Column

Alleen handelen is geen optie meer

In de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag zie je Europa in het klein, schrijft Caroline de Gruyter in haar wekelijkse column over politiek en Europa.

Mensen die vragen hebben over Europa, wat daar gebeurt en waar het allemaal voor dient, zouden eens de evaluatie moeten lezen die de universiteit van Leiden net heeft gepubliceerd over de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Het rapport ‘Regionaal denken, lokaal doen!’ gaat over 23 gemeentes die willen reageren op een veranderende wereld, maar dat binnen de bestaande bestuurlijke structuren niet voor elkaar krijgen. Dus beginnen ze, voorzichtig, een nieuw samenwerkingsverband. Hoe ze dat doen, en de problemen waar ze tegenaan lopen – het is net het verhaal van Europa, maar dan in het klein en dichterbij huis.

Rotterdam, Den Haag en 21 andere gemeentes zijn de afgelopen jaren tegen elkaar aangegroeid. Van Lille tot Dhaka speelt hetzelfde: de problemen en uitdagingen van de één zijn die van de ander geworden. Alleen handelen is geen optie meer. Maar samen handelen kan alleen met de hele provincie, en die vlag dekt de lading ook niet. Daarom begonnen de gemeentes in 2014 samen aan vervoer te werken. Nu wordt de Rotterdamse metro bij voorbeeld doorgetrokken tot Hoek van Holland. Ook werken de gemeentes samen aan een ‘economisch vestigingklimaat’, om overeind te blijven in de Europese en wereldwijde competitie om bewoners, talent en bedrijven. Als kleine gemeente zien ze je in China niet staan.

Nederland heeft sinds 1848 drie bestuurslagen: gemeente, provincie, Rijk. Maar in een wereld die door globalisering en digitalisering verandert in een „verknoopt systeem van overlappende, concurrerende jurisdicties”, volstaan die lagen niet meer. Het rapport geeft een fascinerend beeld van de politieke dynamiek die je krijgt als je besluitvorming naar een nieuw, hoger niveau tilt. Vervang het woord ‘gemeenten’ door ‘lidstaten’ en ‘Metropoolregio’ door ‘EU’, en je hebt het hele verhaal van de Europese integratie.

De Metropoolregio kwam er omdat de gemeentes dat wilden. In het begin vreesden kleine gemeentes voor de dominantie van de groten – zoals Nederland bang is door Frankrijk en Duitsland geplet te worden. Dat is met ingewikkelde stemverdeling in het regiobestuur opgevangen. Hoewel elke gemeente mensen in het bestuur en de commissies van de Metropoolregio heeft, klaagden gemeenteraadsleden al snel dat ze de greep op de besluitvorming verloren. De materie is complex door het grote aantal spelers en belangen. De ‘bestuurlijke drukte’ is toegenomen. Sommige gemeentes vangen dat op met ‘klankbordgroepen’, wat kennelijk helpt. Maar dan is er nog de financiële controle. In gemeentes en provincies is dat duidelijk geregeld. Maar wie controleert (welk stukje van) dit nieuwe niveau, waar flink wat wordt uitgegeven? Citaat: „Verlengd lokaal bestuur wordt vaak ervaren als verlegd lokaal bestuur, omdat veel raadsleden constateren dat het samenwerkingsorgaan niet meer van hen is.”

Dit leidt tot “selectief politiek claimgedrag”: lokale bestuurders hebben de neiging successen zelf te claimen en tegenvallers op de Metropoolregio af te wentelen. In de EU is dit fenomeen welbekend. Wat burgers over het nieuwe niveau horen, is vaak negatief. Sommigen klagen nu dat de Metropoolregio ondemocratisch is. Dat de macht hun is afgepakt.

De gemeentes zelf zijn enthousiast over de samenwerking. Er zijn plannen om ook toerisme, energie of werkgelegenheid te delen. Maar een aantal gemeentes trapt op de rem vanwege een tekort aan de democratische legitimering. Wat nu? Een regio van meerdere snelheden? In een Europa van meerdere snelheden?

Dit rapport toont dat populisme niet perse met Europa te maken heeft, maar eerder met de mismatch tussen oude structuren en nieuwe realiteiten – op welk niveau ook. Reken er echter niet op dat die mismatch snel verdwijnt. Net als EU-lidstaten blijken de gemeentes „de knellende banden van de structuren uit het verleden te ervaren”. Maar de wil om die structuren te wijzigen is, helaas, bijzonder zwak ontwikkeld.