Impasse bij Brexit, ‘no deal’ dreigt nu

Europese Unie en Verenigd Koninkrijk

De onderhandelingen over de Britse exit uit de EU zijn vastgelopen, onder meer over financiële verplichtingen. Dat is niet alleen tactiek.

Nu de Brexitonderhandelingen zijn vastgelopen wordt in Londen en Brussel de vraag gesteld: hoe nu verder? Donderdagavond telefoneerde ‘Europees president’ Donald Tusk met de Britse premier Theresa May. En in de Britse politiek groeit de bezorgdheid: oppositiepartij Labour riep de regering op als noodmaatregel een extra ronde onderhandelingen te plannen.

Dat de gesprekken zouden vastlopen, hing al weken in de lucht. Het was dan ook geen verrassing dat EU-onderhandelaar Michel Barnier en zijn Britse tegenpool David Davis na afloop van de vijfde gespreksronde donderdag weer langs elkaar heen spraken. Barnier sprak van „een impasse”. Davis riep EU-leiders op het onderhandelingsmandaat van de Fransman „te versoepelen” om ook over de toekomstige handelsrelatie te praten.

De impasse is deels tactiek. De gesprekken over de Britse eindafrekening zijn een zero-sum game en dus hard tot het bittere eind. Tijdens haar recente toespraak in het Italiaanse Florence opperde premier May dat er een tweejarige transitieperiode moet komen en dat het Verenigd Koninkrijk tot het einde daarvan aan zijn verplichtingen zal blijven voldoen. Volgens Barnier wilden de Britse onderhandelaars deze week „niet concretiseren” wat May voor ogen heeft.

Twee keer zo rampzalig voor Nederland

Het dispuut gaat erover dat de Britse verplichtingen doorlopen tot ver na 2021. EU-diplomaten schatten dat tot dat jaar nog maar 25 tot 30 procent van de Britse openstaande rekening voldaan zal zijn. Volgens Barnier is het nakomen ook een kwestie van wezenlijk vertrouwen.

Toch is de impasse meer dan dan theater. Er is weinig vooruitgang op de dossiers waar wél een gemeenschappelijk belang is, zoals het garanderen van de rechten van EU-burgers in het VK en vice versa, en de Ierse grens. Daarvan zeggen de Britten dat vooruitgang mogelijk is als de toekomstige handelsrelatie aan bod komt, aangezien die het douaneregime op de grens bepaalt.

De EU-landen zijn eensgezind. De vraag is of dit zo blijft. Zo zit Nederland anders in deze kwestie dan landen met aanzienlijk minder grote handelsbelangen. De Rabobank voorspelde donderdag dat een harde Brexit twee keer zo rampzalig voor Nederland kan uitpakken als eerder gedacht.

Het beroep dat Davis doet op EU-leiders lijkt erop gericht om het sluiten van de rijen te verbreken. De kans dat dit nu lukt, is klein. Uit gelekte stukken blijkt vooralsnog dat EU-leiders de conclusie van Barnier overnemen en volgende week tijdens een EU-top het dossier ‘toekomstige handelsrelatie’ doorschuiven naar december. May zal na die top met lege handen huiswaarts keren.

Ze kan zich die tegenslag niet permitteren. Haar politieke krediet is niet alleen onvoldoende om in Brussel compromissen te sluiten, haar premierschap hangt na het gestuntel op het partijcongres aan een zijden draad. Tevens kampt zij met een decennia-oud euvel: verdeeldheid die is aangewakkerd door een eurosceptisch smaldeel binnen de Tories. Het idee van David Cameron dat die ruzie kon worden beslecht met een Brexit-referendum, bleek een vergissing. Brexit heeft de Conservatieven dieper verdeeld, met nu als twistpunt hóé de Britten de EU verlaten. „Het gevolg is dat EU-leiders niet weten of de uitspraken van May wel door haar partij en ministersploeg worden gesteund”, zegt Keir Starmer, de ‘schaduwminister’ van Labour voor Brexitzaken, tegen enkele buitenlandse journalisten.

Starmer waarschuwt dat de EU ervoor moet waken de zwalkende Britse regering uit te buiten. „Als de EU zich te agressief opstelt, zal dat in het VK leiden tot een sterkere roep de EU zonder deal te verlaten. Daar wordt niemand beter van.”

Toch dringt dat scenario zich op. In Brussel zei minister Davis dat Londen 250 miljoen pond opzij zet om no deal voor te bereiden. „We streven er niet naar, maar we maken overal plannen voor.” Barnier waarschuwde dat „geen deal een heel slechte deal” zou zijn, maar dat de EU „klaar zal staan om alle eventualiteiten het hoofd te bieden”.