Commentaar

Bouwen aan Het Nieuwe Oranje

Zeventien miljoen Nederlanders wisten zaterdagavond na de bescheiden overwinning op Wit-Rusland al dat Oranje volgend jaar ontbreekt op het WK Voetbal in Rusland. Alleen bondscoach Dick Advocaat speculeerde nog op een wonder: zeven doelpunten tegen Zweden, dinsdagavond in het laatste groepsduel in de Johan Cruijff Arena – voorwaarde om uitzicht te houden op plaatsing – waarom niet?

Na het recente succes van de vrouwen – de EK-titel, voor eigen publiek – andermaal een domper in het mannenkamp. Oranje ontbrak vorig jaar op het EK in Frankrijk; een nog grotere blamage omdat daar meer landen meededen dan ooit (24). Deze zomer schitteren ‘we’ door afwezigheid op het mondiale podium.

Vooral zaterdag werd opnieuw duidelijk dat Nederland daar niks te zoeken heeft. Illustratief voor de sportieve armoede: in de basis tegen Wit-Rusland en Zweden stond Ryan Babel, de aanvaller die zes jaar geleden zijn laatste wedstrijd in Oranje had gespeeld. Hij was ook nog eens een van de beste spelers.

Dat raakt de kern van het probleem: Nederland mist de spelers om in de top van het internationale voetbal mee te kunnen draaien. Het is wachten op een betere generatie. Maar dat niet alleen.

In 2010 stond Nederland in Zuid-Afrika nog in de finale van het WK, in 2014 werd Oranje verrassend derde op het WK in Brazilië. Met een helder plan perste bondscoach Louis van Gaal toen het maximale uit een groep die zijn beperkingen kende. Onder zijn opvolger Guus Hiddink ging het bergafwaarts.

Nadat Nederland het EK was misgelopen, verzuimde voetbalbond KNVB een nieuwe weg in te slaan. De intussen aangetreden Danny Blind mocht bondscoach blijven. Oranje liet steken vallen in de WK-kwalificatie en dat leidde alsnog tot het ontslag van bondscoach Blind, terwijl technisch directeur Hans van Breukelen het niet langer dan een jaar uithield. De oud-doelman was verantwoordelijk voor de uitvoering van het rapport ‘Winnaars van Morgen’, maar hij – onervaren als beleidsman – ging ten onder aan de complexiteit van de Nederlandse voetbalcrisis.

In Zeist ging zo kostbare tijd verloren. Inmiddels is bij de KNVB de bestuurlijke vernieuwing in gang gezet. Maar wie wordt de technische baas, de visionair en feitelijk architect van Het Nieuwe Oranje? En wie de nieuwe bondscoach als Blinds opvolger Advocaat in november afzwaait? Eindelijk een buitenlander? Het is meer dan ooit tijd voor een radicale ingreep.

Voorlopig zit het Nederlands voetbal nog in een negatieve spiraal. Zonder grote talenten en zonder aansprekende routiniers gaat het Nederlands elftal op weg naar de kwalificatie voor het EK in 2020. Op Arjen Robben na, die dinsdag in stijl afscheid nam van Oranje, kom je Nederlandse topspelers niet meer tegen bij de echt grote buitenlandse clubs.

Bij de wederopbouw van het Nederlands voetbal kan de KNVB een voorbeeld nemen aan Duitsland, dat het roer succesvol omgooide na een vroege uitschakeling tijdens het EK 2000. Onder meer waar het de opzet van de jeugdopleiding betreft, het ontwikkelen van een dynamische speelstijl, het scouten van talent en op het gebied van trainingsmethoden. En Nederland kan zich optrekken aan België, dat zich aan de hand van een buitenlandse bondscoach fluitend voor het WK kwalificeerde maar tussen 2004 en 2012 bij vijf eindtoernooien op rij ontbrak. De Belgen beschikken inmiddels, ondanks hun povere clubcompetitie, vergelijkbaar met die in Nederland, over een generatie wereldvoetballers (in buitenlandse dienst). Het gedroomde Nederlandse voetbal wordt net over de grens gespeeld, in het zuiden én oosten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.