Onderwijs

Een goede leraar geeft minder les

Onderwijsblog Het regeerakkoord bestemt alleen extra geld voor het basisonderwijs. Beperk dan de ambities voor de rest.

Anp Bas Czerwinski

,,Meer geld voor onderwijs’’, zei D66-leider Alexander Pechtold trots bij de presentatie van het regeerakkoord. Dat geldt alleen voor het basisonderwijs, waar bijna 700 miljoen bij komt. En het vmbo techniek krijgt 100 miljoen erbij. Een uitstekend idee. Maar de andere sectoren van voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs moeten het met ongeveer het zelfde onderwijsbudget doen.
Is dat een probleem? Kennelijk alleen voor de basisschoolleraren, die als enigen in de prijzen vielen. Ze vinden het niet genoeg. Ze zetten hun stakingsplannen voor november waarschijnlijk alsnog door. Die staking zal minder steun krijgen dan de vorige.

In het voortgezet onderwijs worden leraren beter betaald. Bovendien krimpt het aantal leerlingen en dat geeft ruimte. Maar er is geen extra geld voor het aantrekken van ontbrekende leraren in de basisvakken Nederlands, wiskunde, natuurkunde, Engels, Duits.
Ook het hoger onderwijs knelt. Vooral universiteiten groeien door zonder dat daar meer geld tegenover staat.

Volgens het regeerakkoord moeten zoveel mogelijk leerlingen doorstromen naar hogeschool en universiteit. Drempels als een numerus fixus of extra toelatingseisen moeten zoveel mogelijk worden weggenomen. Bovendien zet het nieuwe kabinet in op internationalisering en moeten er buitenlandse studenten worden aangetrokken. Dat is mooi maar de buitenlandse studenten komen vooral uit de EU en kosten evenveel geld als Nederlanders. Elk jaar is er dus per student minder geld voor onderwijs. Docenten moeten nog harder werken. Een goed contract blijft duur.

Hoe kan dat worden opgelost?

De middelbare scholen zullen de tekorten wegpoetsen. Meer ophokuren invoeren of onbevoegde leraren voor de klas zetten. De overheid kan het begrip ,,bevoegd’’ verruimen zodat er in één klap meer leraren onder vallen. Je kunt nu al eerstegraads leraar worden via een hbo master. Dan is de universiteit er helemaal niet meer voor nodig. Jammer voor het streven om meer academici voor de klas te krijgen. Er is nog steeds een sterke lobby voor vakoverstijgende gebieden. Dan zijn er meteen meer leraren bevoegd. De biologieleraar kan natuurkunde geven. Teambevoegd heet dat.

Minder uren

Naast deze sluipweggetjes is er ook de koninklijke baan: het aantrekkelijker maken van het leraarschap zelf. De nadruk moet dan liggen op minder, minder. Minder administratie, minder nieuwe verplichtingen die van bovenaf worden opgelegd. Het regeerakkoord beveelt al ,,regelluwe’’ scholen aan.

Maar geef vooral minder onderwijs als er geen geld voor is. Nederlandse fulltime onderwijzers (basisschool) geven 930 uur per jaar les versus 794 uur gemiddeld voor de geïndustrialiseerde landen. Minder lesuren, dan ook minder parttimers en minder tekort. Voor de bovenbouw van de middelbare school wordt er 750 uur per jaar lesgegeven en dat is bijna 100 uur meer dan het internationale gemiddelde. Zijn al die uren wel nodig? Een goede leraar geeft minder les.

De curriculumvernieuwing gaat door, hebben de coalitiepartners besloten. De verleiding voor de ontwikkelteams is groot om veel nieuws te verzinnen en op te leggen aan onwillige leraren. Voor zo’n nieuw lesplan wordt ingevoerd, moeten alle leraren goed worden gepeild, niet alleen de professionele vernieuwers, zoals tot nu toe gebeurde. Curriculumvernieuwing biedt een kans voor een kerncurriculum, zodat de extra’s kunnen worden geschrapt. Taal, rekenen en wiskunde zijn de basis van alles. Laat dat nou net de vakken zijn waar het lerarentekort het grootste is.

Ook het hoger onderwijs komt niet onder minder onderwijs uit. Niet minder uren onderwijs maar voor minder studenten dan voorzien, beperking van de groei.

Het gebrek aan studentenkamers is al een rem op de intocht van buitenlandse studenten die zo’n kamer niet langs informele weg kunnen regelen. De internationalisering wordt ook afgeremd door de voorgenomen strengere handhaving van de wettelijke eisen aan het invoeren van Engelstalige opleidingen. Wat is er tegen om Nederlands te leren voor een opleiding in Nederland? Veel Duitsers doen het al.

De Citotoets vervult geen rol meer bij de selectie aan het eind van de basisschool. Er stromen steeds meer leerlingen door naar vwo en havo en daarna naar het hoger onderwijs. Het vmbo en het mbo blijven voor veel ouders een horrorscenario. Ten onrechte. De organisatie van rijke landen Oeso heeft veel lof voor het Nederlandse beroepsonderwijs. Duitsland bewijst dat goede beroepsopleidingen een uitstekend alternatief bieden voor de universiteit.

Daar zijn goede leraren voor nodig.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.