Het is altijd Eva, Emma of Floor, en zelden Fatima

Kinderboeken Op school zijn er vele huidskleuren maar de hoofdpersonen van kinderboeken zijn nog steeds bijna allemaal wit.

Illustratie Kazuma Eekman

Neem een kinderboek over een Nederlandse schoolklas van nu, en bekijk eens hoe het hoofdpersoon heet. Als het een meisje is, heet ze misschien Emma of Eva of Floor, maar nooit Hafsa, Ihsane of Youssra. Soms heeft ze wel een klasgenootje dat Fatima heet. In dat geval draagt die Fatima ook zeker een hoofddoek, en horen we op een zeker moment in het verhaal ook dat ze het Suikerfeest viert. Samen met al haar broertjes en zusjes, onder wie meestal een jongen die Mo heet.

Terwijl je in schoolklassen steeds meer verschillende huidskleuren en etniciteiten tegenkomt, blijven de hoofdpersonen van kinderboeken vrijwel allemaal wit, ziet Ingrid Meurs. Zij is literair dienstverlener en selecteert nu een paar jaar kinderboeken voor ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib, dat graag wil investeren in boeken die ‘een kijkje in andere culturen’ geven en daarmee ook multicultureel Nederland representeren. Haar zoektocht is moeizaam. „Ik zocht er maar één per jaar, maar zelfs dat lukte niet altijd.”

Er zijn er wel een paar. De Amerikaans-Nederlandse illustrator Mylo Freeman maakt al jarenlang prentenboeken over de zwarte prinses Arabella. Schrijfster Lydia Rood schreef Ali’s oorlog over een Marokkaans-Nederlandse jongen, Xinia’s wraak over een zwart meisje. Maar dat zijn de uitzonderingen.

Is dat erg? Een boek lees je toch niet om de etniciteit van de hoofdpersoon of schrijver? Vorig jaar zei Lydia Rood al tegen NRC: „Het valt me op, ook als ik op een boekenmarkt achter mijn uitgestalde boeken zit, dat ook kinderen met een Noord-Afrikaans uiterlijk mijn boek Anansi’s web pakken, uit 2000. Toch omdat daar twee donkere kinderen op het omslag staan, denk ik. Die gaan over hén. Ze zoeken naar herkenning.”

Als kind hield Chafina Bendahman, een van de drie oprichters van uitgeverij en productiebedrijf ROSE stories, „ook gewoon ontzettend van Matilda van Roald Dahl”. „En ik ben opgegroeid met Annie M.G. Schmidt en Thea Beckman. Dat waren de boeken die we op school kregen, heerlijke boeken. Maar toen ik ouder werd, merkte ik wat het met je doet als je een boek leest waarin je jezelf herkent.” Het waren de jaren negentig, en schrijfster Zohra Zarouali publiceerde twee jeugdboeken over Amel, een Marokkaans meisje in Nederland. Bendahman: „Dat ging echt over mij.” Ze is zelf geboren in Marokko, en als jong meisje met haar ouders naar Nederland verhuisd. „Om jezelf terug te zien in een Nederlandstalig kinderboek is belangrijk voor je eigenwaarde, voor het gevoel dat je erbij hoort.”

Weinig verbetering

In haar kindertijd, de jaren negentig, verschenen er jaarlijks nooit meer dan zes kinderboeken van een allochtone auteur, zo bleek in 2005 al uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Sindsdien is er weinig verbeterd. De verklaring van de kinderboekenbranche: ze zijn er niet. Kinderboekenuitgevers zóéken wel naar talent met een niet-Nederlandse achtergrond, maar ze vínden het gewoon niet. „Ik heb het idee dat zij in een totaal andere wereld rondlopen. Ze zijn er wél”, zegt Chafina Bendahman. Dat merkte ze toen ze twee jaar geleden ROSE stories oprichtte, dat boeken uitgeeft en toneel en film produceert met speciale aandacht voor culturele diversiteit. Het begon met de persoonlijke ambitie om een kookboek met Marokkaanse gerechten uit te geven, maar groeide algauw uit tot een multimediale uitgeverij met een licht activistische missie.

Over welk kind wordt zelden een boek geschreven? Illustratie Kazuma Eekman

ROSE stories zette nieuwe makers ertoe aan kinderverhalen te vertellen en gaf tot nu toe drie kinderboeken van eigen bodem uit: Mootje van scenarioschrijver Hakima Elouarti, De brieven van Mia van historica Astrid Sy en Hoekjes van geluk van actrice Maryam Hassouni. „We zijn ook een talentontwikkelingstraject begonnen, samen met het Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Daarvoor kregen we driehonderd aanmeldingen. Er is meer talent dan we aankunnen.”

„Ja man, we waren hier al de hele tijd”, zegt Brian Elstak, beeldend kunstenaar en verhalenverteller, die deze maand debuteerde met zijn eerste kinderboek Tori, bij uitgeverij Das Mag. Dat begon ooit met verhaaltjes die hij ’s avonds aan zijn kinderen vertelde: over de reuzenschildpad Jean-Michel Tortoise die een groep mensenkinderen onder zijn hoede heeft. Elstak besloot toen „iets geks te doen” en „van die verhalen een soort Dikkie-Dikachtig filmpje te maken, met plaatjes en voice-overs.” Hij vroeg bevriende rappers om de stemmen in te spreken. Iedereen wilde. „Omdat het voor kinderen was.

