De NFL lijkt te zwichten voor de druk van Trump

Protest American football

Drie weken terug was de NFL als één blok tegen Trump, nu maakt de bond een draai en zoekt het naarstig naar een uitweg.

Brandon Marshall van de Denver Broncos demonstreert tijdens het volkslied voor de wedstrijd tegen de Oakland Raiders op 1 oktober. De NFL hoopt een einde te kunnen maken aan de protesten. Foto Justin Edmonds/Getty Images-AFP

Toen president Trump in een toespraak in Alabama American-footballspelers uitschold vanwege hun volksliedprotest, gooide hij een blok hout op een haardvuur dat al bijna gedoofd was. Afgelopen zondag deed hij via zijn vicepresident Mike Pence hetzelfde, toen deze naar een wedstrijd van de Indianapolis Colts vloog om daar vervolgens theatraal weg te lopen toen spelers knielden tijdens de Star Spangled Banner.

Het is nog niet afgelopen. De National Football League (NFL), de profcompetitie van de grootste en populairste sport van de VS, is onder Trump een politieke speelbal geworden. Tussen urgentere onderwerpen als Noord-Korea, Puerto Rico en conflicten met zijn ministers zijn brisante tweets over het volksliedprotest van overwegend zwarte spelers tegelijk bliksemafleider en stressballetje. The New York Times schreef woensdag dat de NFL nu op plek zeven staat in een lijst van merken die voor de meeste verdeeldheid onder Amerikanen zorgen. American football verbond juist altijd, was wars van politieke voorkeur. Maar waar Democraten vrij constant positief zijn over de NFL, zijn Republikeinen er met name sinds Trumps speech eind september veel negatiever over geworden. Dus staat het merk NFL nu op een lijst geklemd tussen Fox News en ABC News.

De bond draait bij

De afgelopen week legde twee ontwikkelingen bloot. Allereerst lijkt de uitzonderlijke en felle kritiek die de NFL nog geen drie weken terug uitte op de aanvallen van Trump plaats te maken voor de wens snel een einde te maken aan de protesten. De bond lijkt te zwichten voor de druk.

Drie weken geleden knielden hele teams voor of tijdens het volkslied, bleven ze langer in de kleedkamer of stonden ze arm in arm langs de zijlijn in de grootste uiting van het protest dat toenmalig quarterback van de San Francisco 49ers Colin Kaepernick vorig jaar in zijn eentje begon. De bond, teambazen en coaches, die toen Kaepernick ermee begon nog kritiek hadden, waren nu eensgezind in hun uiting. Onder hen ook mensen die geld hadden geschonken aan Trumps verkiezingscampagne.

Jerry Jones, eigenaar van de Dallas Cowboys, stond bij het grootschalige protest arm in arm met spelers. Maar deze week zei hij dat spelers niet zouden spelen als ze niet zouden staan voor het volkslied. Dit tot goedkeuring van Trump, die Jones per tweet complimenteerde.

Daar kwam een gelekte brief van bondsvoorzitter Roger Goodell bij, waarin hij schreef dat „net als veel van onze fans wij vinden dat iedereen zou moeten staan voor het volkslied” en „we tegelijk ook zeer begaan zijn met onze spelers en hun meningen en zorgen over belangrijke maatschappelijke issues respecteren”. Ook deze verklaring werd gretig ontvangen door Trump, maar die vatte ‘zou moeten staan’ op als ‘moeten staan’, waarop de bond hem terechtwees.

De draai van de NFL is even pijnlijk als logisch: de bond is machtig, maar niet bestand tegen een president die in 140 tekens troepen mobiliseert. En met name niet tegen de pure commercie van de sport. Riep Trump drie weken geleden op tot een boycot door fans, deze week richtte hij zich op de belastingvoordelen die de NFL geniet. Fans blijken over het geheel uit verschillende peilingen inderdaad eerder negatief dan positief te denken over de protesten en de kijkcijfers lopen al meer dan een seizoen terug – al zijn daarvoor meer redenen.

Essentie van protest gaat verloren

De NFL hoopt zo schadevrij mogelijk uit de situatie te komen, mét respect voor de zorgen van de spelers. Want dat is de tweede ontwikkeling die de afgelopen week verder duidelijk heeft gemaakt: de essentie van het protest is verwaterd. Kaepernick demonstreerde tegen de raciale ongelijkheid in de VS, tegen politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. Hij zit nog steeds zonder team, het valt niet te ontkennen dat ze hun vingers niet aan hem willen branden. Tegelijkertijd deden drie weken geleden honderden spelers wat Kaepernick deed. Gezien de draai van de NFL was dat grote protest vooral anti-Trump, omdat teams hun spelers zelfs niet door de president „klootzakken” lieten noemen, en niet zozeer antiracisme.

Volgende week praten de spelersvakbond en de teameigenaren met elkaar in New York. De hoop zal een uitruil zijn: iedereen gaat weer staan, maar dan wel de belofte dat er, zoals bondsvoorzitter Goodell als suggestie in zijn brief schreef, een platform komt dat het werk van spelers rond maatschappelijke thema’s kan promoten. Tegen NFL Network zei Goodell dat het overleg een voortzetting is van gesprekken die al een jaar bezig zijn. Eigenlijk is het de bond te heet onder de voeten geworden.