Wat de huisarts beter kan doen voor de patiënt

Huisartsenzorg

Hoe kan de werklast voor huisartsen worden verlicht én de zorg voor de patiënt verbeterd? Twee manieren waarop er, samen met zorgverzekeraars, gewerkt wordt aan oplossingen.

Foto Roos Koole/ANP

Het werk van huisartsen is de afgelopen jaren nogal veranderd. Zelf zeggen ze: het is véél drukker geworden – en daar wordt ook de patiënt de dupe van. Dat het zo is gaan wringen, is volgens huisartsen het gevolg van een stapel veranderingen in de maatschappij én in het zorgsysteem.

Een van de belangrijkste veranderingen – zorgmanagers en politici spreken van een ‘transitie’ – is het vergrijzende Nederland. Ouderen wonen, gestimuleerd door de overheid, langer thuis en hebben vaker aandacht nodig van de dokter in de buurt.

Huisarts Paulus Lips, ook bestuurder bij de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), noemt als voorbeeld een patiënt van hem: een vrouw van eind tachtig die continu benauwd is. „Zij woont zelfstandig. Dat kan alleen met veel ondersteuning. We gaan één of twee keer per week bij haar langs om te checken of het gaat.”

De afgelopen tien jaar is dit soort intensieve zorg door huisartsen verdubbeld. Een moeilijkheid die er volgens huisartsen bij is gekomen: veel ingrepen die voorheen in het ziekenhuis werden gedaan, worden verplaatst naar de praktijk. Daar kost hetzelfde werk minder; hechtingen verwijderen na een operatie bijvoorbeeld.

En dan is er nog de administratie waar huisartsen over klagen. Verzekeraars vragen huisartsen nauwkeurig bij te houden wat ze met patiënten bespreken. Dat kost tijd, wat weer minder uitgebreid contact met patiënten betekent.

„Het water staat ons aan de lippen” , zegt Lips. „Er moet iets veranderen.”

Nieuwe manieren van financiering

Hoe kan de werklast voor huisartsen lichter worden en de zorg voor de patiënt beter?

Daarover praten die huisartsen nu met zorgverzekeraars. In het hele land zitten zij met elkaar aan tafel. Samen proberen zij het systeem voor financiering van de huisartsen aan te passen. Zo denken zij de werkdruk omlaag te kunnen krijgen – zonder dat de zorgkosten hoger worden. In Nederland experimenteren daarnaast al honderden praktijken met nieuwe bekostigingsvormen.

Paulus Lips noemt dat „een beperkt aantal’’, want er zijn in Nederland vijfduizend huisartsenpraktijken. „Maar je kunt zien dat er iets in gang is gezet wat snel breder gedragen wordt.”

Een huisarts verdient zijn geld in de regel op drie manieren. Voor iedere patiënt krijgt hij van de verzekeraar een vast bedrag per jaar, ongeveer vijf tientjes – of de patiënt nou komt of niet. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die de tarieven bepaalt, heeft vastgesteld dat de huisarts voor een consult van tien minuten iets minder dan 10 euro krijgt. En dan zijn er nog prijzen vastgesteld per behandeling.

Experiment 1

Minder patiënten, langer consult

In de regio Gorinchem hebben zeven huisartsenpraktijken met elkaar en zorgverzekeraar VGZ afgesproken dat een consult voortaan 15 minuten duurt. Omdat hetzelfde aantal huisartsen daardoor minder consulten per dag kan doen en dus minder geld verdienen, hebben ze van VGZ een bijdrage gekregen voor een extra waarnemer, ongeveer 25.000 euro per jaar. Er kunnen daardoor nog evenveel consulten worden gedaan. Dat doet de verzekeraar niet belangeloos, uiteindelijk moet er zo geld worden bespaard. Doordat de huisarts langer met patiënten kan praten, is die minder snel geneigd hen naar de (duurdere) specialist te verwijzen, is de gedachte. Dit wordt ondersteund door voorzichtige eerste conclusies uit de lopende experimenten.

Tijd om door te praten

Een voorbeeld van hoe het kan gaan als er te weinig tijd is van Vincent Coenen, huisarts in Werkendam, die meedoet aan het experiment met VGZ. „Er komt een patiënt binnen met vermoeidheidsklachten. Hij heeft zelf research gedaan op internet en zegt: ‘Ik heb een vitamine-B12-tekort.’” Een huisarts met weinig tijd is volgens Coenen geneigd om die patiënt snel door te sturen naar een internist die B12 onderzoekt. „De patiënt is binnen drie minuten weg uit de spreekkamer en dan kun je verder met het afwerken van de wachtkamer, die overloopt.” Maar als de huisarts direct wél tijd heeft om verder te praten, omdat het consult langer mag duren, kan blijken dat er andere oorzaken zijn van de vermoeidheid bij de patiënt. Coenen: „Stel, hij blijkt in scheiding te liggen en ook nog eens te trainen voor een marathon.” Daar zou Coenen dan over doorpraten.

Coenen werkt sinds bijna twee jaar volgens dit nieuwe systeem en het bevalt hem. „Het jachtige is eruit en ik heb meer tijd om dieper op klachten in te gaan.” Het is leuker om veel te doen voor minder mensen dan weinig voor heel veel.”

Bart Maat/ANP

Experiment 2

Een totaalbedrag per praktijk

Vorige week maakte verzekeraar Menzis met tachtig huisartsenpraktijken van Arts en Zorg (eerstelijnszorg) afspraken over een nieuwe manier van financieren. Zij kwamen, anders dan VGZ, een ‘all-intarief’ overeen. Nu moeten huisartsen al hun consulten en verrichtingen nog apart declareren, met de nieuwe regeling krijgen ze één tarief per praktijk. „Arts en Zorg berekent per praktijk hoeveel zij nodig hebben”, zegt Jessica Winkelhorst van Menzis. Daar is een uitvoerige rekenmethode voor bedacht. „De ene praktijk heeft bijvoorbeeld een ouder patiëntenbestand dan de andere, en daardoor meer geld nodig.” De hoop is dat door de nieuwe financiering de praktijken meer tijd voor patiënten krijgen.

Declaratiegegevens

Een soortgelijk systeem is twee jaar geleden ingevoerd in 160 praktijken in Zuid-Holland, waar huisartsen samenwerken met verzekeraar DSW. Aanvankelijk waren ze bang dat het zou leiden tot minder inkomsten. Op basis van declaratiegegevens over een jaar werd daarom voor iedere huisarts berekend wat de verandering zou betekenen. Daaruit bleek dat ruim 10 procent van de huisartsen er met het nieuwe systeem meer dan 2 procent op achteruit zou gaan. Ruim zeventig procent ging er juist meer dan 2 procent op vooruit. DSW maakte aparte afspraken met de ongeveer twintig huisartsen die de veranderingen het meest in de portemonnee zouden voelen.

De Landelijke Huisartsen Vereniging hoopt op een systeem waarbij nog wel per consult wordt betaald, zodat huisartsen ook worden beloond voor kwantiteit. Voordat het huidige zorgstelsel in 2006 werd ingevoerd, kregen huisartsen ook een totaalbedrag voor alle patiënten. „Het gebeurde wel eens dat artsen in de middag de praktijk dicht deden, en het antwoordapparaat aan”, zegt Vincent Coenen. „Dat moeten we zien te voorkomen.”