Bij de vertoning bleek het filmpje een snaar te raken – en dat was net het zetje dat hij nodig had om tot het plan voor een boek te komen en op zoek te gaan naar een uitgever die de dingen graag net even anders doet. „Er kwamen zoveel toffe reacties: dit was iets waartoe hun kinderen zich konden verhouden. En dat waren ook witte ouders, hoor: het draaide er echt niet alleen om dat de personages donker zijn. Het waren mensen die into hiphop zijn, ze zeiden: eindelijk komt er ook iets voort uit de hiphopcultuur dat voor kinderen gemaakt is. Je moet niet denken dat Tori een boek is voor zwarte kinderen, het is voor alle kinderen.”

Gewoon avontuur

Wat opvalt aan de boeken van ROSE stories en ook Brian Elstaks Tori: ze gáán helemaal niet over afkomst. Het Marokkaans-Nederlandse meisje Mootje heeft dan misschien veel broertjes en zusjes, maar beleeft gewoon een avontuur waarin haar afkomst geen rol speelt. In het prentenboek Hoekjes van geluk is het nog minder aanwezig. De enige dingen die aan diversiteit doen denken zijn de huidskleur van de hoofdpersoon Sam, die eerder beige dan wit is, en de hoofddoek van zijn moeder – en die is maar op twee tekeningen te zien. Het is een hoofddoek zonder rol in het verhaal.

Bendahman: „Dat is precies wat we willen: verhalen voor het voetlicht brengen die niet alleen over afkomst gaan, maar over universele thema’s die door alle kinderen beleefd worden. Liefde, vriendschap, de dood. Een Marokkaans meisje hoeft toch niet alleen in een kinderboek voor te komen als haar afkomst geproblematiseerd wordt?”

Niche-product

Toch is dat wel hoe het vaak uitpakt in kinderboeken. Als de huidskleur van de hoofdpersoon afwijkt van de witte norm, dan is er iets. Dat bewees vorige maand nog een anekdote die de weduwe van Roald Dahl naar buiten bracht: haar man was van plan om van Sjakie, uit Sjakie en de chocoladefabriek, een zwarte jongen te maken. Op aanraden van zijn literair agent maakte Dahl hem wit: een zwart jongetje zou maar vragen oproepen.

Dat was in de jaren zestig – maar het is nog steeds actueel. Een niet-wit kind op de kaft verkoopt slechter, hoorde Bendahman bij verschillende kinderboekenuitgevers. „Voor we ROSE stories oprichtten hebben we geprobeerd onze verhalen bij bestaande uitgevers onder te brengen”, zegt Chafina Bendahman. „Maar ze vonden het te veel een nicheproduct, iets voor een te kleine doelgroep. Dat vind ik jammer en gek: in de Randstad zal in de nabije toekomst bijna de helft van de kinderen een niet-Nederlandse achtergrond hebben. Dat is ook een doelgroep, een markt. ”

Uitgevers en filmproducenten denken ten onrechte dat ze andere verhalen moeten gaan schrijven om een multiculturele doelgroep te bedienen, zegt Bendahman. Ze was ooit ingehuurd om advies te geven over een filmscenario over een Marokkaanse jongen. „Maar aan het einde van het traject kreeg ik van de makers te horen: de personages zijn niet Marokkaans genoeg. Mijn adviezen waren zoals ik het leven om me heen zag, maar kennelijk bevestigde het niet het stereotiepe verhaal dat zij wilden horen. Voor mijn perspectief was nog geen ruimte. Die moest ik echt zelf creëren.” Daarom, benadrukt ze, is wat ROSE stories doet niet voor alléén niet-witte Nederlanders bedoeld: ze wil graag dat álle kinderen voorbij de stereotypen kijken.

‘Gek dat ik moet uitleggen dat mijn boek voor alle kinderen is’

Brian Elstak, auteur van kinderboek Tori

Inmiddels lijkt ze steeds meer wind mee te krijgen: ROSE stories groeit en het gesprek over diversiteit wordt op steeds meer plekken in de culturele sector gevoerd. „Het komt nu allemaal een beetje bij elkaar. Op de boekenbeurs in Frankfurt sprak ik deze week met uitgevers uit Groot-Brittannië,België en Portugal over een internationaal project voor talentontwikkeling. Je moet echt samen optrekken.”

Diversiteit is minder een doel dan een gegeven, zegt Brian Elstak. „Het is ergens gek dat ik moet zeggen dat mijn verhaal voor álle kinderen is. Ik genoot van Pluk van de Petteflet en je hoort mij niet zeggen: dat is niet voor mij.” Eigenlijk, zegt hij, ligt dat activisme rond diversiteit hem persoonlijk niet zo. „Ik wil gewoon toffe shit droppen. Ik ga niet in discussie met mensen die niet beseffen dat dit een belangrijk ding kan zijn. Bovendien voegen we gewoon iets toe, het is toffe nieuwe shit. Je moet het zien als Netflix: er is zoveel keuze, je kan in de wereld van Ozark of Master of None duiken, of je houdt het gewoon bij Breaking Bad.”