‘Als iemand naar een soort kit vroeg, wist ik niet waar het over ging’

De eerste baan Rianne Letschert (41) is rector magnificus van de Universiteit Maastricht. Als rechtenstudent werkte ze in een bouwmarkt.

Foto Marcel van Hoorn

Hoe dom je je kunt voelen, dat is Rianne Letschert vooral goed bijgebleven. Niet gek ook, wanneer je als eerstejaars rechtenstudent zonder enige kennis van klussen in een bouwmarkt aan de slag gaat.

Maar de toen 19-jarige Letschert moest haar dure studentenkamer in Amsterdam ergens van betalen. Haar oom en tante opperden of ze niet in hun bouwmarkt in Almere wilde komen werken. „Ze zeiden: ‘Ach, we leren het je wel’”, lacht ze. Maar Letschert had totaal geen affiniteit met de markt en had ook nog eens twee linkerhanden. „Als iemand vroeg waar een bepaald soort kit lag, wist ik niet eens waar ze het over hadden.”

Ik denk dat mensen in mijn sector bevooroordeeld kunnen zijn over mensen die niet gestudeerd hebben

Volle overtuiging

Toch bracht ze uiteindelijk zo’n driekwart jaar elke donderdag van zeven uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds in de winkel van haar oom en tante door. Achter de kassa, poetsen, klanten adviseren. Van dat laatste maakte Letschert maar gewoon een spelletje: door zo veel mogelijk vragen te stellen probeerde ze uit te vinden wat een klant bedoelde.

Dat ze haar familie regelmatig zag, was een van de grote voordelen. Van woensdag op donderdag bleef ze bij haar opa en oma in de buurt slapen, haar neef die ook in de bouwmarkt werkte, haalde haar ‘s ochtends vroeg weer op. En met collega’s had ze veel lol. Ze werkte met voornamelijk jongemannen, die al sinds hun zestiende in de bouwmarkt stonden. „Een hele andere wereld”, zegt ze. Zij begrepen niet waarom ze in godsnaam zoveel geld zou betalen voor een kamer van negen vierkante meter, terwijl ze zelf voor hun uitzet spaarden en ondertussen nog bij hun ouders woonden.

„Ik denk dat mensen in mijn sector bevooroordeeld kunnen zijn over mensen die niet gestudeerd hebben.” En ja, zegt Letschert, voor haarzelf gold dat ook. Zij begreep bijvoorbeeld niet waarom je je hele leven in een bouwmarkt zou willen werken. „Maar het bleek creatief werk waar je echt talent voor moest hebben. Ik ontmoette collega’s die met volle overtuiging voor deze carrière kozen.”

Foto Marcel van Hoorn

Vijfjarenplannen

Toen Letschert stopte, ging ze aan de slag in een damesmodewinkel in Amsterdam. Een van de vele baantjes die ze had, voordat ze op haar vierentwintigste promoveerde. Ze werkte in een schroefjesfabriek, bij de Chinees, in een sportwinkel, in een café en verkocht sinaasappels op de markt.

Letschert maakt liever geen vijfjarenplannen. En ze haalt ook geen voldoening uit status of salaris – voor het rectorschap werd ze gevraagd. „Mensen vinden dat misschien nonchalant klinken, maar ik steek tachtig uur per week in mijn baan. Dan doe ik dus wel alleen dingen die ik léuk vind.”

Haar studietijd vormt een contrast met de studenten van nu, die tijdens hun studie al met elkaar concurreren. Ze gaan voor de banen die je cv opleuken, zegt Letschert. Een baantje in een bouwmarkt? Dat vinden werkgevers geen plus. Maar zo kom je nog eens buiten je eigen kleine wereldje, leerde ze zelf. „Je staande kunnen houden in een wereld die je niet kent, dat heeft veel waarde.”