Een minimumtarief voor zzp’ers, werkt dat wel?

Zzp’ers

Er komt een minimum uurtarief voor zzp’ers: tussen de 15 en 18 euro. Economen vragen zich af hoe dit in de praktijk uitpakt.

Foto Getty

Maaltijdbezorging, thuiszorg, post of journalistiek: het zijn beruchte sectoren, waar veel zzp’ers voor weinig geld werken. Eigenlijk zijn deze mensen ondernemer – ze werken immers zelfstandig – maar in de praktijk hebben ze vaak een zwakke onderhandelingspositie en daarom ook een erg laag uurtarief. Soms verdienen ze (omgerekend) zelfs onder het minimumloon.

Daar wil Rutte III iets aan doen. In het dinsdag gepresenteerde regeerakkoord is een minimum uurtarief voor zzp’ers opgenomen. Dat tarief komt waarschijnlijk te liggen „in een bandbreedte tussen de 15 en 18 euro per uur”. Wie minder per uur verdient voor een periode die langer duurt dan drie maanden, wordt door het nieuwe kabinet automatisch beschouwd als werknemer, en heeft dus ook recht op dezelfde bescherming. Een werkgever moet dan bijvoorbeeld ook doorbetalen bij ziekte.

Plannen voor een minimumtarief voor zzp’ers doken de laatste jaren af en toe op. Twee jaar geleden zaten zzp-architecten dichtbij een minimumtarief, opgenomen in de cao. Het was een primeur geweest, maar het ging niet door.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) beoordeelde de afspraak als kartelvorming. Dat gevaar loopt de afspraak in het regeerakkoord niet: branche-afspraken mogen niet, maar de wetgever mag dit soort tarieven wél instellen, zegt een woordvoerder van de ACM.

Is een minimumtarief voor zelfstandigen een goede zaak? Ja, zegt arbeidseconoom Ronald Dekker van Tilburg University. Hij denkt dat het een prikkel kan zijn voor werkgevers om mensen vaker in loondienst te nemen. Het wordt namelijk ongeveer even duur om iemand aan te nemen en volgens het minimumloon (9 euro per uur) plus premies te betalen, als een zzp’er in te huren volgens het nieuwe bodemtarief.

‘Niet meer aan de bak’

Ook Bas ter Weel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van economisch onderzoeksbureau SEO, vindt het „maatschappelijk gezien nuttig” dat ook bij zelfstandigen een bodemvergoeding wordt ingevoerd.

Maar, zegt hij, economisch gezien is het nog maar de vraag wat de gevolgen zullen zijn. Ter Weel wijst erop dat bedrijven vaak op zoek gaan naar technologische oplossingen, als de kosten van arbeid stijgen. „Dan verdwijnen banen dus helemaal.” Mensen die laagproductief zijn, zegt Ter Weel, „komen dan gewoon niet meer aan de bak”.

Lees ook: Wat mogen opdrachtgevers wel en niet doen voor zzp’ers, wanneer zijn ze te lief?

Beide economen vragen zich ook af hoe dit bodemtarief in de praktijk uitpakt bij zzp’ers die niet per uur betaald worden, maar een ‘prestatievergoeding’ krijgen. Bijvoorbeeld doordat ze geld ontvangen per geschreven woord, bezorgde pizza of per afgeleverd pakketje. Dan is veel minder snel duidelijk wanneer iemand minder dan het verplichte uurtarief krijgt. Dekker: „De bewijslast lijkt me ingewikkeld.”

‘Lage ondergrens’

Daarnaast vindt Dekker de ondergrens (15 euro per uur) van het tarief aan de lage kant. De bovengrens van 18 euro zou volgens hem geschikter zijn. „Misschien moet het zelfs wel een beetje hoger.”

Een zelfstandige is zelf verantwoordelijk voor het opbouwen van pensioen. Ook een eventuele verzekering tegen arbeidsongeschiktheid moeten zelfstandigen zelf betalen. Zo’n 80 procent van de zzp’ers – in totaal ongeveer een miljoen Nederlanders – is op dit moment niet verzekerd. Dekker: „Een groot deel van hen vindt het te duur.” De premies liggen veel hoger dan bij mensen in loondienst.

Dure verzekeringen: het is een probleem dat FNV Zelfstandigen ook onderschrijft. De vakbond is in principe blij met het minimumtarief, maar is teleurgesteld dat Rutte III niet gekozen heeft voor een (verplichte) collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers.

Lees ook: CommonEasy laat zzp’ers via een online spaarpot hun risico op ziekte met elkaar delen. Werkt dat systeem?

„Een gemiste kans”, zegt Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen. Want als iedereen verplicht verzekerd is, kan de premie flink omlaag, omdat de risico’s door een veel grotere groep mensen gedragen worden.

De ChristenUnie en het CDA pleitte in hun verkiezingsprogramma allebei voor een verplichte verzekering voor ziekte en arbeidsongeschiktheid, maar die plannen haalden het regeerakkoord niet. Zonder verplichte (en dus goedkopere) verzekering, vindt de FNV het voorgestelde uurtarief veel te laag, óók de bovengrens van 18 euro.

Van Noort noemt de bouw als voorbeeld: dat is een sector waar ongevallen op de loer liggen én waar je met een gebroken been niet zomaar kan werken. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en ziekte kost in de bouw volgens Van Noort daarom zo „600 of 700 euro per maand” en kan maar tot je zestigste. En, zegt ze, dan heb je het nog niet eens over pensioen en belastingen gehad.