar doen, dat heeft ze wel door. Elke ochtend vraagt ze mij: ‘Hou je het nog wel vol? Wat moet er met mij als jij er niet meer bent?’ Soms zit ik er bij te huilen.”

Joann van der Horst zei het al: „De participatiesamenleving, dat klinkt best goed op papier, maar in de praktijk zie je veel mensen die nog het vangnet van de overheid nodig hebben.” Als maatschappelijk werker in het Isala Ziekenhuis ziet ze wie dat zijn. „De bovenste klasse kan het toch wel betalen, de onderste klasse wordt geacht een gemeenschap te zijn. Maar dat kunnen ze niet.”