Column

Een keurig gala met een rebelse winnaar

Zap

De gladheid van het Televizier-Ring Gala contrasteerde met de winnaars. Arjen Lubach wilde er niet te veel bij horen en Eva Jinek hield een betoog voor „iedereen die zich niet aanpast”.

Robert ten Brink, Janine Abbring en Arjen Lubach tijdens het Gouden Televizier-Ring Gala (AVRO-TROS)

Vroeger wisten ze bij de VPRO niet eens dat de Televizierring bestond, maar bij de 52ste editie heeft de omroep de publieksprijs voor het best gewaardeerde tv-programma dan toch gewonnen. Niet iedereen keek even vrolijk tijdens het dankwoordje dat Arjen Lubach uitsprak, een minuut nadat hij door Robert ten Brink de Gouden Televizier-Ring om zijn middelvinger geschoven had gekregen. De winnaar hield een parodie op een dankwoord, zei dat ‘achter de schermen’ hijzelf ook heel belangrijk was, plus nog vier verwante grapjes.

Maar, hoorde je de aanwezigen bijna denken, nu zal hij toch wel serieus zijn nederigheid betonen. Die kenden de winnaar niet. „Het programma heet natuurlijk wel Zondag met Lubach”, ging Lubach door, „maar het had ook best Maandag met Lubach kunnen heten. Als het op maandag was.” Tot slot dankte hij de mensen die op hem hadden gestemd, want daar deden tv-makers het toch allemaal voor: „Zelfbevestiging. En geld.”

Toen was het wel duidelijk: Lubach mocht dan zijn stinkende best hebben gedaan om stemmen voor de verkiezing te werven (tot en met lichtreclame op de buitenmuren van de AFAS-zaal) – hij wilde er ook weer niet te veel bij horen. Nog op het podium riep hij een camera bij zich om alvast een teaser voor zijn programma op te nemen. Even later, in een straalverbinding met Pauw, noemde hij de avond een „sociologisch experiment” en beschreef hij zijn gevoel bij aankomst als: „Deze vakantie had ik niet geboekt.”

Het koekoeksjong ging er dus met de hoofdprijs vandoor, maar dat was alleen het slot van de twee uur lange show-met-voorbeschouwing. Ik werd nogal overvallen door de ernst waarmee de uitzending werd begeleid. Dat begon al met een promofilmpje op NPO 1 waarin heel flauw wèl de voor de Ring genomineerde programma’s van de publieke omroep werden aangeprezen (behalve Lubach was dat Beste zangers), maar RTL-concurrent Expeditie Robinson werd verzwegen. Zoiets past een gastheer niet. Expeditie Robinson werd trouwens tegelijkertijd uitgezonden: wellicht hadden de Robinson-fans het te druk met kijken om te stemmen.

De uitzending zelf was niet zo opwindend. De muziekkeuze (André Rieu en de zanggroep OG3NE) voldeed aan alle Avrotros-clichés. De intermezzi waren smaakvol, maar neigden naar sentiment en de toekenningstoespraakjes bij de verschillende prijzen waren vooral ernstig. Ook was het een nadeel dat het Britse schrijversduo Nicci French uitgerekend aan Angela Schrijf de prijs voor beste actrice moesten uitreiken. Britten kunnen natuurlijk geen ‘Schijf’ zeggen. Al met al kon je je voorstellen dat RTL-kopstuk Wendy van Dijk en haar man Erland Galjaard in de zaal zeer zichtbaar kauwgum (aangenomen dat het kauwgum was) zaten te kauwen.

De gladheid van het gala contrasteerde met de winnaars. Met Lubach natuurlijk, maar ook met Eva Jinek, na Paul Witteman in 2001 pas de tweede journalist die een Zilveren Televizierster voor presentatie kreeg. Jinek hield een betoog waarin ze „iedereen die zich niet aanpast” aanspoorde dat ook vooral nooit te doen. Ook bij de beste acteur (Jeroen van Koningsbrugge) en de beste mannelijke presentator (Wilfred Genee) koos het publiek voor persoonlijkheden en programma’s waar nog wat rafelrandjes aan zitten.

Kennelijk komt de kijker daar eerder voor in beweging dan voor wéér een nieuwe variatie op een bekend stramien. Dat beeld bleef na twee uur hangen: dat van een keurig gala langs gebaande paden, terwijl de kijker inmiddels elders op zoek is naar avontuur.