Column

Na ‘Catalexit’ rest alleen verdwerging

Met uitspraken die nét opening voor dialoog bieden, hebben de Catalaanse president Carles Puigdemont en de Spaanse premier Mariano Rajoy een acute botsing en geweld voorkomen. De eerste riep dinsdag de onafhankelijkheid uit om inwerkingtreding binnen enkele seconden op te schorten, de tweede gaf de dag erna de Catalanen tot maandag om te zeggen wat ze bedoelen. Constructieve ambiguïteit. Tot teleurstelling van de hardliners deinsde elk van beiden terug voor de radicale opties: ‘Nu onafhankelijk’ (Barcelona) versus ‘het leger eropaf’ (Madrid). Beiden kopen tijd.

De Catalaan heeft tijd nodig omdat acute onafhankelijkheid – behalve allicht tot geweld – tot economische chaos zou leiden. Het lijkt alsof praktische vervolgstappen volstrekt ondoordacht zijn. Een ‘Catalexit’ betekent vertrek uit Europese - markt én munt in één, dus alle onzekerheid van Brexit plus de catastrofe van Grexit. Misschien maakt het de ultralinkse nationalisten van Puigdemonts coalitiepartner CUP weinig uit dat de eerste banken al uit Barcelona vertrekken en zijn ze de euro liever kwijt, maar denkt een meerderheid van Cataloniës inwoners ook zo?

Madrid mag zich aanrekenen dat de stem van de gematigden niet hoorbaar en zichtbaar werd. Door hardnekkig elk debat buiten de orde te verklaren kregen separatistische illusies vrij spel. In internationale berichtgeving blijft onderbelicht dat de referendumopkomst maar 43 procent was. In een opiniepeiling van deze zomer was 41 procent van de Catalanen voor afscheiding, 49 procent tegen. Wie Spanje verkiest bleef op 1 oktober beter thuis, om niet een onwettig referendum politiek gezag te verlenen. Vandaar stemmen zoals van Barcelona’s linkse burgemeester Ada Colau, die eerder een wettig referendum bepleitte. Dit had klaarheid en rust kunnen brengen, zoals in Schotland gebeurde in 2014 (in een referendum dat Londen goedkeurde). De invloedrijke Colau zei deze week de uitslag van 1 oktober géén basis voor eenzijdige stappen te vinden.

Madrid verloor in de stembusgang de slag om de beeldvorming en staat nog achter. Na de wapenstokken van de politie en beelden van vluchtende mensen, kantelde de sympathie van het internationale publiek. Van lastpakken werden de Catalanen slachtoffers. Een stommiteit van het centrale gezag. Politieke dialoog kan nu alleen slagen als ook de niet-radicale opties en stemmen zichtbaar worden, in de publieke ruimte. Iets daarvan gebeurt. Demonstraties in Barcelona met de leuze „Catalonië ja, Spanje ook”. Betogingen van burgers in Madrid en andere steden die hun gehechtheid aan Spanjes eenheid betuigen.

Volgende week donderdag is er een Europese top over Brexit, ook een afscheiding. Maar de Britse vindt plaats na een wettig referendum en betreft het vertrek uit een statenverband, niet uit een staat. Zelfs in die situatie blijkt het haast ondoenlijk. De lijdensweg van Theresa May zou de Catalanen te denken moeten geven. Merkel, Macron, Rutte, Tusk en Juncker moeten dus luid en duidelijk herhalen dat territoriale afscheiding uit een lidstaat het vertrek uit de Unie betekent.

Met een ‘Catalexit’ verliezen Catalanen de euro, het EU-burgerschap (toegift op het burgerschap van een lidstaat) en deelname aan Schengen (dus invoering van grenscontroles en visa). Dit alles zonder uitzicht op terugkeer in de club, want dat mag Spanje vetoën. Deze harde boodschap klonk nooit helder door. Door de onzichtbare geborgenheid die ze biedt, voedt de Unie regionale afscheidingsbewegingen; voorbije illusies over een ‘Europa van de regio’s’ droegen het hunne bij. Een Unie van zwakke staten is een zwakke Unie. De triomf van het separatisme leidt (met een term uit Die Zeit) tot ‘zelf-verdwerging’. Niet tot een sprookje.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Vorige maand verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa.