Dat niemand eerder op het idee kwam om hier te bouwen

Wonen

Het zelfbouwhuis aan de Prins Hendrikkade 57, pal naast de Hef, gaat volledig op in de omgeving. Wie goed kijkt, ziet hoe bijzonder het pand is. „Alles is op maat gemaakt, tot op de millimeter nauwkeurig.”

Het zelfbouwhuis aan de Prins Hendrikkade 57, pal naast de Hef. Foto's Rien Zilvold

Jan-Philip van Mourik: „We hebben het huis als het ware op zijn kop gezet.”. Rien Zilvold

In de meidagen van 1940 was de vader van Paul Lageschaar een van de mannen die met mitrailleurvuur de Koningshavenbrug, beter bekend als de Hef, verdedigden. Als Lageschaar, de zoon dus, nu op het dakterras van zijn woning staat, kan hij de stalen constructie haast aanraken. „Is dat niet wonderlijk?” vraagt zijn partner Jan-Philip van Mourik.

We staan op dat dakterras aan de Prins Hendrikkade met rondom uitzicht op de stad. Je komt armen tekort om de blikvangers van het Rotterdam van 2017 aan te wijzen. Linksvoor de Hef, direct daarnaast de iconische maar enigszins verwaarloosde Koninginnebrug, meer naar rechts de torens van de Wilhelminapier, de pyloon van de Erasmusbrug, de Hoge Heren, de skyline van de binnenstad en het maritiem district, de Willemsbrug, Tropicana op de noord- en de ‘doos van Unilever’ op de zuidoever en terug bij de Hef met aan de zuidelijke voet het naar de Hef genoemde restaurant.

Langs de balustrade van het terras groeien grassen in hoge bakken („die moeten nodig worden gesnoeid”), in de zuidoostelijke hoek wappert de vlag van het Noordereiland („de Rotterdamse vlag met een rood hart, het eiland, in de middelste baan, de rivier”).

Jarenlang maakten Van Mourik, docent Duits op het Vreewijk Lyceum/Zuider Gymnasium, oorspronkelijk uit Twente, en zijn partner Paul Lageschaar, architect bij Kühne & Co, oorspronkelijk uit de Achterhoek, fietssafari’s op zoek naar „de gaatjes in het weefsel van wonen en werken in de stad”. Het was hun droom in Rotterdam een eigen huis te bouwen, liefst zo dicht mogelijk bij het centrum. Vaak kwamen ze over het Noordereiland, steeds viel het smalle perceel pal naast de Hef hen op. Een onooglijk stukje grond, maar nu hun huis er staat, is het moeilijk voorstelbaar dat niemand eerder op het idee kwam om het te bebouwen.

Pioniers

Het was voor de toenmalige deelgemeente Feijenoord even schakelen: particulieren die zomaar een eigen huis willen neerzetten naast een Rijksmonument. „De procedure was erg stroperig”, zegt Van Mourik. „Er was nog geen ervaring; wij waren pioniers op het gebied van zelfbouw, zo dicht bij het centrum. We mochten niet over het talud heen bouwen, we moesten de hoogte van de negentiende-eeuwse bouw in de omgeving respecteren. Uiteindelijk konden we het perceel van 67 vierkante meter kopen van de gemeente die toch wel oren had naar ons plan. Dat zou ook een impuls zijn voor de buurt. Rond de Hef was het één donker niemandsland, het parkje ten oosten van het talud was op sterven na dood en de brug was door en door verroest.”

In september 2013 kon de bouw beginnen. Heipalen gingen de grond in en acht massief stalen palen werden opgericht, waartussen de ook stalen constructie hangt, een eenentwintigste-eeuwse ode aan de spoorbrug waarvan de beide oeverdelen uit 1878 stammen. Tussen de vier poten in het midden werd een kubus neergezet. Het open trappenhuis verbindt deze entree met de overige drie verdiepingen met betonnen vloeren die zich over de volle veertien meter lengte van het perceel uitstrekken; de houten trap komt bovenin uit in het zinken dakhuisje dat toegang geeft tot het terras op zestien meter hoogte. Naast het trappenhuis is een lift die alle verdiepingen bedient. De gevels zijn bekleed met bakstenen, in oranje-rood, die bij een steenfabriek in de buurt van Tiel zijn gebakken, in een sessie van één dag om kleurverschil te voorkomen.

„We hebben het huis als het ware op zijn kop gezet”, zegt Van Mourik. „We slapen op de eerste verdieping en wonen op de derde. Daartussen is de keuken. Alles is op maat gemaakt, tot op de millimeter nauwkeurig.” Bijzonder is dat elke verdieping twee baksteenlengten breder is dan de verdieping eronder. Om te voorkomen dat de uitstekende bakstenen naar beneden vallen, is het cement plaatselijk verstevigd met ijzerdraad waar de onderste stenen aan vastzitten.

Alle ruim drie meter hoge verdiepingen hebben ruim uitzicht door de vensters die reiken van vloer tot plafond. De ramen in de voorgevel schuiven per verdieping met de uitspringende zijgevel mee, waardoor het op het eerste gezicht lijkt of het huis scheef staat. De eerste verdieping heeft in de zijgevel één raam voor en één raam achter, de tweede verdieping twee keer twee en de derde verdieping twee keer drie.

Foto Rien Zilvold

Panorama

De ramen geven per woonlaag het adembenemende panorama op de oude brug die in de afgelopen jaren aan een grondige renoveringsbeurt werd onderworpen. Nu ook het val, het beweegbare deel van de brug, weer op zijn plaats hangt, duizenden vierkante meters staal nieuw in de verf zijn gezet en ’s avonds de Hef als in een filmscène wordt aangelicht, halen Van Mourik en Lageschaar opgelucht adem.

„We woonden hier nog maar net of de werkzaamheden begonnen. Het hele talud stond vol met spullen. Voordat de brug kon worden geverfd, moest hij helemaal gestraald worden. Dat begon al ’s ochtends vroeg, dat gaf veel herrie en stof. We hebben in die periode ook wel elders geslapen”, zegt Van Mourik.

Hij wijst naar het bovenste deel van de brug. „Zie je dat daar iets weg is?” vraagt hij. Dan draait hij zich om naar de foto die hetzelfde beeld laat zien maar dan van enkele jaren terug. Zijn vinger gaat op de foto langs de loopbrug bovenin, hoog tussen de twee stalen torens. „Die loopbrug is niet teruggekomen, niemand weet waarom. Terwijl de Hef een Rijksmonument is.”

Een heuse nachtmerrie bleef Van Mourik en Lageschaar in 2014 bespaard. Het was het laatste jaar van het Stadsinitiatief: Rotterdammers konden kiezen welk genomineerd project met een bijdrage van drie miljoen euro zou worden gerealiseerd. Voor de Hef was het idee om er een brasserie en een museum in te vestigen. Het val zou een gigantische personenlift worden en van de torens kon je abseilen.

„Je moet er niet aan denken dat dat idiote plan was doorgegaan”, zucht Van Mourik. „Dan zit je op je dakterras en dan komen er de hele tijd mensen langs tokkelen.” Het Stadsinitiatief werd dat jaar gewonnen door het plan om van de Steigersgracht een surfparadijs te maken. De uitvoering daarvan is vorig jaar door de rechter opgeschort.

Markthal

Zelf was het huis-Van Mourik-Lageschaar genomineerd voor de Architectuurprijs 2015. „Maar ja…, we verloren van de Markthal”, haalt Van Mourik de schouders op, zijn handen gespreid en de mimiek die wil zeggen: hoe hadden we daar ooit van kunnen winnen?

De zijramen achter kijken over het talud heen uit op het eilandpark. In de achtergevel is maar één raam per verdieping aangebracht. „We hadden geen onbeperkt budget. Zeker toen het nog crisis was, bleek het moeilijk om binnen de financiële kaders te blijven. De gevels zijn het duurst, het goedkoopste is om ze dicht te houden. Omdat we graag een lift wilden om het huis levensloopbestendig te maken, hebben we ervoor gekozen om achterin niet twee ramen te plaatsen zoals voor, maar één raam.”

Het huis wordt verwarmd door middel van vloerverwarming. Op de woonverdieping is een draaibare houtkachel die behalve in warmte voorziet in gezelligheid. „De hele woning is symmetrisch: de ruimte voor is steeds gelijk aan de ruimte achter.”

Een van de voorwaarden waaraan Van Mourik en Lageschaar van gemeentewege moesten voldoen, was een inpandige parkeerplaats. Overigens bepaalde dezelfde gemeente dat die parkeerplaats niet mag worden gebruikt omdat het in- en uitrijden van auto’s op deze plek te gevaarlijk is. Wie weet komt daar verandering in als de Willemsbrug wordt aangesloten op een nieuwe brug over de Koningshaven, zoals het plan is. De Prins Hendrikkade wordt dan verkeersluw.