Column

Ik krijg jeuk van het regeerakkoord

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: het regeerakkoord.

Jeroen Dijsselbloem verliet deze week de politiek omdat hij er, „de vuurkracht voor ontbeerde” en ik geef hem groot gelijk. Deze woensdag zat ik het regeerakkoord te lezen en ik voelde langzaam alle vuurkracht uit me wegvloeien – wat een jeukwoordenepistel is dát zeg. Dat niet iedereen gillend achter Jeroen aan de politiek uit is gerend, is mij een raadsel.

Wat ik me afvraag: waarom schrijft iemand dit op en voor wie is dit wangedrocht bedoeld? Zo las ik er bijvoorbeeld in dat „de verdeling van de inzet van de politie over de regio’s wordt geactualiseerd” en dat „de operationele sterkte wordt geflexibiliseerd”, wat is dat in godsnaam. Zou er één politieman zijn die dat begrijpt?

Of wat dacht u van: „Voor de uitbreiding van de capaciteit zijn extra middelen beschikbaar, onder de voorwaarde dat de flexibiliseringsagenda wordt doorgezet en dat de knellende kaders waaronder sectorspecifieke beperkingen ten opzichte van de Arbeidstijdenwet, worden weggenomen.”

Hallo, bent u daar nog?

Wat ik wél heel mooi vond was dat „als de uitgaven onverwacht hoger uitvallen, het macrobeheersingsinstrument wordt ingezet”. Een soort superlaser uit een oude James Bondfilm of een Death Star, zo stel ik me voor. Maar verder is het hele regeerakkoord geschreven voor kurkdroge ambtenaren die nodig met pensioen moeten.

Zo worden er „gesprekken aangegaan” en „dialogen gevoerd” (weet iemand wat het verschil is?), worden allerlei zaken „verankerd in de keten” (hebben jullie wel eens iets verankerd in de keten?), worden „knelpunten gericht aangepakt” (dus niet zo maar in het wilde weg!) en allerlei „implementaties uitvoerig gemonitord” (daar horen we nooit meer wat van, doei).

Wat staat er in het regeerakkoord? Dit zijn de opvallendste punten

Een woord waar ik ook altijd heel veel jeuk van krijg, is ‘inzet’ – alsof het een casino is daar in Den Haag. Zo wordt er „ingezet op de voorkoming van tienerzwangerschappen”, wordt er „menskracht ingezet” (in het vorige regeerakkoord werd blijkbaar in pk’s gerekend), en is er behalve de gewone inzet ook nog „de forse inzet” (fortissimo!), „de stevige inzet” en de „actieve inzet” – die andere inzetten zijn blijkbaar passief. Ik denk dat ze in alle gevallen gokken dat het vanzelf goed komt.

En dan zijn er nog de open deuren, o man. Ik woei bijkans uit mijn hemd van de tocht toen ik ze zat te lezen. Zo staat bijvoorbeeld ergens dat „in het openbaar vervoer het belang van de reiziger voorop staat”. Uh huh, wat anders? Of wat dacht u van: „hier kan iedereen de ambitie najagen om over de hoogste lat te springen”. Klopt. Ik kwam gisteren een egel in mijn tuin tegen die de ambitie najoeg om over de hoogste lat te springen. Ging niet lukken, maar hij joeg het toch maar mooi na. Ook heel erg: „alle facetten van de aardbevingen in Groningen blijven hoog op de agenda”. Niet „we werken eraan”, maar „hoog op de agenda”. Dan weet ik genoeg.

Maar de meeste jeuk kreeg ik van het motto „vertrouwen in de toekomst”. Hadden andere kabinetten dat niet? En hoe ver reikt die toekomst? Hebben we het hier over een minuutje, een uur of gaan we de eeuwigheid der eeuwigheden in met de ChristenUnie?

Als iemand me zoekt, ben ik even met mijn hoofd tegen een muurtje aan het beuken.

Taaltips op Twitter via @Japked