Opinie

Fijn, die gereguleerde wietteelt. Nu harddrugs nog

De vraag naar drugs staat gelijk aan die naar andere genotsmiddelen zoals alcohol en tabak, schrijft . Gebruik daarvan ziet hij als mensenrecht en veilige consumptie als overheidstaak.

Foto iStock

In de strijd tegen criminaliteit gaat het nieuwe kabinet experimenteren met door de overheid gereguleerde teelt van wiet en hasj. Geselecteerde gemeenten mogen meedoen aan een proef waar telers die coffeeshops bevoorraden onder toezicht staan. Hierdoor wordt de gehele keten, van productie tot verkoop, legaal.

Een stap vooruit. Liever nog had ik een fundamentele discussie voorafgaand aan deze proef gezien. Drugs zijn namelijk niet louter schadelijk of moreel verwerpelijk: ze kunnen op individueel en maatschappelijk niveau van waarde zijn. Ons drugsbeleid moet daarom gebaseerd zijn op het principe dat de vrijheid om te gebruiken een mensenrecht is. Zet uw holistische bril op en denk met mij mee.

De vraag naar drugs komt voort uit een wezenlijke behoefte aan geestverruiming, escapisme en genot. Meestal omwille van plezier, maar soms ook ter verzachting of uit noodzaak. Al sinds mensenheugenis gebruiken wij daarvoor middelen: koffie, alcohol, seks, bungeejumpen, kunst, religie. Drugs verdienen een waardige plaats in dit rijtje.

Natuurlijk, niet elke behoefte behoort tot een recht te leiden. Behoeftebevrediging voor de één kan immers leiden tot onrecht voor de ander. Maar dit geldt niet voor drugsgebruik; als je daar al iemand kwaad mee doet, dan treft het alleen jezelf. Zelfbeschikking dus. Daarnaast sluiten de regeldriftigen hun ogen voor het weldadige effect van drugs. De mens vaart wel bij rituelen en genotsmiddelen. Denk aan een kop koffie bij de ochtendkrant of een reep chocolade bij liefdesverdriet. Maar dus ook een goed glas wijn voor reflectie na een drukke dag. Een lsd-trip inspireert kunstenaars en xtc op een feest versterkt je liefde voor een goede beat. Zonder genotsmiddelen zouden uw platenrek en boekenkast een stuk leger zijn.

We kunnen en mogen geen morele rangorde in drugs opleggen. Het is aan eenieder welk genotsmiddel bij hem of haar past en die keuzevrijheid moet door de overheid worden gewaarborgd. Verkeerd of overmatig drugsgebruik kan schadelijk zijn, maar een overheid die zich werkelijk bekommert om de volksgezondheid kan zich beter richten op het voorkomen van factoren die problematisch drugsgebruik veroorzaken (armoede of geestelijke nood, bijvoorbeeld) dan het verbieden van de verdoving tegen die factoren.

De perceptie dat harddrugs een onaanvaardbaar risico vormen is misleidend; op individueel niveau kunnen we geen onderscheid maken tussen softdrugsgebruik enerzijds en harddrugs anderzijds. Softdrugs kunnen in zowel frequentie als dosering ‘hard’ worden gebruikt en harddrugs ook ‘soft’. De één eindigt regelmatig met alcoholvergiftiging in het ziekenhuis, de ander gebruikt zonder problemen een leven lang af en toe cocaïne. Dit gegeven maakt classificaties zoals die in de Opiumwet staan arbitrair en het verbod op harddrugs disproportioneel.

Dat het stigma op drugsgebruik en het draagvlak voor het verbod op harddrugs springlevend zijn, blijkt elke dag opnieuw. Twintigers die recreatief xtc gebruiken, worden gezien als ontspoorde, onverantwoordelijke jongeren. In het publieke debat wordt politie-inzet ter voorkoming van drugshandel gezien als een vanzelfsprekendheid. De excessen halen immers de media en politici denken vervolgens dat het altijd hommeles is met drugs. Maar de duizenden mensen die zo nu en dan drugs consumeren tijdens het uitgaan komen nooit op het journaal. Of bij de huisarts. We gaan voorbij aan het feit dat de overgrote meerderheid verantwoord met drugs omgaat.

Een bekoorlijk leven moet het hoogste recht zijn. Daar hoort ook nuttigen en handelen bij dat niet direct verlenging van levensjaren oplevert. Die holistische blik op gezondheid is belangrijk: de tendens in de samenleving om alles wat niet voldoet aan de nauwe definitie van ‘gezond’ te stigmatiseren of te verbannen brengt ons een armoedige mensheid. Wie dat erkent zal eventuele risico’s en kosten sneller accepteren.

Gereguleerde wietteelt betekent een belangrijke stap in de erkenning van drugs als volwaardig onderdeel van een mensenleven en van onze samenleving als geheel. De volgende stap is het legaliseren van harddrugs. Legalisering hoeft niet te betekenen dat de markt helemaal vrijgelaten wordt, met de overheid slechts als toeschouwer. Nee, de overheid kan, net als bij de proef met wietteelt, productie en verkoop van harddrugs reguleren. En verantwoord gebruik sturen, zoals al gebeurt met alcohol, tabak en andere consumptiemiddelen.

Drugscriminaliteit, en het stigmatiserende effect daarvan op gebruikers, zal door legalisering verdwijnen. We geven mensen met drugsproblemen een beter zelfbeeld en een samenleving die zich minder oordelend over hen ontfermd. We kunnen drugs verfijnen en keuren waarmee we effect en veiligheid optimaliseren. Ja, legalisering en erkenning van drugsgebruik als een mensenrecht maakt van gebruikers gekende, deugdzame en beter beschermde burgers.

Lees ook: Nederland blijft in top drugsgebruik Europa. Wat betreft MDMA- en amfetaminegebruik steekt Nederland met kop en schouders boven andere Europese landen uit.