Interview

De zoon van de celliste van Auschwitz

Raphael Wallfisch

Niemand weet beter welke bizarre wendingen het bestaan kent dan Raphael Wallfisch. De Brit zou niet geboren zijn zonder het instrument dat hij bespeelt.

Wallfisch: „Mijn ouders wilden hun kinderen een normaal bestaan te geven.” Foto Benjamin Ealovega

Zonder de cello zou Raphael Wallfisch niet bestaan. Tien jaar voor zijn geboorte rijdt een gevangenentrein uit Breslau concentratiekamp Auschwitz-Birkenau binnen, met aan boord de 18-jarige Jodin Anita Lasker, die zijn moeder zal worden. In haar boek Inherit the Truth herinnert ze zich van deze decemberavond in 1943 „de zwarte schimmen in capes, de blaffende honden en een hoop geschreeuw”. Een jonge vrouw graveert een nummer in haar linker onderarm, en scheert haar hoofd kaal. Dit moet, dringt het tot haar door, een opmaat tot de dood zijn. Want ze kent de geruchten over de gaskamers uit het cellenblok in haar geboortestad Breslau.

Hunkerend naar nieuws uit de buitenwereld stelt het scherende meisje allerlei vragen. „Ik weet niet wat me bezielde haar te vertellen dat ik cello speelde”, schrijft Lasker. „Gezien de omstandigheden leek dat overbodige informatie.” Maar juist deze toevallige woorden redden haar leven, want het vrouwenorkest mist een basinstrument. En zo wordt Lasker „de celliste van Auschwitz”.

Sluimerende honger

Opgroeiend in Londen weet haar zoon Raphael Wallfisch jarenlang nauwelijks iets van deze geschiedenis. „Bij mijn moeder zag ik de tatoeage op haar arm. Wanneer ik hiernaar vroeg, was het antwoord steevast kort en terloops: ‘Ik zat in de gevangenis.’ En vervolgens sneed ze een ander onderwerp aan. Mijn ouders waren vastbesloten hun kinderen een normaal bestaan te geven. Daarin bleek voor die herinneringen geen plek.”

Pas langzamerhand beseft Lasker dat dit idee onhoudbaar is. Ze begint notities te maken, en stelt een boek samen voor haar kinderen. Nu reist ze – 92 jaar oud – over de wereld om lezingen te geven over haar ervaringen. Haar zoon speelt ook cello, het instrument waaraan hij zijn bestaan dankt.

Als zoon van een celliste en een pianist is vanaf zijn geboorte muziek overal om hem heen. In zijn peuterjaren vergezelt hij – bij gebrek aan oppas – zijn moeder vaak naar haar orkestrepetities. De vraag komt op tafel of hij misschien een instrument wil bespelen. „Ik probeerde eerst de viool, maar dat kan niet langer dan vijftien seconden geduurd hebben. De piano trok me kennelijk niet. Bovendien zat mijn vader er de hele dag achter. Dus werd het de cello.”

Muzikaal is Wallfisch een laatbloeier. Op de middelbare school nemen toneel en theater zijn gedachten in beslag. Als hij veertien is valt hij toch voor de muziek. „Ik ging met mijn moeder naar een opname in een radiostudio. Daar zetten de celliste Zara Nelsova en de violiste Ida Haendel het Dubbelconcert van Johannes Brahms op plaat. De muziek overweldigde me. Die middag kwam ik thuis met één vaste overtuiging: dit stuk moet ik zelf spelen. Een sluimerende honger ontwaakte in mij. En sindsdien beheerst de cello mijn leven.”

Pjatigorski’s lessen

Evenals zijn ouders bezit Wallfisch, zegt hij, een obsessief arbeidsethos en de Midden-Europese smaak uit het aristocratische verleden dat de nazi’s zouden vernietigen, „dat diepe verlangen om kunst te absorberen en schoonheid te bewonderen”. Hij wil de erfenis niet verloren laten gaan. „De leraar in mij voelt de verantwoordelijkheid om deze ervaring door te geven aan een op internet levende generatie, die aan het infuus ligt van de technologie.”

Hij deelt zijn kennis onder meer tijdens jaarlijkse masterclasses in Apeldoorn. „Ik kan mijn leerlingen uit de eerste hand vertellen over de gouden tijd van de strijkers, over Pjatigorski en violist Jascha Heifetz.” Begin twintig kreeg Wallfisch twee jaar onderricht van de oude Russische cellist. „Soms smeekte een leerling hem om vingerzettingen bij een bepaald werk. Hij zat dan te grommen achter zijn bureau en noteerde ze in de partituur. De week erna kwam zo’n student terug, als hij vervolgens begon te spelen, zei Pjatigorski na verloop van tijd: ‘Hoe kom je aan zulke rare vingerzettingen?’ De leerling zei dan wanhopig; ‘Die heeft u me vorige week gegeven.’ Waarop Pjatigorski antwoordde: ‘Dat klopt, maar heb ik je gezegd dat je ze moest gebruiken?’ Wie niet voor zichzelf kon of wilde denken, was bij hem aan het verkeerde adres. Hij nam de moeite het op deze manier te doen, zodat wij de les nooit zouden vergeten.”

Cellist Raphael Wallfisch speelt in Hattem (14/10), Leiden (15/10) en Amsterdam (16, 18 & 20/10).