Recht & Onrecht

Politiecolumn: Die nieuwe inlichtingenwet is wel nodig

Er komt een referendum over de nieuwe inlichtingenwet. Maar het doembeeld dat de tegenstanders van de wet oproepen klopt niet, stelt Marc Schuilenburg in de Politiecolumn. Het grote probleem is juist dat het ongericht surveilleren op het internet niet effectief is.

Foto iStock

Een inhoudelijk maatschappelijk debat over de reikwijdte en implicaties van surveillance wordt in Nederland nooit gevoerd. Burgers vertrouwen blind op de overheid. In andere landen ligt dat anders. Zo is er in Duitsland en de Verenigde Staten een veel levendiger en kritischer debat over bevoegdheden van de overheid om burgers te controleren. Naar aanleiding van de sleepnetwet, zoals de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten door tegenstanders wordt genoemd, lijkt hierin eindelijk verandering te komen. Nadat het tv-programma Zondag met Lubach aandacht besteedde aan de wet, steeg het aantal handtekeningen voor het referendum erover snel. Inmiddels zijn de laatste van de benodigde 300.000 handtekeningen binnen. Zoals het er nu naar uitziet vindt het referendum plaats in maart 2018, gelijk met de verkiezingen voor de gemeenteraad.

In 15 jaar is er digitaal zo veel veranderd

De nieuwe Inlichtingenwet vervangt de oude wet uit 2002. Daarin kon de overheid alleen niet-kabelgebonden telecommunicatie aftappen, zoals radioverkeer. Maar in de afgelopen vijftien jaar is veel veranderd. Zo stamde de oude wet uit een tijd dat er nog geen Twitter, Facebook of WhatsApp bestond. Hierdoor hadden de inlichtingendiensten geen mogelijkheden om te surveilleren op kabelnetwerken, de ruggengraat van ons internettijdperk. Niet voor niets beweren de geheime diensten al jaren dat ze achter de digitale veranderingen aanlopen. Tegelijk nemen cyberaanvallen en dreigingen van terrorisme toe. Herziening van de oude wet is dus noodzakelijk.

Angstbeeld is fictie

In het debat over de nieuwe wet komen vooral tegenstanders aan het woord. Zij schetsen het doembeeld van een overheid die alle burgers permanent in de gaten houdt. Er zou een bewakingsstaat ontstaan zonder ‘checks and balances’. Toch is de nieuwe wet niet zo’n wangedrocht als de initiatiefnemers van het referendum beweren. Daarvoor zijn te veel waarborgen in de wet ingebouwd. Zo is er een commissie die de rechtmatigheid toetst van de door de minister verleende toestemming voor de inzet van surveillancebevoegdheden. Deze toetsingscommissie bestaat uit drie leden die voor zes jaar zijn benoemd en waarvan twee leden rechterlijke ervaring hebben. Vraag is wel of de commissie stevig en onafhankelijk genoeg is om over deze materie te kunnen oordelen. Volgens de Memorie van Toelichting krijgen de drie leden geen toegang tot de gegevens van de inlichtingendiensten, de AIVD en zijn militaire zusje MIVD. Dit maakt het moeilijk voor de commissie, zoals ook de Raad van State terecht heeft opgemerkt, om te oordelen over de noodzaak van het inzetten van verregaande surveillancebevoegdheden.

Onnodige bijvangst: communicatie van onschuldige burgers

Het andere bezwaar van de tegenstanders is dat het grootschalig en ongericht – als met een sleepnet – onderscheppen en uitpluizen van grote hoeveelheden internetverkeer tot een enorme bijvangst leidt. Ook data van onschuldige burgers komen hiermee in het vizier van de overheid, wat leidt tot een massale privacy-schending. Zo zou het internetverkeer van hele wijken worden afgetapt wanneer in de buurt een persoon woont die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Ook dit argument is meer fictie dan werkelijkheid. Het afluisteren van een wijk is technisch erg lastig omdat er geen centraal punt is waar alle communicatie van alle bewoners van de wijk doorheen loopt. Bovendien is het veel logischer om in dat geval alleen de verdachte bewoner af te luisteren.

Betekent dit dan dat er helemaal niets aan de hand is? Nee, dat niet. Het belangrijkste bezwaar tegen de nieuwe wet is dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is dat het ongericht onderscheppen van dataverkeer enig effect sorteert. Recent onderzoek toont aan dat het niet lukt om via massasurveillance terroristen tijdig te herkennen of aanslagen te voorspellen. De profielen die worden gebruikt om het internet te doorzoeken zijn niet effectief, risicovol en ontoereikend, met zo’n 100.000 onterechte verdachten voor elk ‘echt’ geval. Hoe pijnlijk het ook is voor de Nederlandse inlichtingendiensten, het groter maken van het sleepnet draagt niet bij aan een betere bestrijding van het terrorisme. Het net moet juist kleiner om de vissen niet door de mazen ervan te laten zwemmen.

Referendum maakt de vraag te simpel

Al deze nuanceringen en beperkingen maken de vraag relevant of een referendum een geschikt middel is om de nieuwe Inlichtingenwet te beoordelen. Het antwoord hierop is ‘nee’. De simpele vraagstelling bij het referendum leidt tot zwart-witdenken over dit complexe onderwerp en negeert de vele tinten grijs die er zijn tussen ‘ja’ of ‘nee’. Wel zijn de initiatiefnemers van het referendum erin geslaagd een publiek debat op gang te brengen over de bevoegdheden van de inlichtingendiensten. Dat verdient alle lof. Hiervoor liepen we altijd de overheidspolonaise als het ging om de inzet van middelen om onze veiligheid te vergroten.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Politiecolumn wordt geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.