Recensie

Spectaculaire Dior-expo mist intimiteit die YSL-museum wel heeft

Modetentoonstellingen

De omvangrijke expositie over Dior in Parijs wordt gesponsord door dat modehuis, dus onwelgevalligheden zijn ‘vergeten’. Ontwerper Yves Saint Laurent wordt geëerd in zijn eigen museum.

De tentoonstelling Dior, couturier du rêve beslaat zo’n 3.000 vierkante meter. Foto Caroline Blumberg / EPA

Waarschuwing vooraf: als u de Dior-tentoonstelling in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs wilt bezoeken, trek daar dan minimaal twee uur voor uit. En dan nog is de kans groot dat u niet alles ziet.

Dior, couturier du rêve is verreweg de grootste modetentoonstelling die ooit te zien is geweest in het Musée des Arts Décoratifs: de steeds weer heel anders ingerichte zalen beslaan samen zo’n 3.000 vierkante meter. En dat terwijl de tentoonstelling maar een deel van de mode van modehuis Christian Dior laat zien: de haute couture. Prêt-à-porter komt nauwelijks aan bod en mannenmode helemaal niet. Wel zijn er accessoires en geuren, producten die dankzij de uitstraling van de haute-couture worden verkocht. Er staan meer dan 300 couturestukken opgesteld.

Dior, dat dit jaar zeventig jaar bestaat, is zelf een van de twee sponsoren van de expositie. Grote luxehuizen gebruiken tentoonstellingen vaak als marketinginstrument, waarbij onwelgevallige gebeurtenissen uiteraard worden ‘vergeten’. Zo wordt in het museum met geen woord gerept over de reden van het vertrek van ontwerper John Galliano, die in 2011 door Dior werd ontslagen na het maken van antisemitische opmerkingen in een café. En de Galliano-stukken die staan opgesteld in de zaal waar alle ontwerpers die na de dood van Christian Dior voor het huis hebben gewerkt een eigen ruimte hebben, lijken zo te zijn gekozen dat die van zijn opvolgers Raf Simons en Maria Grazia Chiuri er niet al te flets bij afsteken. Elders krijgen zijn fantasierijke, uitbundige, sprookjesachtige creaties wél alle nadruk en ruimte. Het weerzien met die stukken is een van de hoogtepunten van de tentoonstelling.

Zaalbeeld Dior, couturier du rêve.Foto Caroline Blumberg / EPA
Foto Caroline Blumberg / EPA
Zaalbeeld Dior, couturier du rêve.Foto Caroline Blumberg / EPA

Couturier du rêve begint, uiteraard, met Christian Dior zelf: een jurk uit de New Look-collectie uit 1947 waarmee hij een moderevolutie veroorzaakte en de textielindustrie nieuw leven inblies, foto’s uit zijn vroege leven, zelfs een zaal gewijd aan de galerie die hij tussen 1928 en 1934 met een vriend bestierde. Maar al snel, in de zaal over de invloed van beeldende kunst op de couture van Dior, komen zijn opvolgers erbij: Yves Saint Laurent, Marc Bohan, Gianfranco Ferré en dus Galliano, Simons en Chiuri.

Een aantal van de opstellingen is ronduit spectaculair. De grote ruimte waarin een regenboog is gemaakt van kleding, accessoires, mode-illustraties, reclamemateriaal voor parfums en in couture geklede miniatuur-paspoppen. De entree van het tweede gedeelte van de tentoonstelling, dat een enorm winkelpand met etalages verbeeldt. De zaal met de tientallen witte proefmodellen, toiles, die door spiegels aan het plafond nog hoger lijkt dan de ruimte al is.

Maar tegen het eind van de expositie wordt het simpelweg te veel. Toen ik in de laatste zaal kwam, het enorme, kitscherig verlichte ‘Ball Dior’ met galajurken, kreeg ik bijna de slappe lach.

Yves Saint Laurent

Dat je met veel minder middelen net zoveel kunt bereiken, is te zien in het net geopende Musée Yves Saint Laurent, ook in Parijs.

Het museum is gevestigd in het pand waar het couturehuis van Yves Saint Laurent zat, en is een uitbreiding van de Fondation Pierre Bergé Yves Saint Laurent, dat ook al tentoonstellingen organiseerde. Het is gewijd aan de ontwerper met die naam, niet het modehuis dat nog altijd onder zijn naam actief is.

Misschien wel de grootste troef van het Musée Yves Saint Laurent is de kamer waarin Saint Laurent werkte.

Foto Musée Yves Saint Laurent
Misschien wel de grootste troef van het Musée Yves Saint Laurent is de kamer waarin Saint Laurent werkte.

De nog altijd relatief bescheiden expositieruimte heeft een vaste indeling, waarvan de invulling regelmatig zal veranderen. Zo wordt van één collectie een aantal ontwerpen plus schetsen getoond, nu die van voorjaar 1962, de allereerste die Saint Laurent onder zijn eigen naam maakte; hij debuteerde bij Dior, als opvolger van Dior zelf, die in 1957 plotseling overleed. Omdat niet alle modellen bewaard zijn gebleven, is deze collectie aangevuld met een paar avondjurken uit de collectie van najaar 1962. Er zijn steeds wisselende jurken met een historische invloed, en ‘exotische’ ontwerpen. Er is een film over Saint Laurent en zaken- en liefdespartner Pierre Bergé, filmpjes waarin een blik achter de schermen van het huis wordt gegeven, en ontwerpen die zijn gebaseerd op beeldende kunst, op dit moment onder meer de legendarische Mondriaanjurk.

Zaalbeeld Musée Yves Saint Laurent Paris. Foto Musée Yves Saint Laurent Paris

Misschien wel de grootste troef van het museum is de kamer waarin Saint Laurent werkte. Zowel het bureau van zijn naaste medewerkers als dat van hemzelf is gelaten zoals ze in 2002 na zijn pensionering werden achtergelaten, behalve de modetekeningen, die zijn vervangen door reproducties. Op Saint Laurents eenvoudige schragentafel liggen potloden, een bril, beeldjes, een waterglas, een exemplaar van modedagblad WWD, eronder staat een drinkbak voor zijn hond. Elders in de kamer zijn fournituren, boeken, knipsels en een boek met afspraken te bekijken.

Dat inkijkje, en de relatief kleine selectie mode, geeft het museum iets wat de Dior-expositie mist: intimiteit. De ontwerpen van Saint Laurent zijn daardoor niet alleen indrukwekkend, ze weten ook te ontroeren.