Recensie

Door de ogen van een puber

Man Booker prize

Op de shortlist van de prijs, die op 17 oktober wordt uitgereikt, staan twee debutanten met een originele roman. Desondanks kun je je afvragen of ze de prestigieuze nominatie wel verdienen.

Dat mag je toch wel opvallend noemen: bij het samenstellen van de shortlist passeerde de jury van de Man Booker Prize schrijvers als Arundhati Roy, Sebastian Barry en Colson Whitehead, en koos voor twee debutanten: Emily Fridlund en Fiona Mozley. Altijd interessant wanneer een jury onbekende namen naar voren schuift, maar zijn ze het waard?

Beide romans worden verteld vanuit het perspectief van een puber, en in beide verhalen speelt loyaliteit een grote rol. Ook besteden beide auteurs veel aandacht aan het landschap en de loop der seizoenen. Daarmee houden de overeenkomsten op, Fridlund laat twijfel toe, bij Mozley zijn de verhoudingen duidelijker. Als het tussen deze twee zou gaan, wint Fridlund op punten.

In Een geschiedenis van wolven van de Amerikaanse Emily Fridlund volgen we de vijftienjarige Linda. Met haar zwijgzame ouders (áls het al haar ouders zijn) woont ze in een voormalige hippiecommune op het platteland van Minnesota. Ze heeft weinig aansluiting met haar klasgenoten, de geschiedenisleraar die aandacht aan haar besteedt blijkt pedofiel en wordt ontslagen. Aansluiting vindt ze bij een merkwaardig gezin dat aan de overkant van het meer komt wonen: Patra en Leo met hun vierjarige zoontje Paul. Leo is er bijna nooit, Linda wordt de vaste oppas van de ziekelijke Paul.

Gaandeweg wordt duidelijk dat het verhaal wordt verteld door de zevenendertigjarige Linda, die terugkijkt op haar jeugd. Door vooruitwijzingen en terugblikken in het verhaal te verwerken roept Fridlund spanning op – we weten meer dan de vijftienjarige Linda. Wat is er mis met Paul? Wat houdt de rechtszaak in waarnaar op een gegeven moment wordt verwezen? Het verhaal krijgt steeds meer een ondertoon van dreigend onheil.

Linda zoekt in haar eentje haar weg in haar wereld, een schriel diertje op zoek naar warmte en aandacht – maar zowel de leraar als het gezin bij wie ze die warmte en aandacht denkt te vinden, houden er vreemde overtuigingen op na.

De twee verhaallijnen, de beschuldigde leraar en het zieke kind, weet Fridlund nooit helemaal tot een soepel lopend geheel te smeden, maar hebben toch meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Beide thema’s hebben te maken met verantwoordelijke omgang met kinderen, en met wat de buitenwereld daarvan denkt. Maar uiteindelijk gaat de roman over al dan niet misplaatste loyaliteit. Had Linda meer kunnen doen voor de zieke Paul, waarom is ze gefascineerd door de ontslagen leraar, zo gefascineerd dat ze hem jaren later nog brieven stuurt?

Fiona Mozley

In Elmet van de Britse Fiona Mozley liggen de zaken veel eenvoudiger. Hier is de verteller een jongen, Daniel, die met zijn iets oudere zus Cathy op het platteland van Yorkshire woont, in een huis dat hun vader zelf heeft gebouwd. Die vader is een reus van een man, die zijn geld verdient met illegale gevechten, die hij allemaal wint. Vroeger knapte hij klusjes op voor dubieuze figuren, maar nu staat hij aan de goede kant. Een van de dubieuze figuren is grootgrondbezitter, uitbuiter en slechterik Price.

Ooit was Price verliefd op de moeder van Daniel. Nu heeft Daniels vader zijn huis illegaal neergezet op land van Price. Reden genoeg voor onmin en conflict, en daarvan staat Elmet dan ook bol. Verteller Daniel, bijna veertien, ziet het om zich heen gebeuren. Zijn zusje zit vol ingehouden woede, zijn vader torst een verleden met zich mee en probeert zich in te zetten voor de dorpsgemeenschap die zich verzet tegen de rijke landeigenaren.

Het probleem met Elmet is dat Mozley de kampen zo duidelijk van elkaar scheidt. Loyaliteiten liggen vast, er verschuift niets. Er is een goede en een slechte kant. De rijke boeren en de privatiserende overheid zijn de slechten, de dorpsbewoners en Daniel en zijn familie zijn de goeden. Die scheiding is zo duidelijk dat het soms potsierlijk wordt, en de roman iets zelfgenoegzaams krijgt. Literatuur is gebaat bij iets meer ambivalentie, al was het maar omdat wij als lezers ook ambivalent zijn. Er is één moment waarop een bijpersonage opmerkt dat in het geïdealiseerde dorpsverleden de vrouwen er niet altijd goed af kwamen, maar dat moment betekent geen omslag in het verhaal.

Mozley voorziet haar verhaal van mythische proporties; niet voor niets is haar roman vernoemd naar een oud Engels koninkrijk. Vandaar ook de gezwollen toon die ze hier en daar bezigt, de soms onnatuurlijke dialogen, de sterk aangezette tegenstelling tussen goed en kwaad.

Maar dat gaat wel ten koste van het verhaal en de personages. De uiteindelijke gewelddadige confrontatie hoort bij de overtuigendste scènes van de roman, maar alleen vanwege de hardheid ervan. Mozley geeft ons veilige tegenstellingen. Als haar verhaal en haar personages menselijker waren geweest, hadden we meer meegeleefd, en meer herkend.